ECLI:NL:RBDHA:2026:28023
geen spoedeisend belang - voorlopige voorziening
Rechtbank Den Haag 24 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:28023
text/xml
public
2026-09-24T14:59:11
2026-09-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-09-24
NL25.43211
Uitspraak
Voorlopige voorziening
NL
Groningen
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28023
text/html
public
2026-09-24T14:57:47
2026-09-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:28023 Rechtbank Den Haag , 24-09-2026 / NL25.43211
geen spoedeisend belang - voorlopige voorziening
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.43211
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] ,
[V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.R. Warner),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoekster.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
1.2.
De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 13 augustus 2025 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Omdat verzoekster de beslissing op het bezwaarschrift in Nederland mag afwachten is er op dit moment geen spoedeisend belang.
Conclusie en gevolgen
3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M. Kroes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
geen spoedeisend belang - voorlopige voorziening
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.43211
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.R. Warner),
en
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoekster.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
1.2.
De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 13 augustus 2025 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Omdat verzoekster de beslissing op het bezwaarschrift in Nederland mag afwachten is er op dit moment geen spoedeisend belang.
3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M. Kroes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
