De prijs van uitgestelde keuzes: hoe de Krabbenfoor een bestuurlijk dilemma blootlegt dat in veel gemeenten speelt
Onlangs schreef ik over monumentenzorg die dreigt te veranderen in monumentendwang. Aanleiding was een uitspraak van de Raad van State die gemeenten eraan herinnerde dat zij zorgvuldig moeten omgaan met de belangen van eigenaren en bewoners. Niet de wens van de overheid, maar de juridische werkelijkheid en een evenwichtige belangenafweging behoren daarbij leidend te zijn. Diezelfde les lijkt nu van toepassing op de discussie over het evenementenbeleid in Bergen op Zoom, Organisatie Krabbenfoor verwijt Bergse raad: 'Ons evenement zit niet te wachten op politiek gewin'.
28 July 2026
Blog
Blog
De recente ophef rond Café Anja's Oosterwaal, de Potterstraat en de Krabbenfoor wordt door sommigen weggezet als een incident of een beleidsmatige ‘weeffout’. Maar wie iets verder kijkt, ziet dat Bergen op Zoom vooral een voorbeeld is van een ontwikkeling die zich in veel Nederlandse gemeenten aftekent. Het debat gaat niet alleen over evenementen. Het gaat over de vraag hoe gemeenten omgaan met botsende belangen en welke rol de gemeenteraad daarin moet spelen.
Daarmee raakt deze discussie aan een veel fundamentelere vraag:
Is de binnenstad in de eerste plaats een gebied om in te wonen, of een gebied om te beleven?
Die vraag lijkt lokaal, maar raakt aan de kern van de keuzes waarvoor gemeenten onder de Omgevingswet steeds vaker komen te staan.
Een lokaal conflict met landelijke betekenis
De discussie ontstond nadat een bezwaar van een bewoner over geluidsoverlast leidde tot een herbeoordeling van vergunningen rond de Krabbenfoor. Daarbij bleek dat delen van de Potterstraat, Bosstraat en andere aanloopstraten binnen het bestaande evenementenbeleid feitelijk als woonstraten worden beschouwd. Binnen die beleidskaders bleek versterkte muziek juridisch nauwelijks mogelijk.
Uiteindelijk werd een compromis gevonden waardoor muziek onder voorwaarden toch kon plaatsvinden. Tegelijkertijd erkende de gemeente dat de huidige beleidskaders tekortschieten en dat nieuwe locatieprofielen nodig zijn. Veel reacties richten zich op de vraag wie er gelijk heeft. De bewoner? De ondernemers? De organisatie van de Krabbenfoor? Maar juist die discussie mist de kern.
Wat hier zichtbaar wordt, is dat beleid, praktijk en verwachtingen in de loop der jaren uit elkaar zijn gegroeid. Jarenlang leek dat geen probleem. Pas wanneer iemand gebruikmaakt van zijn rechtsbescherming, blijkt dat onderliggende keuzes nooit expliciet zijn gemaakt.
En dat is precies een vraagstuk waarmee veel gemeenten worstelen.
De vermeende weeffout
Ondernemers spreken over een weeffout in het beleid. Vanuit hun perspectief is dat begrijpelijk. De praktijk was immers jarenlang dat evenementen, terrassen, horeca en muziek vanzelfsprekend onderdeel vormden van het stadsleven. Toch is de vraag of er werkelijk sprake is van een fout.
Misschien worden we vooral geconfronteerd met de gevolgen van keuzes die nooit expliciet zijn gemaakt. Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren ingezet op meerdere ambities tegelijk. Ze wilden meer wonen in binnensteden, meer horeca, meer toerisme, meer evenementen, meer economische dynamiek en tegelijkertijd meer leefbaarheid. Zolang die ambities elkaar niet direct raakten, leek dat goed samen te gaan.
Maar wanneer belangen botsen, ontstaat onvermijdelijk de vraag welke functie uiteindelijk leidend is. En juist op dat punt kunnen gemeenten niet langer volstaan met verwijzingen naar traditie, gewoonte of een praktijk die "altijd zo is geweest".
Dezelfde spanning speelt op veel meer beleidsterreinen
Wie denkt dat dit uitsluitend een discussie over evenementen is, kijkt te beperkt. Dezelfde spanning zien we namelijk terug op tal van andere beleidsterreinen. Steeds opnieuw draait het om de vraag in hoeverre individuele belangen moeten wijken voor een breder maatschappelijk doel.
Dat zien we bij monumentenzorg, waar eigenaren soms beperkingen in het gebruik van hun eigendom moeten accepteren om cultureel erfgoed te beschermen. We zien het bij woningbouw, waar omwonenden worden geconfronteerd met extra verkeersdrukte, verlies van uitzicht, schaduwwerking of een veranderend woon- en leefklimaat om tegemoet te komen aan de grote woningbehoefte. Dezelfde afweging speelt bij de energietransitie, waar inwoners overlast, ruimtelijke aantasting of ervaren veiligheidsrisico's kunnen ondervinden door windmolens, batterijopslag, hoogspanningsverbindingen en andere energievoorzieningen. En ook bij evenementenbeleid komt die vraag terug: hoeveel geluid, drukte, verkeershinder en verstoring van de leefomgeving mogen bewoners geacht worden te accepteren ten behoeve van economische vitaliteit, recreatie en de levendigheid van een stad?
In al deze dossiers gaat het uiteindelijk om dezelfde bestuurlijke afweging: welke mate van overlast, beperking, risico of aantasting van individuele belangen vindt de samenleving aanvaardbaar in het licht van een groter publiek belang? Dat is geen technische of juridische vraag, maar een politieke keuze.
Juist daarom kan die afweging niet worden overgelaten aan vergunningverleners, bezwarencommissies of rechters. Het is de gemeenteraad die richting moet geven door duidelijke keuzes te maken en deze juridisch te verankeren in beleid en het Omgevingsplan. Wat daarbij opvalt, is dat dergelijke discussies vaak worden gepresenteerd als uitvoeringsproblemen, terwijl de kern van het vraagstuk elders ligt. De werkelijke vraag is immers niet of een vergunning juridisch klopt, maar welk belang de gemeenteraad uiteindelijk het zwaarst wil laten wegen.
De Omgevingswet verandert het speelveld
Onder de Omgevingswet wordt die discussie alleen maar relevanter. Gemeenten kunnen steeds minder vertrouwen op informele afspraken, uitzonderingen of bestuurlijke improvisatie. Het Omgevingsplan vraagt om duidelijke keuzes over de fysieke leefomgeving.
- Welke functies staan centraal in een gebied?
- Welke activiteiten zijn daar toegestaan?
- Welke mate van geluid, drukte of hinder vinden we acceptabel?
- Welke verwachtingen mogen bewoners hebben?
- Welke ruimte krijgt economische ontwikkeling?
Dat zijn geen technische vragen voor juristen en beleidsmedewerkers. Het zijn politieke keuzes die rechtstreeks raken aan de inrichting van een gemeente. Juist daarom wordt de rol van de gemeenteraad belangrijker dan ooit.
De raad kan zich niet verschuilen achter de uitvoering
Opmerkelijk genoeg ontstaan veel politieke discussies pas wanneer een vergunning wordt aangevochten of wanneer een rechter een uitspraak doet. Dan ontstaat al snel de neiging om te zoeken naar een schuldige. De ambtenaar zou te strikt zijn geweest. De juridische regels zouden niet deugen.De bezwaarmaker zou dwarsliggen. Maar meestal ligt de oorzaak ergens anders. Vaak blijkt dat de raad nooit expliciet heeft vastgelegd hoe conflicterende belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen.
Wanneer een gemeente jarenlang tegelijkertijd inzet op wonen én op evenementen zonder duidelijke prioritering, ontstaat vroeg of laat een juridisch conflict. Hetzelfde gebeurt wanneer een gemeente maximale erfgoedbescherming wil combineren met verduurzaming, of economische groei wil stimuleren zonder expliciet vast te leggen wat dat betekent voor leefbaarheid. Dat zijn geen uitvoeringsproblemen. Dat zijn politieke vraagstukken. En politieke vraagstukken horen uiteindelijk thuis bij de gemeenteraad.
De Potterstraat als spiegel
Juist daarom is de Potterstraat interessant. Niet omdat deze straat uniek is, maar omdat zij zichtbaar maakt wat er gebeurt wanneer planologische keuzes onvoldoende expliciet zijn gemaakt.
Binnen het Omgevingsplan heeft de straat geen specifieke aanwijzing als evenementengebied. Dat lijkt een technisch detail, maar is feitelijk een uitdrukking van de visie die de gemeenteraad op een gebied heeft. Wanneer een gebied niet expliciet als evenementenlocatie wordt aangewezen, ligt het voor de hand dat wonen en leefbaarheid het primaire uitgangspunt vormen. Dat betekent niet dat evenementen onmogelijk zijn. Het betekent wel dat evenementen niet vanzelfsprekend de dominante functie zijn.
Vanuit dat perspectief is het moeilijk bewoners te verwijten dat zij gebruikmaken van de bescherming die bij een woonomgeving hoort. Tegelijkertijd mogen ondernemers zich afvragen waarom een praktijk jarenlang werd toegestaan als die niet volledig aansloot bij de planologische uitgangspunten. Beide partijen hebben daarom een punt.
De raad moet nu kleur bekennen
De werkelijke uitdaging ligt niet in het beoordelen van één vergunning of één incident. De uitdaging ligt in het vastleggen van een duidelijke visie.
Wanneer de raad vindt dat de binnenstad, inclusief aanloopstraten zoals de Potterstraat, onderdeel vormt van het evenementenhart van Bergen op Zoom, dan moet dat expliciet worden vastgelegd in het Omgevingsplan en in de nog op te stellen gebiedsprofielen. Bewoners weten dan vooraf welke mate van activiteit, geluid en drukte daarbij hoort. Kiest de raad daar niet voor, dan bevestigt zij feitelijk dat deze straten primair woongebied zijn en dat evenementen slechts onder voorwaarden mogelijk zijn. Ook dat is een legitieme keuze. Maar beide keuzes hebben consequenties, en juist daar moet de politiek helder over zijn.
Geen keuze maken is óók een keuze
Wat uiteindelijk niet houdbaar is, is het grijze gebied waarin bewoners denken in een woongebied te wonen, ondernemers vertrouwen op een jarenlang gegroeide praktijk, bestuurders blijven improviseren met uitzonderingen en uiteindelijk de rechter moet bepalen waar de grenzen liggen. Dat creëert onzekerheid voor iedereen.
Daarom gaat de discussie rond de Krabbenfoor uiteindelijk niet over muziek tot 21.00 uur of 01.00 uur. Ook niet over één café, één bewoner of zelfs één evenement. Bergen op Zoom is vooral een spiegel van een ontwikkeling die in veel gemeenten zichtbaar wordt. De echte vraag is niet alleen welke binnenstad Bergen op Zoom wil zijn. De echte vraag is welke keuzes gemeenteraden bereid zijn te maken wanneer verschillende belangen met elkaar botsen. Want uiteindelijk draait het om een principiële keuze:
Wordt de binnenstad planologisch een evenementengebied waar gewoond mag worden, of blijft zij een woongebied waar evenementen te gast zijn?
De discussie rond de Potterstraat maakt duidelijk dat het moment waarop die keuze kon worden uitgesteld, definitief voorbij is. En dat geldt niet alleen voor Bergen op Zoom, maar voor vrijwel iedere gemeente die onder de Omgevingswet haar ambities, belangen en verwachtingen met elkaar in overeenstemming moet brengen.

