Op 1 augustus 2024 is de Europese wet op Artificiële Intelligentie, beter bekend als de AI-verordening, in werking getreden. Deze wet verplicht alle lidstaten van de EU onder andere om toezichthouders te identificeren die erop toezien dat grondrechten worden gerespecteerd en beschermd bij het toepassen van AI. Het College is vastgesteld als grondrechtenautoriteit in zijn hoedanigheid als nationaal instituut voor de rechten van de mens en als gelijke behandelingsorgaan. Daarnaast zijn de Autoriteit Persoonsgegevens, de procureur-generaal bij de Hoge Raad, de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State, het gerechtsbestuur van de Centrale Raad van Beroep en het gerechtsbestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vastgesteld als grondrechtenautoriteiten voor het gegevensbeschermingsrecht.

Kansen en risico's AI

Nico Schrijver, interim voorzitter van het College: "AI-toepassingen bieden veel voordelen en kansen. Maar zaken als de kinderopvangtoeslagaffaire tonen aan dat het gebruik van AI en algoritmen ook risico's met zich mee kan brengen voor de mensenrechten. Om die risico’s zoveel mogelijk te beperken en te beheersen, is effectief grondrechtentoezicht noodzakelijk. Het College is goed in staat en graag bereid om die belangrijke taak op zich te nemen, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan."

Voorwaarden voor effectief grondrechtentoezicht

In een advies aan de betrokken bewindspersonen geeft het College aan wat essentieel is om zijn rol als grondrechtentoezichthouder AI effectief in te kunnen richten. Het gaat samengevat om: 

  • Dat het grondrechtentoezicht niet alleen gericht moet worden op gelijke behandeling en gegevensbescherming, maar op bescherming van alle grondrechten en mensenrechten, inclusief rechtsbescherming, vrijheid van meningsuiting en sociale grondrechten. 

  • Een proactieve aanpak met aandacht voor voorlichting, risicosignalering, onderzoek en advisering; het is niet voldoende te reageren op meldingen van mogelijke schendingen. 

  • Een duidelijke taakverdeling, goede samenwerking en informatie- en kennisuitwisseling tussen alle betrokken partijen. 

  • Voldoende bevoegdheden; het aanvullen van het mandaat van het College met de mogelijkheid tot het onderzoeken van discriminatoir overheidshandelen. 

  • Extra capaciteit en middelen zodat het College de bestaande wettelijke taken onbeperkt kan blijven uitvoeren.

Voorbereiding op rol als grondrechtentoezichthouder

Komende periode wordt het grondrechtentoezicht op AI verder uitgewerkt en ingericht. Het toezicht op zogenaamde hoog-risicosystemen moet vanaf augustus 2026 worden uitgevoerd. Daarvoor moet al gestart worden met kennisopbouw, voorlichting en bewustwording, zodat alle betrokken partijen hier tijdig op zijn voorbereid.   

Zie ook:

Gerelateerd nieuws

Waar eindigt de mens en begint de machine?

In deze zaak kreeg het Amtsgericht München de vraag voorgelegd hoe auteursrechtelijke bescherming moet worden toegepast op AI‑gegenereerde content. Waar mijn collega Luuk Jonker eerder schreef over AI‑gegenereerde songteksten, richt deze nieuwe zaak zich op iets visueels: drie door AI gemaakte logo’s.

Data & Privacy

AI onder de loep: de dunne lijn tussen innovatie en verboden praktijken

In april 2021 presenteerde de Europese Commissie het wetsvoorstel voor de AI-verordening. De noodzaak van deze regelgeving werd duidelijk door de snelle technologische ontwikkelingen en de risico’s die AI met zich meebrengt voor de veiligheid van producten en de grondrechten van EU-burgers. Toen het voorstel werd geïntroduceerd, kon niemand voorspellen hoe generatieve AI, zoals ChatGPT, in 2023 de wereld zou veranderen. Haast was dus geboden. Nu is haast in het juridische domein iets anders van aard dan in het IT-domein. Ruim drie jaar na indiening van het wetsvoorstel trad de AI-verordening in augustus 2024 in werking. De verboden uit de AI-verordening en de vereisten voor AI-geletterdheid zijn op dit moment al van toepassing, de vereisten voor hoog risico-systemen nog niet.

Online drogisterijen en webshops delen gevoelige gezondheidsdata met Big Tech

Dat blijkt uit onderzoek van Investico, in samenwerking met De Groene Amsterdammer en tv-programma Radar. Privacy First dringt aan op actie om deze praktijken te stoppen.

Nederland als privacygidsland: voorbij het DPIA-infuus

Tijdens de Nationale Privacy Conferentie op 28 januari 2026 opende Bart Schellekens met een prikkelende vraag: kan Nederland zich positioneren als privacygidsland? In zijn lezing – en in het gesprek dat PONT | Data & Privacy daarna met hem voerde – schetste hij een land dat op een kantelpunt staat. “Ik denk dat we het in Nederland heel goed doen. Een ruim voldoende is denk ik terecht”. Maar dat betekent niet dat er geen werk meer aan de winkel is.