Hoewel het nog niet vaststaat dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) de officiële toezichthouder voor de AI Act wordt, schetst zij al wel kaders voor het gebruik van AI- toepassingen. Laan: “De AP is duidelijk aan het voorsorteren om de primaire lokale toezichthouder op het gebied van AI te worden.”

Maar niet alleen de AP bereidt zich voor op de nieuwe regulering. Ook functionarissen gegevensbescherming (FG’s) dienen zich in te lezen in de nieuwe regulering in het digitale domein. “De AP stuurt erop aan dat Privacy Officers en FG’s zich verdiepen en gaan nadenken over de AI act,” aldus Laan.

Privacy Officers en FG’s moeten dus zelf kijken naar de mogelijke impact die de AI Act op de informatiehuishouding van hun organisatie zal hebben. Vonne Laan: “Het is duidelijk dat de AP wil dat FG’s hier iets mee doen, de vraag is alleen wat. Neem je de AI Act alleen mee in je rol als interne toezichthouder voor zover er persoonsgegevens worden verwerkt bij AI? Of zeg je als FG: ik ga ook als interne AI-toezichthouder functioneren en in de breedte – dus ook buiten het perspectief van de AVG - kijken of die systemen compliant zijn, voorsorterend op de AI Act.” Aldus Laan. “Dat laatste zal ook impact hebben op het gehele privacyteam. Als de FG toezicht gaat houden op AI compliance, in hoeverre zal het privacyteam dan betrokken zijn bij het waarborgen van de compliance?”

Governance

Organisaties die gebruikmaken van AI en onder de AI Act vallen moeten dus beoordelen hoe ze de regelgeving organisatorisch willen inrichten. Laan stelt dat veel organisaties in het kader van de AVG nog moeten werken aan governance. “In het kader van het volwassen worden van de AVG en de governance binnen organisaties moet vaak nog wel wat gebeuren als het op de onafhankelijkheid van de FG aankomt. Het moet geen slager zijn die zijn eigen vlees keurt. De FG moet dus niet zelf het werk uitvoeren en naderhand zijn eigen werk nakijken. De scheidslijnen tussen de FG enerzijds en Privacy Officers anderzijds, kan vaak nog duidelijker worden ingekaderd. Bijvoorbeeld in een beleidsstuk. De onafhankelijkheid van de FG brengt mee dat zij alleen informeert, adviseert en controleert. Dat dient ook te blijken uit de vastlegging van de posities van degenen die intern zijn betrokken bij privacy compliance.”

Volgens Laan kunnen de nieuwe wetten afleiden van privacy-compliance. Want hoewel er een aantal jaar geleden voldoende budget was voor de implementatie van de privacy- regelgeving binnen organisaties, wijst Laan op het effect dat nieuwe wetgeving heeft op de rol van FG’s. “De AI Act en andere nieuwe Europese datawetten werken soms als bliksemafleiders waardoor de FG moeilijker budget loskrijgt voor privacy-compliance gerelateerde zaken.” Al met al staan Privacy Officers en FG’s dus voor aanzienlijke uitdagingen in dit nieuwe wetgevingslandschap.

Meer weten over de rol van Privacy Officers in dit nieuwe juridische landschap? Klik hier voor de opleiding “De Nieuwe Privacy Officer: ontwikkel jezelf tot een privacy professional.”

Gerelateerd nieuws

College oordeelt: uitsluiting homoseksuele mannen bij geneesmiddelenonderzoek is discriminatie

Een onderzoeksinstituut, CTC Netherlands B.V, heeft mannen gediscrimineerd op grond van hun homoseksuele gerichtheid door hen uit te sluiten van deelname aan een geneesmiddelenonderzoek. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens. CTC Netherlands B.V. liet alleen mannen met een heteroseksuele relatie toe tot een onderzoek naar een nieuw middel tegen erectiestoornissen.

Nederland als privacygidsland: voorbij het DPIA-infuus

Tijdens de Nationale Privacy Conferentie op 28 januari 2026 opende Bart Schellekens met een prikkelende vraag: kan Nederland zich positioneren als privacygidsland? In zijn lezing – en in het gesprek dat PONT | Data & Privacy daarna met hem voerde – schetste hij een land dat op een kantelpunt staat. “Ik denk dat we het in Nederland heel goed doen. Een ruim voldoende is denk ik terecht”. Maar dat betekent niet dat er geen werk meer aan de winkel is.

AI-geletterdheid: wat moet de OR hiermee?

AI en machine learning doen in hoog tempo hun intrede binnen Nederlandse organisaties. Denk aan ChatGPT‑achtige systemen, analyse‑tools of geautomatiseerde besluitvorming. Deze technologieën kunnen processen versnellen en kwaliteit verhogen, maar brengen ook risico’s met zich mee voor werknemersrechten, arbeidsomstandigheden en werkgelegenheid.

AI is niet meer weg te denken, maar tegen welke prijs?

Kunstmatige intelligentie (AI) heeft in recordtempo de sprong gemaakt van technologische belofte naar alledaags hulpmiddel. Op kantoor, in de klas, bij de overheid en ja, ook in de journalistiek is AI inmiddels een vast onderdeel van het werkproces. Wie in 2026 nog denkt dat het een speeltje is voor techbedrijven, hoeft alleen maar een willekeurig gemeentehuis binnen te lopen. Nederlandse ambtenaren gebruiken steeds vaker AI-toepassingen bij hun werk, meldde de Volkskrant onlangs. Vooral bij gemeenten is het gebruik sterk toegenomen.