ECLI:NL:RBZWB:2026:9125
Wajong. Laattijdige aanvraag. Het UWV kan worden gevolgd in het standpunt dat het ontbreken van arbeidsvermogen van eiseres in de voor haar relevante periode niet duurzaam was en dat zij na behandeling weer mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Beroep ongegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:9125
text/xml
public
2026-09-30T17:00:20
2026-09-21
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-09-15
25/4197 WAJONG
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Middelburg
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9125
text/html
public
2026-09-28T15:09:52
2026-09-30
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:9125 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-09-2026 / 25/4197 WAJONG
Wajong. Laattijdige aanvraag. Het UWV kan worden gevolgd in het standpunt dat het ontbreken van arbeidsvermogen van eiseres in de voor haar relevante periode niet duurzaam was en dat zij na behandeling weer mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Beroep ongegrond.
Wajong. Laattijdige aanvraag. Het UWV kan worden gevolgd in het standpunt dat het ontbreken van arbeidsvermogen van eiseres in de voor haar relevante periode niet duurzaam was en dat zij na behandeling weer mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Beroep ongegrond.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats: Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4197 WAJONG
uitspraak van 15 september 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. L.J.T. Hoksbergen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de weigering om aan eiseres een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toe te kennen. Eiseres is het niet eens met deze weigering en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen aan eiseres. Het beroep is dus ongegrond.
Procesverloop
2. Eiseres, geboren op [geboortedag] 2000, heeft in februari 2024 een Wajong-uitkering aangevraagd bij het UWV.
2.1.
Het UWV heeft met een besluit van 13 mei 2024 (primaire besluit) geweigerd om aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen, omdat zij geen arbeidsvermogen heeft maar dat in de toekomst misschien wel kan ontwikkelen.
2.2.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
2.3.
Het UWV heeft met een besluit van 9 juli 2025 (bestreden besluit) het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.4.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.5.
Het UWV heeft met een verweerschrift gereageerd op het beroep van eiseres.
2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 10 augustus 2026 in Middelburg op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en namens het UWV mr. M.B.A. van Grinsven.
Beoordeling door de rechtbank
3. Aan het bestreden besluit liggen rapportages van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) ten grondslag.
3.1.
De verzekeringsarts b&b heeft het dossier bestudeerd en eiseres gesproken op de hoorzitting. Aangegeven is dat eiseres in het verleden reeds diverse behandelingen heeft ondergaan. Bij eiseres is sprake van PTSS en een paniekstoornis naast een verstandelijke beperking. Voor de paniekstoornis en PTSS blijkt ze nog geen adequate behandelingen te hebben gevolgd. Er heeft een psychiatrische expertise plaatsgevonden, waarin het belang van behandelingen wordt aangegeven, ondanks dat eiseres hier geen heil meer in ziet. Gezien de behandelmogelijkheden kan, alhoewel door de psychiater wordt uitgegaan van een langer durend traject, verwacht worden dat verbetering mogelijk is. Er is momenteel geen sprake van arbeidsvermogen, maar dit is niet duurzaam.
3.2.
De arbeidsdeskundige b&b heeft het dossier bestudeerd en de hoorzitting bijgewoond. Hij heeft gerapporteerd dat eiseres nu geen arbeidsvermogen heeft, maar dat dit niet duurzaam is.
Standpunt van eiseres
4. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat ten onrechte is gesteld dat zij arbeidsvermogen kan ontwikkelen omdat behandelingen kunnen worden gevolgd. Eiseres is reeds vele jaren in behandeling geweest bij meerdere instanties. De situatie van eiseres is langdurig en zij is in de achterliggende jaren ondanks intensieve begeleiding niet in staat gebleken om een positieve ontwikkeling door te maken wat betreft arbeidsvermogen. Eiseres is van mening dat zij geen arbeidsvermogen heeft en dat dit ook duurzaam is.
Overwegingen van de rechtbank
5. Omdat eiseres haar aanvraag voor een Wajong-uitkering geruime tijd na haar 18e verjaardag heeft ingediend, is sprake van een laattijdige aanvraag. Niet in geschil is dat eiseres geen arbeidsvermogen heeft. Partijen zijn verdeeld over de vraag of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is.
5.1.
De beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen betreft een inschatting van de kansen op verbetering van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Duurzaamheid op grond van de Wajong wordt aangenomen in een situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen. Gelet op de wetsgeschiedenis is hiervan sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten (Kamerstukken II 2011/12, 33 161, nr. 3, onder 5.1). Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Het UWV moet in zo’n geval wel aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan.
5.2.
Met inachtneming van het vorenstaande kan het UWV worden gevolgd in haar standpunt dat eiseres, waarvan ter zitting is gebleken dat zij niet meer onder bewind staat en inmiddels voor 18 uur per week in de ouderenzorg werkzaam is, niet als jonggehandicapte is aan te merken omdat het ontbreken van arbeidsvermogen in de voor haar relevante periode niet duurzaam was. Het UWV heeft daarbij belang mogen hechten aan de omstandigheid dat eiseres nog geen adequate behandelingen heeft gevolgd voor haar paniekstoornis en PTSS. Het UWV heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres na behandeling weer mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier, op 15 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Zittingsplaats: Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4197 WAJONG
uitspraak van 15 september 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. L.J.T. Hoksbergen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de weigering om aan eiseres een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toe te kennen. Eiseres is het niet eens met deze weigering en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen aan eiseres. Het beroep is dus ongegrond.
2. Eiseres, geboren op [geboortedag] 2000, heeft in februari 2024 een Wajong-uitkering aangevraagd bij het UWV.
2.1.
Het UWV heeft met een besluit van 13 mei 2024 (primaire besluit) geweigerd om aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen, omdat zij geen arbeidsvermogen heeft maar dat in de toekomst misschien wel kan ontwikkelen.
2.2.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
2.3.
Het UWV heeft met een besluit van 9 juli 2025 (bestreden besluit) het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.4.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.5.
Het UWV heeft met een verweerschrift gereageerd op het beroep van eiseres.
2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 10 augustus 2026 in Middelburg op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en namens het UWV mr. M.B.A. van Grinsven.
Beoordeling door de rechtbank
3. Aan het bestreden besluit liggen rapportages van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) ten grondslag.
3.1.
De verzekeringsarts b&b heeft het dossier bestudeerd en eiseres gesproken op de hoorzitting. Aangegeven is dat eiseres in het verleden reeds diverse behandelingen heeft ondergaan. Bij eiseres is sprake van PTSS en een paniekstoornis naast een verstandelijke beperking. Voor de paniekstoornis en PTSS blijkt ze nog geen adequate behandelingen te hebben gevolgd. Er heeft een psychiatrische expertise plaatsgevonden, waarin het belang van behandelingen wordt aangegeven, ondanks dat eiseres hier geen heil meer in ziet. Gezien de behandelmogelijkheden kan, alhoewel door de psychiater wordt uitgegaan van een langer durend traject, verwacht worden dat verbetering mogelijk is. Er is momenteel geen sprake van arbeidsvermogen, maar dit is niet duurzaam.
3.2.
De arbeidsdeskundige b&b heeft het dossier bestudeerd en de hoorzitting bijgewoond. Hij heeft gerapporteerd dat eiseres nu geen arbeidsvermogen heeft, maar dat dit niet duurzaam is.
Standpunt van eiseres
4. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat ten onrechte is gesteld dat zij arbeidsvermogen kan ontwikkelen omdat behandelingen kunnen worden gevolgd. Eiseres is reeds vele jaren in behandeling geweest bij meerdere instanties. De situatie van eiseres is langdurig en zij is in de achterliggende jaren ondanks intensieve begeleiding niet in staat gebleken om een positieve ontwikkeling door te maken wat betreft arbeidsvermogen. Eiseres is van mening dat zij geen arbeidsvermogen heeft en dat dit ook duurzaam is.
Overwegingen van de rechtbank
5. Omdat eiseres haar aanvraag voor een Wajong-uitkering geruime tijd na haar 18e verjaardag heeft ingediend, is sprake van een laattijdige aanvraag. Niet in geschil is dat eiseres geen arbeidsvermogen heeft. Partijen zijn verdeeld over de vraag of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is.
5.1.
De beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen betreft een inschatting van de kansen op verbetering van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Duurzaamheid op grond van de Wajong wordt aangenomen in een situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen. Gelet op de wetsgeschiedenis is hiervan sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten (Kamerstukken II 2011/12, 33 161, nr. 3, onder 5.1). Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Het UWV moet in zo’n geval wel aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan.
5.2.
Met inachtneming van het vorenstaande kan het UWV worden gevolgd in haar standpunt dat eiseres, waarvan ter zitting is gebleken dat zij niet meer onder bewind staat en inmiddels voor 18 uur per week in de ouderenzorg werkzaam is, niet als jonggehandicapte is aan te merken omdat het ontbreken van arbeidsvermogen in de voor haar relevante periode niet duurzaam was. Het UWV heeft daarbij belang mogen hechten aan de omstandigheid dat eiseres nog geen adequate behandelingen heeft gevolgd voor haar paniekstoornis en PTSS. Het UWV heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres na behandeling weer mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
6. Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier, op 15 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
