Dat blijkt uit hun consultatiereactie op het Wijzigingsbesluit toegang UBO-registers, die onlangs is ingediend bij de verantwoordelijke ministers.

Onevenwichtige belangenafweging

Hoewel VNO-NCW en MKB-Nederland waarderen dat het kabinet met het ontwerpbesluit duidelijkheid wil geven na de uitspraak van het Hof van Justitie en de invoering van de zesde anti-witwasrichtlijn (AMLD6), constateren zij een fundamenteel probleem: het voorstel is vooral ingericht vanuit de behoeften van partijen die toegang willen tot het register, terwijl de rechtsbescherming van UBO’s (uiteindelijk belanghebbenden) onderbelicht blijft.

Volgens de organisaties is dat problematisch, omdat het UBO-register zeer privacygevoelige informatie bevat die bij misbruik kan leiden tot intimidatie, bedreiging of andere veiligheidsrisico’s. Juist daarom benadrukt AMLD6 dat toegang tot deze gegevens een uitzondering moet zijn en strikt proportioneel moet worden vormgegeven.

Ook het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) deelt deze zorgen en gaf in december 2025 een negatief oordeel over het ontwerpbesluit.

Zorgen over toegang voor journalisten

Een opvallend punt in de consultatiereactie is de kritiek op de toegang voor journalisten. In het ontwerpbesluit is aansluiting gezocht bij het bezit van een perskaart of lidmaatschap van een beroepsorganisatie. Volgens VNO-NCW en MKB-Nederland is dit onvoldoende waarborg voor een zorgvuldige omgang met hoogsensitieve persoonsgegevens.

Zij pleiten daarom voor een aanvullende integriteitstoets, bijvoorbeeld via een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), om misbruik en veiligheidsrisico’s beter te voorkomen.

Te weinig toezicht en sancties bij misbruik

Daarnaast vinden de organisaties dat het ontwerpbesluit onvoldoende duidelijk maakt wat er gebeurt bij misbruik van UBO-gegevens.

Er is weinig uitgewerkt over:

  • opsporing van misbruik;

  • de hoogte en effectiviteit van sancties;

  • de reële pakkans.

Voor het vertrouwen in het UBO-register is volgens hen essentieel dat misbruik leidt tot onmiddellijke intrekking van toegang en dat toezicht en handhaving serieus zijn ingericht.

Afscherming UBO-gegevens te beperkt

Het kabinet stelt voor om UBO-gegevens alleen af te schermen als sprake is van een aangifte wegens bedreiging (artikel 285 Sr). VNO-NCW en MKB-Nederland noemen dit veel te restrictief.

Zij wijzen erop dat AMLD6 juist ruimte biedt om UBO’s te beschermen bij een breder scala aan reële risico’s, zoals stalking, doxing, afpersing, identiteitsfraude en ernstige mishandeling. In hun reactie doen zij een uitgebreide suggestie om de afschermingsgronden uit te breiden met meerdere strafbare feiten.

Inzage in wie UBO-gegevens raadpleegt

In situaties waarin een UBO aantoonbaar risico loopt, vinden de organisaties het logisch en noodzakelijk dat deze persoon kan zien wie zijn of haar gegevens heeft ingezien. Dat zou de rechtspositie van UBO’s versterken en bijdragen aan transparantie en vertrouwen in het systeem.

Toegang voor derde landen roept veiligheidsvragen op

Extra kritisch zijn VNO-NCW en MKB-Nederland over het feit dat ook maatschappelijke organisaties uit derde landen toegang kunnen krijgen tot het Nederlandse UBO-register. Volgens hen is het onacceptabel dat organisaties uit landen als Rusland of China toegang zouden kunnen krijgen tot zulke gevoelige persoonsgegevens.

Zij pleiten daarom voor strengere criteria, expliciete veiligheidstoetsen en de mogelijkheid om toegang te weigeren.

Afhankelijkheid van buitenlandse toetsing

Tot slot waarschuwen de organisaties voor het risico dat Nederlandse UBO’s afhankelijk worden van hoe andere EU-lidstaten het begrip legitiem belang invullen.

Als Nederland automatisch vertrouwt op buitenlandse beoordelingen, kan dat leiden tot een uitholling van privacybescherming en rechtszekerheid.

Oproep: benut de ruimte in de EU-richtlijn beter

VNO-NCW en MKB-Nederland erkennen dat de wetgever gebonden is aan Europese regels, maar benadrukken dat AMLD6 aantoonbaar ruimte laat voor nationale keuzes. Volgens hen benut het kabinet die ruimte momenteel onvoldoende.

Zij roepen op tot aanpassingen die leiden tot een effectief en goed toegankelijk UBO-register, met accurate data en lage administratieve lasten, maar met strikt noodzakelijke en proportionele inbreuken op privacy en veiligheid.

De volledige kritiek is te lezen in de consultatiereactie van VNO-NCW en MKB-Nederland op het Wijzigingsbesluit toegang UBO-registers voor natuurlijke personen en rechtspersonen met een legitiem belang.

Gerelateerd nieuws

PONT-gesprek: “Een presterende overheid begint bij vertrouwen in professionals”

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spreken regeringscommissaris voor informatiehuishouding Arre Zuurmond en voormalig gemeentesecretaris en wethouder Arjan van Gils met moderator Floris Lazrak over een vraag die in veel gemeenten speelt: wat maakt een overheid écht presterend? Is dat vooral een kwestie van regels, controle en rapportages of juist van ruimte voor vakmanschap en gezond verstand?

PONT-gesprek: “Preventie kan veel zorgkosten voorkomen, maar wie betaalt de investering?”

De druk op de zorg loopt snel op en schept zorgen voor de toekomst. In het eerste deel van de reeks PONT-gesprekken gaan Herm Kuipers (concerndirecteur sociaal domein bij de gemeente Arnhem) en Stanleyson Hato (Invest-NL) in op een vraag die steeds urgenter wordt: hoe kan de zorg en ondersteuning van kwetsbare inwoners nu en in de toekomst werkelijk gewaarborgd worden?

PONT-gesprek: “Bouw een stad waar je in 2030 én 2040 trots op kunt zijn”

Gezond stedelijk leven voor iedereen – hoe realiseer je dat? Een vraag die bij Ronald Venderbosch in goede handen is. Na een lange carrière met bestuurlijke en leidinggevende functies binnen de publieke sector is hij nu concerndirecteur bij de Gemeente Utrecht met precies deze opdracht. In gesprek met PONT geeft Venderbosch zijn visie op de uitdagingen én mogelijke oplossingen. “Bouwdrift en woonkwaliteit zijn een continu spanningsveld.”

College oordeelt: geen leeftijdsdiscriminatie bij keuze voor spreidingstermijn van tien jaar in nieuw pensioenstelsel

ABN AMRO en het pensioenfonds van de bank maken geen verboden onderscheid op grond van leeftijd door bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een spreidingstermijn van tien jaar toe te passen. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens.