In dit artikel bespreken wij de gevolgen van dit uitstel. We schetsen het aangepaste tijdpad en leggen uit wat dit betekent voor werkgevers, werknemers en medezeggenschapsorganen. Voor een overzicht van de inhoudelijke verplichtingen die de Richtlijn met zich meebrengt, verwijzen wij naar ons eerdere blog: Richtlijn gelijke beloning loontransparantie 2026.

Nieuw tijdpad

Het oorspronkelijke tijdpad voor de implementatie van de Richtlijn loontransparantie blijkt niet haalbaar. De wetgever moet de wet zorgvuldig uitwerken en heeft aangegeven hier meer tijd voor nodig te hebben om te zorgen dat de verplichtingen effectief bijdragen aan gelijke beloning, zonder dat werkgevers onnodig worden belast met administratieve lasten.

De verwachting is nu dat het wetsvoorstel nog dit jaar aan de Raad van State wordt aangeboden. Daarmee kan de parlementaire behandeling in 2026 plaatsvinden, met als streefdatum voor inwerkingtreding 1 januari 2027. Dat is later dan de uiterste datum waarop de Richtlijn volgens de Europese regels in nationaal recht omgezet moet zijn, namelijk 7 juni 2026.

Voor werkgevers met 150 of meer werknemers betekent dit dat de eerste rapportageverplichtingen waarschijnlijk betrekking hebben op het kalenderjaar 2027. Hoe de verdere rechten en verplichtingen precies worden vormgegeven, is nog niet duidelijk.

Gevolgen van te late implementatie Richtlijn loontransparantie

Vaststaat dat Nederland de omzettingsdeadline van 7 juni 2026 niet haalt. De nationale wetgeving zal pas per 1 januari 2027 in werking treden. Dat creëert een periode waarin de Richtlijn al geldt, maar nog niet volledig is vertaald naar geldende Nederlandse wetgeving.

Voor werkgevers en werknemers heeft dit in de praktijk een dubbel effect. De rechter kan in deze tussenperiode bestaande Nederlandse regels zoveel mogelijk uitleggen in de geest van de Richtlijn (richtlijnconforme interpretatie). Dat betekent dat werknemers zich al eerder kunnen beroepen op hun recht op gelijke beloning, mede omdat artikel 157 VWEU (“gelijk loon voor gelijk werk”) directe werking heeft. Wat wél uitgesteld blijft, zijn de nieuwe rapportage- en loonevaluatieverplichtingen: die vergen expliciete nationale wetgeving en gelden dus pas vanaf de inwerkingtreding van de implementatiewet.

Voorbereiden op de nieuwe wet: nú aan de slag

Het uitstel betekent niet dat werkgevers achterover kunnen leunen. Integendeel: juist nu is het moment om de eigen beloningspraktijk kritisch onder de loep te nemen. Transparantie begint bij een helder systeem van functiewaardering en objectieve inschalingscriteria. Werkgevers die nu inzichtelijk maken hoe salarissen tot stand komen en dit kunnen onderbouwen met gender neutrale maatstaven, staan straks sterker wanneer de wet van kracht wordt. Bovendien voorkomt een tijdige voorbereiding dat de eerste rapportages en evaluaties in korte tijd moeten worden opgesteld, met alle risico’s van fouten en reputatieschade van dien.

Ook voor werkgevers, werknemers en medezeggenschapsorganen is dit hét moment om met elkaar in gesprek te gaan. Vragen naar de aanwezige loonstructuren, functiewaarderingssystemen en inschalingscriteria helpen om ongerechtvaardigde verschillen nu al boven tafel te krijgen. Zo draagt iedereen binnen de organisatie bij aan naleving van toekomstige regels én aan een cultuur van eerlijk en transparant belonen.

Conclusie: nu voorbereiden op rapportageplicht gelijke beloning

Het is duidelijk dat Nederland de implementatie te laat afrondt. Dat ontslaat werkgevers echter niet van de noodzaak om in actie te komen. Het recht op gelijke beloning kan door werknemers vanaf juli a.s. al worden afgedwongen en de eerste rapportageverplichtingen liggen in het vooruitzicht.

Over de auteurs

  • Aletha Dera-ten Bokum

    Aletha Dera-ten Bokum is advocaat en associate partner bij Dirkzwager legal & tax. Zij is gespecialiseerd in Arbeid & Pensioen.

  • Oscar Pater

    Oscar Pater is advocaat bij Dirkzwager legal & tax. Hij is gespecialiseerd in Arbeid & Pensioen.

Gerelateerd nieuws

PONT-gesprek: “Een presterende overheid begint bij vertrouwen in professionals”

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spreken regeringscommissaris voor informatiehuishouding Arre Zuurmond en voormalig gemeentesecretaris en wethouder Arjan van Gils met moderator Floris Lazrak over een vraag die in veel gemeenten speelt: wat maakt een overheid écht presterend? Is dat vooral een kwestie van regels, controle en rapportages of juist van ruimte voor vakmanschap en gezond verstand?

PONT-gesprek: “Preventie kan veel zorgkosten voorkomen, maar wie betaalt de investering?”

De druk op de zorg loopt snel op en schept zorgen voor de toekomst. In het eerste deel van de reeks PONT-gesprekken gaan Herm Kuipers (concerndirecteur sociaal domein bij de gemeente Arnhem) en Stanleyson Hato (Invest-NL) in op een vraag die steeds urgenter wordt: hoe kan de zorg en ondersteuning van kwetsbare inwoners nu en in de toekomst werkelijk gewaarborgd worden?

PONT-gesprek: “Bouw een stad waar je in 2030 én 2040 trots op kunt zijn”

Gezond stedelijk leven voor iedereen – hoe realiseer je dat? Een vraag die bij Ronald Venderbosch in goede handen is. Na een lange carrière met bestuurlijke en leidinggevende functies binnen de publieke sector is hij nu concerndirecteur bij de Gemeente Utrecht met precies deze opdracht. In gesprek met PONT geeft Venderbosch zijn visie op de uitdagingen én mogelijke oplossingen. “Bouwdrift en woonkwaliteit zijn een continu spanningsveld.”

College oordeelt: geen leeftijdsdiscriminatie bij keuze voor spreidingstermijn van tien jaar in nieuw pensioenstelsel

ABN AMRO en het pensioenfonds van de bank maken geen verboden onderscheid op grond van leeftijd door bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een spreidingstermijn van tien jaar toe te passen. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens.