Financiële persoonsgegevens lopen risico

Op dit moment wordt de privacy van burgers op grote schaal bedreigd door grote advertentiebedrijven zoals Facebook en Google. Tot op zekere hoogte kun je jezelf echter onttrekken aan de pogingen van deze bedrijven om alles over je te weten te komen.

Financiële persoonsgegevens zijn tot nu toe redelijk buiten schot gebleven van de datahonger van de internetgiganten en overheden. Het is veel moeilijker voor mensen om hun financiële persoonsgegevens te beschermen omdat je nu eenmaal niet zonder banken, verzekeraars en andere financiële instellingen kunt. Die instellingen bieden essentiële producten aan, bijvoorbeeld een WA-verzekering of een betaalrekening, zonder welke burgers niet volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun privacy bij hun bank gewaarborgd is en dat de overheid hun privacy niet stelselmatig schendt door aan de achterdeur bij banken stelselmatig hun data op te vragen en die data vervolgens met elkaar en andere nationale en internationale overheidsinstanties te delen. Dit zou het wettelijke grondrecht op gegevensbescherming tot een dode letter maken.

Daar komt bij dat veel overheidsinstanties al toegang hebben tot bankrekeninggegevens van Nederlanders, bijvoorbeeld via het Verwijzingsportaal Bankgegevens.

Toezichthouders zoeken naar data voor ‘machine learning’

Privacy First heeft geconstateerd dat internationale financiële samenwerkingsverbanden zoals de Bank for International Settlements (BIS) bepleiten dat financiële toezichthouders gebruikmaken van kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI). Die kunstmatige intelligentie moet door middel van persoonsgegevens en andere gedetailleerde gegevens van personen en organisaties (‘granulaire data’) getraind worden. Gevolg van deze veronderstelling is dat de toezichthouders proberen aan zoveel mogelijk granulaire data te komen, waartoe de financiële persoonsgegevens van iedere burger behoren.

Privacy First vindt dat ongewenst en wijst op het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) van mei 2021, bekendgemaakt via het nieuwsbericht ‘Politiek moet in actie komen om burgers te beschermen tegen uitdijende datahonger‘. De ROB bepleit een volwassen afweging van de noodzaak om persoonsgegevens aan de overheid te verschaffen, een afweging die in de voorstellen van het ministerie van Financiën ontbreekt.

Grootschalige verwerking van persoonsgegevens door AFM en DNB vindt al plaats

Daar komt nog bij dat zowel AFM als DNB al op grote schaal granulaire data verwerken. Voorbeeld zijn de persoonsgegevens die AFM verwerkt op grond van Mifid 2: weinig beleggers zijn ervan op de hoogte dat de AFM bij iedere aandelenkoop of -verkoop paspoortnummers en/of fiscale nummers en geboortedata van de betrokken belegger ontvangt. Verder ontvangt AFM van pensioenfondsen op grote schaal persoonsgegevens van burgers. DNB ontvangt persoonsgegevens bij uitvoering van het depositogarantiestelsel, onder meer adressen en telefoonnummers, en verwerkt op grote schaal persoonsgegevens in het kader van het witwasbestrijdingstoezicht. Beide toezichthouders ontvangen op grote schaal persoonsgegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Verantwoording en grondrechtentoetsing gewenst

Privacy First stelt voor dat eerst verantwoording wordt afgelegd van de huidige verwerking van granulaire gegevens door DNB en AFM en dat vervolgens door middel van een adequate grondrechtentoetsing wordt vastgesteld of er wel redenen zijn om financiële instellingen te verplichten extra gegevens te leveren.

Verder achten wij het ongewenst dat de uitwerking van het type persoonsgegevens dat financiële instellingen moeten verschaffen niet plaatsvindt in een wet, maar in een algemene maatregel van bestuur. Voorts is niet transparant hoe de toezichthouders de van financiële instellingen verkregen gegevens gaan koppelen aan andere datasets waarover zij beschikken en dient daar helderheid over te komen. Verschaffing van granulaire data aan internationale organisaties hoort naar de mening van Privacy First niet plaats te vinden.

Tot slot is gewenst dat er onafhankelijk gegevensverwerkingstoezicht op AFM en DNB wordt gecreëerd en dat wordt gezorgd voor andere waarborgen om te voorkomen dat de financiële toezichthouders verkeerd omgaan met persoonsgegevens en andere granulaire data.

[*] Consultatie Wet rapportage hypotheekmarkt DNB en Consultatie Wet toezichtondersteunende rapportage AFM. Lees HIER het volledige commentaar van Privacy First bij de DNB-consultatie en HIER ons identieke commentaar bij de AFM-consultatie.

Over de auteurs

  • Vincent Böhre

    Vincent Böhre ging vanuit idealisme internationaal recht studeren, specialiseerde zich in mensenrechten en was op dat terrein voor diverse organisaties actief. Hij is sinds 2011 directeur en jurist van Privacy First en richt zich vooral op onze rechtszaken, politieke lobby, onderzoek en woordvoering.

Gerelateerd nieuws

Waar eindigt de mens en begint de machine?

In deze zaak kreeg het Amtsgericht München de vraag voorgelegd hoe auteursrechtelijke bescherming moet worden toegepast op AI‑gegenereerde content. Waar mijn collega Luuk Jonker eerder schreef over AI‑gegenereerde songteksten, richt deze nieuwe zaak zich op iets visueels: drie door AI gemaakte logo’s.

Data & Privacy

AI onder de loep: de dunne lijn tussen innovatie en verboden praktijken

In april 2021 presenteerde de Europese Commissie het wetsvoorstel voor de AI-verordening. De noodzaak van deze regelgeving werd duidelijk door de snelle technologische ontwikkelingen en de risico’s die AI met zich meebrengt voor de veiligheid van producten en de grondrechten van EU-burgers. Toen het voorstel werd geïntroduceerd, kon niemand voorspellen hoe generatieve AI, zoals ChatGPT, in 2023 de wereld zou veranderen. Haast was dus geboden. Nu is haast in het juridische domein iets anders van aard dan in het IT-domein. Ruim drie jaar na indiening van het wetsvoorstel trad de AI-verordening in augustus 2024 in werking. De verboden uit de AI-verordening en de vereisten voor AI-geletterdheid zijn op dit moment al van toepassing, de vereisten voor hoog risico-systemen nog niet.

Online drogisterijen en webshops delen gevoelige gezondheidsdata met Big Tech

Dat blijkt uit onderzoek van Investico, in samenwerking met De Groene Amsterdammer en tv-programma Radar. Privacy First dringt aan op actie om deze praktijken te stoppen.

Nederland als privacygidsland: voorbij het DPIA-infuus

Tijdens de Nationale Privacy Conferentie op 28 januari 2026 opende Bart Schellekens met een prikkelende vraag: kan Nederland zich positioneren als privacygidsland? In zijn lezing – en in het gesprek dat PONT | Data & Privacy daarna met hem voerde – schetste hij een land dat op een kantelpunt staat. “Ik denk dat we het in Nederland heel goed doen. Een ruim voldoende is denk ik terecht”. Maar dat betekent niet dat er geen werk meer aan de winkel is.