Aan de onderzoeken en activiteiten van het Expertisecentrum Digitalisering en Welzijn ligt een brede opvatting van welzijn ten grondslag. De ‘Lens van het Expertisecentrum Digitalisering en Welzijn’ noemt 9 categorieën, waaronder ‘Groei en Ontwikkeling’ en ‘Competentie en Inspanning’. Welzijn is dus veel meer dan een subjectief geluksgevoel. In lijn met de tradities van de humanistische en positieve psychologie heet de mens pas gelukkig als zij hun kwaliteiten kunnen ontwikkelen. De gelukkige mens is een actieve mens die voldoening haalt uit haar activiteiten. De Engelsen gebruiken het mooie woord ‘flourishing’.

En daarmee komt ons beroepsleven in beeld. Naast de persoonlijke omgeving is de werkvloer een belangrijke plaats waar de mens zijn kwaliteiten kan ontwikkelen. Op een goede werkvloer gebeurt dat ook. Op een slechte werkvloer komt dat er niet van, en dat vermindert het welzijn.

Waarom AI-tools op het werk gebruikt worden

Wat is de invloed van AI op werkvloer-welzijn? Die vraag mag wel wat meer aandacht krijgen. De introductie van AI-tools in het werk gaat met uiteenlopende motivaties gepaard: efficiëntie (heel sterk in de bureaucratie), kostenbesparing (industrie), werkdrukverlichting (dit is de mantra in de zorg) of een beter product voor de burger/klant (overal). Allemaal legitieme redenen. Maar we moeten het ook hebben over de manier waarop mensen het werk ervaren.

Hoe AI en de mens samenwerken

De werknemer en de manager die de eerste (koudwater)vrees voor AI hebben overwonnen weten dat AI niet klakkeloos taken vervangt, waarna er leuke of minder leuke taken voor de mens overblijven. Het is ook naïef om te zeggen dat de mens geheel de baas is en de techniek slechts een ‘middel’ (Verbeek, 2014). Neem alleen al de manier waarop we Googlen: de mens typt iets in, waarop Google regeert, waarop de mens reageert (Baricco, 2019). Zo werken AI en mens samen en beïnvloeden ze elkaar. Dat neemt zeer uiteenlopende vormen aan, die diep kunnen ingrijpen op menselijk welzijn.

Voor- en nadelen van AI-tools op de werkvloer

Digitalisering en AI maken het mogelijk werk in stukjes te hakken, en delen ervan aan de ondersteunende professional, de automatiseerder of het Indiase zusterbedrijf over te laten. Het leidt tot fragmentatie en gebrek aan overzicht. Van oudsher is zulke compartimentalisering een bron van onvrede op de werkvloer. De mens die zich slechts een radertje in een machine weet haalt weinig voldoening uit zijn werk. Digitalisering leidt tot een onoverzichtelijk geheel waarin mensen worden aangestuurd door voor hen onbekende krachten, met procedures waarover niemand overzicht heeft: digitalisering leidt tot bureaucratie 3.0.

Ook geven digitalisering en AI mogelijkheden om activiteiten te monitoren. Wat betekent het besef voortdurend gezien en gemeten te worden voor menselijk welzijn? Een volgende stap is controle en aansturing. In het meest extreme geval ‘bedenkt’ het algoritme wat de mens moet doen. Hier is het algoritme het brein en de mens de uitvoerende robot. Wat dat voor het welzijn betekent is door kritische wetenschappers indringend beschreven. Zuboff (2019) spreekt van ‘Surveillance Capitalism’, waarin Silicon Valley giganten schaamteloos data van ons handelen exploiteren. Schitzler (2021) waarschuwt voor de nihilistische geest van Silicon Valley die onze geesten gaat bepalen.

Daarentegen is er ook een groep mensen, misschien wel binnen dezelfde organisatie, die het saaie werk van informatievergaring aan de AI-tools overlaten. Menig professional en manager heeft dankzij AI veel meer informatie tot haar beschikking. Ze moeten nieuwe, uitdagende vaardigheden ontwikkelen, en dat verrijkt hun werk.

Ga eens in gesprek met je teammanager of collega over het gebruik van AI-tools

Discussie over of AI ‘goed’ of ‘niet goed’ is worden te vaak in abstracte zin gevoerd. Het is veel zinvoller om vanuit de Lens van het Expertisecentrum te kijken naar concrete contexten. Het stelt ons voor indringende vragen over kwaliteit van werk, nieuwe ongelijkheden en vergroting van bestaande ongelijkheden. Maar niet alleen voor onderzoeksagenda’s, ook voor onze eigen werkomgang met digitale middelen moeten we deze vragen stellen. Breng ze eens in wanneer je teammanager of collega over de efficiëntie van de AI-tool beginnen. Pas wanneer in deze opzichten AI goed wordt ingepast en wordt gedragen door de mensen, is duurzame inzet ervan mogelijk.

Bronnen

Baricco, A. (2019) The Game (vert. uit het Italiaans). Amsterdam: De Bezige Bij.

Schnitzler (2021) Wij nihilisten. Een zoektocht naar de geest van digitalisering. Amsterdam: De Bezige Bij.

Verbeek, P.P. (2014) Op de vleugels van Icarus. Hoe techniek en moraal met elkaar meebewegen. Rotterdam: Lemniscaat.

Zuboff, S. (2019) Surveillance Capitalism. New York: Public Affairs.

Auteur van deze blog: Marcel Becker (Radboud Universiteit).

Gerelateerd nieuws

PONT-gesprek: “Een presterende overheid begint bij vertrouwen in professionals”

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spreken regeringscommissaris voor informatiehuishouding Arre Zuurmond en voormalig gemeentesecretaris en wethouder Arjan van Gils met moderator Floris Lazrak over een vraag die in veel gemeenten speelt: wat maakt een overheid écht presterend? Is dat vooral een kwestie van regels, controle en rapportages of juist van ruimte voor vakmanschap en gezond verstand?

AI onder de loep: de dunne lijn tussen innovatie en verboden praktijken

In april 2021 presenteerde de Europese Commissie het wetsvoorstel voor de AI-verordening. De noodzaak van deze regelgeving werd duidelijk door de snelle technologische ontwikkelingen en de risico’s die AI met zich meebrengt voor de veiligheid van producten en de grondrechten van EU-burgers. Toen het voorstel werd geïntroduceerd, kon niemand voorspellen hoe generatieve AI, zoals ChatGPT, in 2023 de wereld zou veranderen. Haast was dus geboden. Nu is haast in het juridische domein iets anders van aard dan in het IT-domein. Ruim drie jaar na indiening van het wetsvoorstel trad de AI-verordening in augustus 2024 in werking. De verboden uit de AI-verordening en de vereisten voor AI-geletterdheid zijn op dit moment al van toepassing, de vereisten voor hoog risico-systemen nog niet.

Nederlandse governance in een Europa dat opnieuw moet leren concurreren

De vraag hoe Nederland de komende decennia welvarend en weerbaar blijft, kan niet los worden gezien van de koers van Europa. De rapporten-Wennink en -Draghi maken duidelijk dat concurrentiekracht geen vanzelfsprekendheid meer is, maar het resultaat van bewuste keuzes over investeringen, schaal en strategische autonomie. Dit essay van Hugo Reumkens (advocaat en partner bij Van Doorne) onderzoekt wat die realiteit betekent voor Nederlandse bestuurders en toezichthouders. Het laat zien hoe governance zelf een instrument van concurrentiekracht kan worden.

Gelijke behandeling bij overuren van deeltijdwerknemers

De beloning van extra gewerkte uren is in veel organisaties vastgelegd in cao’s en personeelsregelingen. Daarbij wordt vaak onderscheid gemaakt tussen meeruren van deeltijdwerknemers en overuren van voltijdwerknemers. Rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) laat zien dat dit onderscheid juridisch niet zonder risico is.