ECLI:NL:RBDHA:2026:27184
verlenging ondertoezichtstelling 1:260 BW
Rechtbank Den Haag 28 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:27184
text/xml
public
2026-09-28T08:56:33
2026-09-18
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-08-18
C/09/708924 / JE RK 26-1212
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
NL
Den Haag
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27184
text/html
public
2026-09-28T08:56:24
2026-09-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:27184 Rechtbank Den Haag , 18-08-2026 / C/09/708924 / JE RK 26-1212
verlenging ondertoezichtstelling 1:260 BW
verlenging ondertoezichtstelling 1:260 BW
RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/708924 / JE RK 26-1212
Datum uitspraak: 18 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.L.A. Bancken uit Haarlem.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 juli 2026;
de stukken van de moeder, ontvangen op 17 juli 2026;
de stukken van de moeder, ontvangen op 23 juli 2026;
de stukken van de moeder, ontvangen op 27 juli 2026;
de stukken van de moeder, ontvangen op 4 augustus 2026;
de stukken van de moeder, ontvangen op 12 augustus 2026;
de brief namens de vader, met bijlagen, van 12 augustus 2026.
Na de mondelinge behandeling en de aansluitende mondelinge uitspraak heeft de rechtbank
nog stukken van de moeder ontvangen. De kinderrechter heeft deze stukken niet bij haar
beslissing kunnen betrekken en heeft daarom na de zitting geen acht meer op deze stukken
geslagen.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
De moeder is bij het begin van de zitting aanwezig geweest en heeft besloten om de zittingszaal na enkele minuten te verlaten.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] woont bij haar vader.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 25 augustus 2026.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. Er zijn zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [de minderjarige] vanwege de onrust en instabiliteit die zij in haar jonge leven heeft meegemaakt. Er zijn met name grote zorgen over de psychische gesteldheid van de moeder, die voor zover bekend elke vorm van hulpverlening weigert. Na een incident tussen de moeder en de beveiliger van de gecertificeerde instelling in juli 2025 heeft er geen omgang meer plaatsgevonden tussen [de minderjarige] en haar moeder. Ondanks herhaalde pogingen vanuit de gecertificeerde instelling is constructief contact met de moeder niet mogelijk gebleken. Toen [de minderjarige] bij de moeder woonde, heeft de moeder [de minderjarige] langdurig het contact met haar vader onthouden en negatief over hem gesproken. De moeder plaatst nog steeds belastende informatie over de vader op sociale media en uit verwijten over de vader in kaarten aan [de minderjarige] . Ook belast de moeder [de minderjarige] in de kaarten met zware volwassenenproblematiek en vraagt zij haar om naar de moeder toe te gaan. Hiermee brengt de moeder haar emotioneel in een moeilijke positie. Het gedrag van de moeder is de afgelopen periode steeds extremer en zorgwekkender geworden, en haar toon is steeds dreigender. Zij maakt een verwarde, rigide en achterdochtige indruk. De moeder uit herhaaldelijk gefixeerde overtuigingen die aansluiten bij complottheorieën en laat zich in dreigende toon uit richting de vader, de gecertificeerde instelling en andere betrokken instanties. Vanwege het zorgelijke en onvoorspelbare gedrag van de moeder, acht de gecertificeerde instelling omgang momenteel niet verantwoord. Bij de vader krijgt [de minderjarige] een stabiele, veilige en voorspelbare opvoedomgeving. Zij ontwikkelt zich daar goed en doet het goed op school. De vader is emotioneel beschikbaar en erkent de behoeften van [de minderjarige] . De vader heeft een hulpvraag ten aanzien van hoe hij [de minderjarige] het beste kan begeleiden rondom mogelijke vragen over haar moeder. De gecertificeerde instelling zou graag hulpverlening voor [de minderjarige] inzetten zodat zij op leeftijdsadequaat wijze leert begrijpen dat zij geen schuld draagt aan deze situatie. De moeder weigert om gezamenlijk invulling te geven aan het gezag en mee te werken met de noodzakelijke hulpverlening, waardoor de inzet van hulpverlening in het vrijwillig kader nog niet haalbaar is. De vader zal een procedure starten om eenhoofdig gezag te krijgen, omdat het de moeder door haar actuele psychische gesteldheid onvoldoende lukt om beslissingen te nemen in het belang van haar dochter. Naar verwachting kan de hulpverlening binnen het vrijwillig kader voldoende geborgd worden als de vader het eenhoofdig gezag heeft. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden is noodzakelijk om dit proces goed te monitoren.
4De standpunten
4.1.
Door en namens de vader is ingestemd met het verzochte. De vader betreurt de huidige situatie. Het gaat heel goed met [de minderjarige] op school en zij is veel opener en blijer. Ook wil zij graag andere kinderen helpen. De vader maakt zich zorgen om de moeder, die meerdere brieven en kaarten per week stuurt naar het adres van de ouders van de vader. De brieven en kaarten bevatten verwarde teksten en daarom worden zij niet met [de minderjarige] gedeeld. De vader probeert om [de minderjarige] te herinneren aan positieve momenten met de moeder. Daarnaast plaatst de moeder verwarde teksten op Facebook. De vader hoopt dat de moeder op korte termijn hulp zoekt, zodat het contact tussen de moeder en [de minderjarige] onder begeleiding kan worden hersteld. Er is geen constructieve communicatie mogelijk met de moeder. De vader acht zich daarom genoodzaakt om in het belang van [de minderjarige] op korte termijn een verzoek tot eenhoofdig gezag in te dienen. Zolang de vader nog niet belast is met eenhoofdig gezag, acht de vader een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er zijn grote zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [de minderjarige] . Zij heeft veel onrust en instabiliteit meegemaakt. [de minderjarige] is getuige geweest van de psychische problematiek van haar moeder in de periode dat zij bij haar woonde en wordt in het dagelijks leven in haar vrijheid beperkt door de situatie rondom haar moeder. Het is heel verdrietig voor [de minderjarige] dat de moeder door haar psychische problematiek momenteel niet in staat is om aan te sluiten bij de behoeften van [de minderjarige] en veilig en begeleid contact met haar te hebben. Het is positief dat de vader probeert om [de minderjarige] te herinneren aan leuke dingen die zij met haar moeder heeft gedaan en om vragen van [de minderjarige] over haar moeder zo goed mogelijk te beantwoorden. Tegelijkertijd heeft de vader behoefte aan hulpverlening om te leren hoe hij om kan gaan met de lastige situatie. Voor [de minderjarige] is het van groot belang dat zij zo snel mogelijk psycho-educatie ontvangt over de problematiek van haar moeder. De moeder lijkt door haar psychische problematiek momenteel niet in staat om op een constructieve wijze te communiceren over [de minderjarige] , waardoor in het vrijwillig kader de ernstige ontwikkelingsbedreiging onvoldoende kan worden weggenomen. Het is noodzakelijk en passend dat een jeugdbeschermer in het kader van de ondertoezichtstelling de komende zes maanden betrokken blijft om de situatie te monitoren en ervoor te zorgen dat [de minderjarige] en de vader zo snel mogelijk de hulpverlening krijgen die zij nodig hebben.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van zes maanden.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 25 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 door mr. M. de Kleine, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 9 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/708924 / JE RK 26-1212
Datum uitspraak: 18 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.L.A. Bancken uit Haarlem.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 juli 2026;
de stukken van de moeder, ontvangen op 17 juli 2026;
de stukken van de moeder, ontvangen op 23 juli 2026;
de stukken van de moeder, ontvangen op 27 juli 2026;
de stukken van de moeder, ontvangen op 4 augustus 2026;
de stukken van de moeder, ontvangen op 12 augustus 2026;
de brief namens de vader, met bijlagen, van 12 augustus 2026.
Na de mondelinge behandeling en de aansluitende mondelinge uitspraak heeft de rechtbank
nog stukken van de moeder ontvangen. De kinderrechter heeft deze stukken niet bij haar
beslissing kunnen betrekken en heeft daarom na de zitting geen acht meer op deze stukken
geslagen.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
De moeder is bij het begin van de zitting aanwezig geweest en heeft besloten om de zittingszaal na enkele minuten te verlaten.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] woont bij haar vader.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 25 augustus 2026.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. Er zijn zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [de minderjarige] vanwege de onrust en instabiliteit die zij in haar jonge leven heeft meegemaakt. Er zijn met name grote zorgen over de psychische gesteldheid van de moeder, die voor zover bekend elke vorm van hulpverlening weigert. Na een incident tussen de moeder en de beveiliger van de gecertificeerde instelling in juli 2025 heeft er geen omgang meer plaatsgevonden tussen [de minderjarige] en haar moeder. Ondanks herhaalde pogingen vanuit de gecertificeerde instelling is constructief contact met de moeder niet mogelijk gebleken. Toen [de minderjarige] bij de moeder woonde, heeft de moeder [de minderjarige] langdurig het contact met haar vader onthouden en negatief over hem gesproken. De moeder plaatst nog steeds belastende informatie over de vader op sociale media en uit verwijten over de vader in kaarten aan [de minderjarige] . Ook belast de moeder [de minderjarige] in de kaarten met zware volwassenenproblematiek en vraagt zij haar om naar de moeder toe te gaan. Hiermee brengt de moeder haar emotioneel in een moeilijke positie. Het gedrag van de moeder is de afgelopen periode steeds extremer en zorgwekkender geworden, en haar toon is steeds dreigender. Zij maakt een verwarde, rigide en achterdochtige indruk. De moeder uit herhaaldelijk gefixeerde overtuigingen die aansluiten bij complottheorieën en laat zich in dreigende toon uit richting de vader, de gecertificeerde instelling en andere betrokken instanties. Vanwege het zorgelijke en onvoorspelbare gedrag van de moeder, acht de gecertificeerde instelling omgang momenteel niet verantwoord. Bij de vader krijgt [de minderjarige] een stabiele, veilige en voorspelbare opvoedomgeving. Zij ontwikkelt zich daar goed en doet het goed op school. De vader is emotioneel beschikbaar en erkent de behoeften van [de minderjarige] . De vader heeft een hulpvraag ten aanzien van hoe hij [de minderjarige] het beste kan begeleiden rondom mogelijke vragen over haar moeder. De gecertificeerde instelling zou graag hulpverlening voor [de minderjarige] inzetten zodat zij op leeftijdsadequaat wijze leert begrijpen dat zij geen schuld draagt aan deze situatie. De moeder weigert om gezamenlijk invulling te geven aan het gezag en mee te werken met de noodzakelijke hulpverlening, waardoor de inzet van hulpverlening in het vrijwillig kader nog niet haalbaar is. De vader zal een procedure starten om eenhoofdig gezag te krijgen, omdat het de moeder door haar actuele psychische gesteldheid onvoldoende lukt om beslissingen te nemen in het belang van haar dochter. Naar verwachting kan de hulpverlening binnen het vrijwillig kader voldoende geborgd worden als de vader het eenhoofdig gezag heeft. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden is noodzakelijk om dit proces goed te monitoren.
Door en namens de vader is ingestemd met het verzochte. De vader betreurt de huidige situatie. Het gaat heel goed met [de minderjarige] op school en zij is veel opener en blijer. Ook wil zij graag andere kinderen helpen. De vader maakt zich zorgen om de moeder, die meerdere brieven en kaarten per week stuurt naar het adres van de ouders van de vader. De brieven en kaarten bevatten verwarde teksten en daarom worden zij niet met [de minderjarige] gedeeld. De vader probeert om [de minderjarige] te herinneren aan positieve momenten met de moeder. Daarnaast plaatst de moeder verwarde teksten op Facebook. De vader hoopt dat de moeder op korte termijn hulp zoekt, zodat het contact tussen de moeder en [de minderjarige] onder begeleiding kan worden hersteld. Er is geen constructieve communicatie mogelijk met de moeder. De vader acht zich daarom genoodzaakt om in het belang van [de minderjarige] op korte termijn een verzoek tot eenhoofdig gezag in te dienen. Zolang de vader nog niet belast is met eenhoofdig gezag, acht de vader een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er zijn grote zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [de minderjarige] . Zij heeft veel onrust en instabiliteit meegemaakt. [de minderjarige] is getuige geweest van de psychische problematiek van haar moeder in de periode dat zij bij haar woonde en wordt in het dagelijks leven in haar vrijheid beperkt door de situatie rondom haar moeder. Het is heel verdrietig voor [de minderjarige] dat de moeder door haar psychische problematiek momenteel niet in staat is om aan te sluiten bij de behoeften van [de minderjarige] en veilig en begeleid contact met haar te hebben. Het is positief dat de vader probeert om [de minderjarige] te herinneren aan leuke dingen die zij met haar moeder heeft gedaan en om vragen van [de minderjarige] over haar moeder zo goed mogelijk te beantwoorden. Tegelijkertijd heeft de vader behoefte aan hulpverlening om te leren hoe hij om kan gaan met de lastige situatie. Voor [de minderjarige] is het van groot belang dat zij zo snel mogelijk psycho-educatie ontvangt over de problematiek van haar moeder. De moeder lijkt door haar psychische problematiek momenteel niet in staat om op een constructieve wijze te communiceren over [de minderjarige] , waardoor in het vrijwillig kader de ernstige ontwikkelingsbedreiging onvoldoende kan worden weggenomen. Het is noodzakelijk en passend dat een jeugdbeschermer in het kader van de ondertoezichtstelling de komende zes maanden betrokken blijft om de situatie te monitoren en ervoor te zorgen dat [de minderjarige] en de vader zo snel mogelijk de hulpverlening krijgen die zij nodig hebben.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van zes maanden.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 25 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 door mr. M. de Kleine, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 9 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
