Het raadslid en de leefomgeving: tussen vergezicht en dakkapel
Wat moet je als raadslid weten over de leefomgeving? Tot waar reikt je invloed en tot waar wil je dat die reikt? In de ene gemeente beperkt de gemeenteraad zich tot de grote lijn, in de andere wordt in raadsvergaderingen levendig gediscussieerd over schuurtjes, woonerven en paardenstallen. PONT ging in gesprek met drie experts en trekt een paar conclusies. “Als raadslid moet je bij uitstek het grotere plaatje van de leefomgeving zien. Dat vraagt niet alleen begrip van de leefomgeving zelf, maar ook van het politieke en juridische speelveld.”
26 June 2026
Artikelen
Artikelen
De gemeenteraad bepaalt als hoogste orgaan binnen een gemeente de omgevingsvisie, stelt beleidskaders vast en maakt keuzes voor de lange termijn. Voor raadsleden is dat niet altijd eenvoudig, want zeker aan het begin van hun ambtsperiode hebben zij vaak beperkte kennis van de leefomgeving en het stelsel daaromheen. Dat leidt tot onzekerheid of stroeve processen.
“We vroegen raadsleden aan welke informatie ze behoefte hebben. Een van hen zei: ‘Je krijgt allerlei stukken en voorstellen voorgelegd, maar in het begin wist ik eigenlijk niet waar ik op moest letten. Ik had geen idee wat ik met zo’n voorgestelde wijziging in het omgevingsplan aan moest.’”
Aan het woord is Nova Bernards, coauteur van het in april verschenen boekje Leefomgeving voor raadsleden. Hierin worden raadsleden – en andere geïnteresseerden – in kort bestek wegwijs gemaakt in de wereld van de leefomgeving, die tegenwoordig reikt van ruimtelijke vraagstukken tot milieukwesties, van bodembeleid tot grondrechten en van parkeerproblemen tot de stikstofproblematiek.

Het is een complex speelveld, ook (of nog meer?) sinds de invoering van de Omgevingswet in 2024. Behalve praktische overwegingen dient ruimtelijk beleid rekening te houden met onder andere de gezonde leefomgeving, duurzaamheid en veiligheid. In de praktijk is niet voor elk van die factoren voldoende aandacht. “De belangen van de leefomgeving sneeuwen soms onder bij economische en financiële belangen,” zegt Irma Dekker, ook onderdeel van het auteursteam van het boekje. “Dan zijn er wel ambities voor klimaatadaptatie of gezondheid, maar blijkt er uiteindelijk geen budget beschikbaar om die maatregelen ook daadwerkelijk uit te voeren.”
Steeds dezelfde discussies
Een belangrijk advies: maak duidelijke afspraken, zodat je je rol als raad zo goed mogelijk kunt pakken. Volgens Ron Visscher, adviseur/partner bij Ruimtemeesters en eveneens coauteur van hetzelfde boekje, heeft de in 2024 ingevoerde Omgevingswet gemeenten gedwongen om explicieter over de rolverdeling tussen Gemeenteraad, college en ambtenaren na te denken. “Dat zie je bijvoorbeeld terug in het bindend adviesrecht. Gemeenteraden moeten een lijst maken van de categorieën van aanvragen waarover zij bindend advies willen geven. Ze moeten zich daarbij afvragen: welke ontwikkelingen vinden wij zó belangrijk dat we daar als raad iets van willen vinden?”

De samenstelling van die lijst kan grote gevolgen hebben voor het functioneren van de gemeenteraad, vertelt Visscher in een interview met PONT. “Sommige raden hebben ervoor gekozen om vrijwel alles wat niet past binnen het omgevingsplan, onder het bindend adviesrecht te laten vallen. Dan komen er relatief veel dossiers langs de raad inclusief allerhande dakkappellen, kapvergunningen en dergelijke.”
“Andere gemeenten hebben veel scherper afgebakend wanneer de raad in beeld komt. Bijvoorbeeld alleen bij grote woningbouwontwikkelingen, projecten die afwijken van de omgevingsvisie of gevoelige onderwerpen zoals arbeidsmigratie of opvanglocaties. Overige zaken laten ze aan het College van B&W over.”
Visscher constateert dat gemeenten die daar goed over hebben nagedacht, vaak beter uit de voeten kunnen met het systeem. “Dan is vooraf duidelijk wanneer de raad aan zet is en wanneer niet. Bij andere gemeenten, waar die lijst voor bindend advies soms vluchtig of ondoordacht is samengesteld, zie je dat politieke discussies zich voortdurend herhalen, met meestal dezelfde conclusie dat men blijft bij de omgevingsvisie. Dat is zonde van alle tijd en energie.”
Want uiteindelijk is de gemeenteraad er voor de visie op hoofdlijnen; een visie die, voor wie niet uitzoomt naar het grotere plaatje, soms verzandt in details. Vervolgens is het aan anderen om aan de omgevingsvisie – en het daarop gebaseerde omgevingsplan – specifiek invulling te geven.
Botsende belangen
Die hoofdlijn is nooit naar ieders wens en in lijn met elk denkbaar belang. Verre van dat. Voor raadsleden is het belangrijk te weten dat thema’s en belangen binnen de leefomgeving voortdurend interacteren en botsen. Zo vertelt Irma Dekker dat een keuze voor nieuwe energie-infrastructuur direct kan raken aan natuurwaarden of cultureel erfgoed.
“Je zet niet zomaar een hoogspanningsleiding naast een historisch fort. Andersom geldt hetzelfde: keuzes op het gebied van erfgoed kunnen gevolgen hebben voor de ruimte die beschikbaar is voor andere opgaven.”
Politiek is keuzes durven maken
Regelmatig wordt daarin de makkelijke weg bewandeld. Omgevingsvisies blijven vaak abstract en proberen verschillende belangen naast elkaar te laten bestaan. Zo wordt discussie vermeden, maar wordt ook geen strakke richting gekozen en worden geen problemen opgelost.
Vroeg of laat moeten er toch keuzes worden gemaakt. Meestal gebeurt dat te laat, waarschuwt Dekker in gesprek met PONT. “Je kunt niet overal tegelijk voor natuur, verkeer én woningbouw kiezen. Op een gegeven moment moet je prioriteiten stellen. Als je die keuzes niet expliciet maakt, loop je daar later bij concrete besluiten telkens weer tegenaan.”
Kinderdagverblijf naast een snelweg
Als je eenmaal knopen aan het doorhakken bent, denk dan vooral aan de lange termijn. Wat bijvoorbeeld te denken van een kinderdagverblijf vlak naast een snelweg? Dekker: “Het is daarbij belangrijk om de juiste vragen te stellen. Als je aan de voorkant de GGD betrekt en in kaart brengt wat de gezondheidseffecten zijn, kun je misschien tot andere keuzes komen. Of: is bij een woningbouwproject rekening gehouden met eenzaamheid door ook een ontmoetingsruimte te creëren, zodat het sociaal domein straks geen dure maatregelen hoeft te nemen om voor meer sociale cohesie te zorgen? Dat zijn precies de vragen die helpen om verder te kijken dan alleen de korte termijn.”
In de besognes van alledag verdwijnt die lange termijn weleens uit beeld, net als het monitoren van het beleid. Worden de ambities uit de omgevingsvisie eigenlijk wel gehaald? Welke effecten hebben genomen maatregelen? En hoe wordt dat gevolgd? “Die vragen worden verrassend weinig gesteld,” constateert Bernards. “Terwijl monitoring juist helpt om te beoordelen of beleid daadwerkelijk oplevert wat je ervan verwacht.”
Want dat is uiteindelijk waar een gemeenteraad écht mee scoort: niet met het politieke spel, maar met aansprekende resultaten die de gemeente vooruithelpen.
Je vindt hier meer informatie over het in april verschenen boek Leefomgeving voor raadsleden. Auteurs: Nora van Biezen, Irma Dekker, Nova Bernards en Ron Visscher (allen werkzaam bij Ruimtemeesters).


