Inzicht in de sector

De ggz staat voor een belangrijke maatschappelijke opgave. Er zijn lange wachttijden en we zien dat mensen met een complexe zorgvraag het langste wachten. In nauwe samenwerking met het zorgveld is het zorgprestatiemodel op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. In dit nieuwe bekostigingsmodel speelt de zorgvraagtypering een belangrijke rol. Met de zorgvraagtypering brengen we in kaart hoeveel zorg bepaalde groepen patiënten nodig hebben. De gegevens die we ontvangen, gebruiken we om zicht te krijgen op de zorgvraag op groepsniveau en niet van individuele patiënten. Met dit inzicht kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders afspraken maken om ervoor te zorgen dat de mensen die de zorg het hardste nodig hebben, deze ook krijgen. Zo kan de schaarse zorg het beste worden ingezet.

Waarborgen privacy

De NZa gaat zorgvuldig om met de aangeleverde gegevens. Zo worden de gegevens aangeleverd zonder persoonlijke kenmerken. Ook worden de gegevens gescheiden bewaard van andere gegevens die de NZa heeft. Slechts een paar personen hebben toegang tot de dataset en deze wordt binnen twee jaar verwijderd. Op basis van de data en met de genomen voorzorgsmaatregelen kan de NZa niet zien wie zorg gebruikt. En ook niet om hoeveel en welke zorg het gaat. We gebruiken de dataset alleen voor het verbeteren van de zorgvraagtypering en de contractering tussen zorgaanbieders en verzekeraars.

Voor meer verdieping PONT | Zorg & Sociaal , opent in nieuw tabblad

Gerelateerd nieuws

College oordeelt: uitsluiting homoseksuele mannen bij geneesmiddelenonderzoek is discriminatie

Een onderzoeksinstituut, CTC Netherlands B.V, heeft mannen gediscrimineerd op grond van hun homoseksuele gerichtheid door hen uit te sluiten van deelname aan een geneesmiddelenonderzoek. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens. CTC Netherlands B.V. liet alleen mannen met een heteroseksuele relatie toe tot een onderzoek naar een nieuw middel tegen erectiestoornissen.

Nederland als privacygidsland: voorbij het DPIA-infuus

Tijdens de Nationale Privacy Conferentie op 28 januari 2026 opende Bart Schellekens met een prikkelende vraag: kan Nederland zich positioneren als privacygidsland? In zijn lezing – en in het gesprek dat PONT | Data & Privacy daarna met hem voerde – schetste hij een land dat op een kantelpunt staat. “Ik denk dat we het in Nederland heel goed doen. Een ruim voldoende is denk ik terecht”. Maar dat betekent niet dat er geen werk meer aan de winkel is.

AI-geletterdheid: wat moet de OR hiermee?

AI en machine learning doen in hoog tempo hun intrede binnen Nederlandse organisaties. Denk aan ChatGPT‑achtige systemen, analyse‑tools of geautomatiseerde besluitvorming. Deze technologieën kunnen processen versnellen en kwaliteit verhogen, maar brengen ook risico’s met zich mee voor werknemersrechten, arbeidsomstandigheden en werkgelegenheid.

AI is niet meer weg te denken, maar tegen welke prijs?

Kunstmatige intelligentie (AI) heeft in recordtempo de sprong gemaakt van technologische belofte naar alledaags hulpmiddel. Op kantoor, in de klas, bij de overheid en ja, ook in de journalistiek is AI inmiddels een vast onderdeel van het werkproces. Wie in 2026 nog denkt dat het een speeltje is voor techbedrijven, hoeft alleen maar een willekeurig gemeentehuis binnen te lopen. Nederlandse ambtenaren gebruiken steeds vaker AI-toepassingen bij hun werk, meldde de Volkskrant onlangs. Vooral bij gemeenten is het gebruik sterk toegenomen.