Uit het onderzoek komt naar voren dat zowel burgers als beleidsmakers het belangrijk vinden dat mensen autonoom zijn in hun keuzes over sport en beweging. Mensen moeten dus vrij zijn om te kiezen. Tegelijkertijd delen zij het ook beeld dat er een verschil is tussen wat mensen willen en wat ze uiteindelijk doen en dat het voor mensen veel uitmaakt of andere mensen in hun omgeving veel bewegen en je dat samen kan doen.

Het autonome mensbeeld weegt zwaar in de voorkeuren voor beleid: de overheid wordt vooral een faciliterende rol toebedeeld, die vooral niet ‘betuttelend’ of dwingend moet zijn. Dat burgers deze voorkeur delen is positief voor de herkenbaarheid van het sport- en beweegbeleid. Tegelijkertijd schuilt er een risico in dit gedeelde mensbeeld. Deze consensus heeft er tot nu toe niet toe geleidt dat mensen voldoende zijn gaan bewegen en kan er voor zorgen dat beleidsoplossingen die op gespannen voet staan met het autonome mensbeeld worden gemist.

Welke opties heeft de overheid binnen het sport- en beweegbeleid?

De overheid kan allereerst mogelijkheden zoeken binnen het dominante mensbeeld, waarbij het beleid wordt versterkt met kleine stappen die op draagvlak kunnen rekenen, bijvoorbeeld door het actief maar vrijblijvend stimuleren van bewegen en/of sporten op het werk, of bewegen een grotere rol te laten spelen in het onderwijs.

Ook kan het onderliggende mensbeeld kan ter discussie worden gesteld. Want het blijkt voor veel mensen niet eenvoudig uit zichzelf voldoende te gaan bewegen, ook als ze dit zelf willen. Dat zou betekenen daadkrachtiger beleid te voeren, met het risico dat mensen dit betuttelend zullen vinden.

Aan een dominant mensbeeld is moeilijk te ontkomen zonder het bewust onder ogen te zien en in andere oplossingsrichtingen te denken. Dat geldt niet alleen voor sport- en beweegbeleid, maar ook voor andere vraagstukken waar het idee van een terughoudende, maar faciliterende overheid en een autonome en verantwoordelijke burger een grote rol speelt.

Voor meer verdieping PONT | Zorg & Sociaal , opent in nieuw tabblad

Gerelateerd nieuws

College oordeelt: geen leeftijdsdiscriminatie bij keuze voor spreidingstermijn van tien jaar in nieuw pensioenstelsel

ABN AMRO en het pensioenfonds van de bank maken geen verboden onderscheid op grond van leeftijd door bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een spreidingstermijn van tien jaar toe te passen. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens.

Werk voor statushouders en Oekraïense ontheemden: ‘Mensen wíllen bijdragen, laten we zorgen voor perspectief’

De weg naar werk is voor statushouders en Oekraïense ontheemden geen strak aangeveegd paadje. Ze willen wel werken, maar vinden niet altijd een baan. Of ver onder hun niveau. Of pas na zo lang wachten, dat hun motivatie flink is gedaald. In een verkort adviestraject verkent de SER mogelijke oplossingen. ‘Werken helpt om als mens tot je recht te komen.’

PONT-gesprek: “Wonen in de stad trekt het meest, dus zet in op metropolen”

Laurens Ivens stond bekend als ‘kampioen woningen bouwen’. Toch wordt de oud-wethouder in Amsterdam zelf regelmatig geconfronteerd met de keerzijde van ver doorgevoerde gemeentelijke bouwdrift: “Als ik door Amsterdam fiets, ben ik eerlijk gezegd niet op elke gerealiseerde wijk even trots”. Met Hans Koster, hoogleraar Stedelijke economie en vastgoed, ging Ivens voor de camera van PONT in op de uitdagingen binnen de woningmarkt op gemeentelijk niveau. Hoe creëren we genoeg extra woonruimte? En wat maakt een geslaagde wijk?

Toekomstvisie Limburg 2050: integraal kompas voor een provincie in transitie

De provincie Limburg heeft de Toekomstvisie Limburg 2050 vastgesteld. Daarmee kiest Limburg voor een heldere en samenhangende koers richting de lange termijn. AT Osborne werkte samen met PosadMaxwan, Stec Groep, Goudappel en Generation Energy in een consortium dat de provincie ondersteunde bij de ontwikkeling van deze integrale visie.