Het afgelopen jaar in cijfers

In 2025 registreerde het College 2.478 meldingen van mensen die zich gediscrimineerd voelden. Net als voorgaande jaren gingen de meeste meldingen over geslacht, ras en handicap of chronische ziekte. Daarnaast ontving het College 853 verzoeken om een oordeel, die eveneens vooral over deze gronden gingen. In 63 procent van de 139 oordelen werd discriminatie vastgesteld. Dit is een stijging van 23 procent ten opzichte van 2024.

Discriminatie op grond van leeftijd

Leeftijdsdiscriminatie dook het afgelopen jaar opvallend vaak op. In 2025 kreeg het College 175 meldingen en 42 verzoeken om een oordeel over dit onderwerp. Dit is een stijging van 77 procent in het aantal meldingen en 31 procent in het aantal verzoeken ten opzichte van 2024.

Leeftijdsdiscriminatie betekent dat iemand wordt benadeeld vanwege leeftijd. Dat kan direct, bijvoorbeeld als een vacature zegt “maximaal 35 jaar”. Maar het kan ook gaan om indirecte leeftijdsverwijzingen, zoals vragen om studenten of om starters op de arbeidsmarkt. Iedereen kan ermee te maken krijgen: jong en oud. Dat is wat deze discriminatiegrond zo bijzonder maakt. Leeftijdsdiscriminatie is niet alleen in strijd met de wet, maar zorgt er ook voor dat veel talent onbenut blijft.

"Ze wezen me af omdat ik te duur zou zijn, en daarmee ook te oud. 16-jarigen zijn goedkoper, dus zij kregen de voorkeur."

Oordeel eigen handelen

Organisaties kunnen het College ook vragen om te onderzoeken of hun beleid of werkwijze discriminerend is. Dit noemen we een ‘oordeel eigen handelen’. Een goed voorbeeld is het verzoek van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. De Raad vroeg het College of het hanteren van een maximale leeftijdsgrens van 30 jaar voor junior-raadsleden in strijd is met de wet. Het College oordeelde dat dit inderdaad discriminatie op grond van leeftijd oplevert. Volgens het College waren er andere manieren om ruimte te geven aan jonge perspectieven, zonder oudere kandidaten bij voorbaat uit te sluiten.

Maatregelen na oordeel

De monitor laat opnieuw zien dat het zin heeft om discriminatie aan te kaarten. Wanneer het College oordeelt dat er sprake is van discriminatie, ondernemen organisaties vaak concrete stappen. In 2025 nam 77% van hen maatregelen om herhaling te voorkomen en discriminatie actief tegen te gaan.

Gerelateerd nieuws

PONT-gesprek: “Een presterende overheid begint bij vertrouwen in professionals”

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spreken regeringscommissaris voor informatiehuishouding Arre Zuurmond en voormalig gemeentesecretaris en wethouder Arjan van Gils met moderator Floris Lazrak over een vraag die in veel gemeenten speelt: wat maakt een overheid écht presterend? Is dat vooral een kwestie van regels, controle en rapportages of juist van ruimte voor vakmanschap en gezond verstand?

PONT-gesprek: “Preventie kan veel zorgkosten voorkomen, maar wie betaalt de investering?”

De druk op de zorg loopt snel op en schept zorgen voor de toekomst. In het eerste deel van de reeks PONT-gesprekken gaan Herm Kuipers (concerndirecteur sociaal domein bij de gemeente Arnhem) en Stanleyson Hato (Invest-NL) in op een vraag die steeds urgenter wordt: hoe kan de zorg en ondersteuning van kwetsbare inwoners nu en in de toekomst werkelijk gewaarborgd worden?

PONT-gesprek: “Bouw een stad waar je in 2030 én 2040 trots op kunt zijn”

Gezond stedelijk leven voor iedereen – hoe realiseer je dat? Een vraag die bij Ronald Venderbosch in goede handen is. Na een lange carrière met bestuurlijke en leidinggevende functies binnen de publieke sector is hij nu concerndirecteur bij de Gemeente Utrecht met precies deze opdracht. In gesprek met PONT geeft Venderbosch zijn visie op de uitdagingen én mogelijke oplossingen. “Bouwdrift en woonkwaliteit zijn een continu spanningsveld.”

College oordeelt: geen leeftijdsdiscriminatie bij keuze voor spreidingstermijn van tien jaar in nieuw pensioenstelsel

ABN AMRO en het pensioenfonds van de bank maken geen verboden onderscheid op grond van leeftijd door bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een spreidingstermijn van tien jaar toe te passen. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens.