De EU-ministers verantwoordelijk voor economie hebben in november met elkaar afgesproken dat een vermindering van de regeldruk met 25% een doel is voor de nieuwe Europese Commissie. Nederland onderschrijft daarom het initiatief van de nieuwe EU-commissaris Henna Virkkunen om te analyseren hoe de (nieuwe) digitale wetgeving werkt voor het mkb en of voldoende rekening is gehouden met de behoeften en beperkingen van het mkb. Wat Nederland betreft het liefst binnen de 1e 100 dagen.

“Minister Dirk Beljaarts (Economische Zaken): “Er is sprake van een grote vernieuwing op de EU digitale interne markt. Die is van belang om ondernemers van klein tot groot groeikansen te geven, eerlijke concurrentie te bevorderen en consumenten beter te beschermen. Nu deze regels zijn ingevoerd of aanstaande zijn, is het goed om na te gaan of ze in de praktijk hun doel bereiken.”

“Mkb’ers die digitaal ondernemen weten bijvoorbeeld nu vaak niet waar ze moeten beginnen en hebben geen juridische capaciteit. Dus hoe weet je welke wet voor jou geldt en wat dat betekent? Of hier sterke regeldruk uit voort komt, is precies datgene wat in kaart moet komen. En als er inconsistenties of overlap zijn in (juridische) teksten, dan kunnen die worden aangepakt op EU-niveau.”

De 9 EU-lidstaten waaronder Nederland roepen de Europese Commissie op om gerichte paneldiscussies te organiseren met digitale mkb’ers om dit te verbeteren. Maar ook om juridische voorbeelden te verzamelen van definities van veelgebruikte woorden in de digitale EU-wetgeving die conflicteren. Zoals 'platform', 'data' en 'systeemrisico'. En AI-taalmodellen in te zetten om in die regelgeving te kijken naar kansen voor samenvoeging en vereenvoudiging.

Voorbeeld: Nederlands cybersecuritybedrijf

Een willekeurige Nederlandse cybersecurityondernemer past steeds meer kunstmatige intelligentie (AI) – die ze zelf ontwikkelen – toe in hun product en verkoopt dit aan telecombedrijven, banken en aan de overheid in de EU. Hierdoor hebben ze tussen nu en een paar jaar te maken met de regels voor privacybescherming, AI, cyberveiligheid en data maar ook de sectorale regels die gelden voor de klant.

Gerelateerd nieuws

AI is niet meer weg te denken, maar tegen welke prijs?

Kunstmatige intelligentie (AI) heeft in recordtempo de sprong gemaakt van technologische belofte naar alledaags hulpmiddel. Op kantoor, in de klas, bij de overheid en ja, ook in de journalistiek is AI inmiddels een vast onderdeel van het werkproces. Wie in 2026 nog denkt dat het een speeltje is voor techbedrijven, hoeft alleen maar een willekeurig gemeentehuis binnen te lopen. Nederlandse ambtenaren gebruiken steeds vaker AI-toepassingen bij hun werk, meldde de Volkskrant onlangs. Vooral bij gemeenten is het gebruik sterk toegenomen.

Controleren van je werknemers

Het komt vaak voor dat werkgevers vermoedens hebben van ongewenst gedrag bij werknemers, zoals diefstal bij cliënten, mishandeling, onrechtmatig delen van foto’s of structureel onvoldoende functioneren (vooral bij thuiswerken). Ingrijpen kan noodzakelijk lijken, maar het ontbreken van bewijs schept juridische risico’s.

De AP in 2026: focus op massasurveillance, AI en digitale weerbaarheid

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelt drie prioriteiten centraal voor de periode 2026-2028: massasurveillance, artificiële intelligentie (AI) en digitale weerbaarheid. Met deze prioriteiten wil de AP mensen nog beter beschermen in een verder digitaliserende wereld. Het jaarplan 2026 beschrijft welke stappen de AP dit jaar gaat zetten binnen deze prioriteiten.

Vitale infrastructuur op Amerikaanse servers: Solvinity en de grenzen van Nederlandse digitale autonomie

De mogelijke overname van de Nederlandse IT‑dienstverlener Solvinity door de Amerikaanse gigant Kyndryl zorgt voor grote onrust in de politiek en bij toezichthouders. Tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer op 27 januari 2026 waarschuwden experts en belangenorganisaties dat de continuïteit van vitale digitale processen, waaronder DigiD, in gevaar komt door een te grote afhankelijkheid van buitenlandse spelers. De discussie raakt de kern van de Nederlandse digitale soevereiniteit: wie heeft feitelijk de regie over de infrastructuur waar burgers en overheid dagelijks op vertrouwen?