Internationaalrechtelijke verplichtingen van staten met betrekking tot klimaatverandering

Op 23 juli 2025 bracht het Internationaal Gerechtshof (‘het Hof’) haar advies uit over de internationaalrechtelijke verplichtingen van staten met betrekking tot klimaatverandering. Het advies gaat in op de inhoud van deze verplichtingen en de rechtsgevolgen van het niet nakomen ervan. In dit blog bespreken wij de belangrijkste aspecten van dit advies.

19 November 2025

Op 23 juli 2025 bracht het Internationaal Gerechtshof (‘het Hof’) haar advies uit over de internationaalrechtelijke verplichtingen van staten met betrekking tot klimaatverandering. Het advies gaat in op de inhoud van deze verplichtingen en de rechtsgevolgen van het niet nakomen ervan. In dit blog bespreken wij de belangrijkste aspecten van dit advies.

1. Achtergrond van het adviesverzoek

resolutie 77/276een eerder blog

In haar advies beantwoordt het Hof de volgende twee hoofdvragen: (1) welke internationaalrechtelijke verplichtingen hebben staten om huidige en toekomstige generaties te beschermen tegen klimaatverandering, en (2) wat zijn de juridische gevolgen als staten deze verplichtingen niet nakomen. 

2. Bronnen van internationaal klimaatrecht

welke

Handvest van de VN

VN-KlimaatverdragKyoto ProtocolOvereenkomst van Parijs

VN Zeerechtverdrag

Verdrag van Wenen ter bescherming van de ozonlaag

internationaal gewoonterecht, waaronder de verplichting om aanzienlijke schade aan het milieu te voorkomen en de verplichting tot samenwerking voor de bescherming van het milieu;

internationale mensenrechten; en

andere beginselen, waaronder duurzame ontwikkeling, gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en respectieve capaciteiten, (intergenerationele) billijkheid, het voorzorgsbeginsel en het beginsel dat de vervuiler betaalt.

lex specialis

3. Verplichtingen op grond van het internationaal klimaatrecht

Het Hof formuleert in haar advies verschillende verplichtingen van staten. De belangrijkste verplichtingen verdeelt het Hof onder in verplichtingen op het gebied van mitigatie, adaptatie en samenwerking.  Gelet op de omvang van het advies bespreken wij in dit blogbericht alleen de mitigatieverplichtingen die het Hof formuleert op basis van de VN-Klimaatverdragen en het internationale gewoonterecht. Het Hof gaat in de uitspraak ook uitgebreider in op de adaptatie en samenwerkingsverplichtingen.  

Mitigatie vormt volgens het Hof de kern van de doelstellingen neergelegd in het VN-Klimaatverdrag. De belangrijkste (juridisch bindende) mitigatieverplichtingen van dit verdrag leest het Hof in artikel 4, dat de gezamenlijke en individuele verantwoordelijkheden van partijen om klimaatverandering tegen te gaan onderstreept. Het Hof wijst onder meer op resultaatsverplichtingen in dit artikel zoals het opstellen van nationale inventarislijsten van antropogene emissies per bron en verwijderingen per put, en inspanningsverplichtingen zoals de verplichting om samen te werken bij de ontwikkeling en verspreiding van technologieën en praktijken die de uitstoot van broeikasgassen beheersen, verminderen of voorkomen. 

eConference of the PartiesNationally determined contributions, 

with the view to achieving the purpose of this Agreement as set out in Article 2

due diligence

due diligence

staten moeten passende regels en maatregelen treffen;

staten moeten wetenschappelijke en technologische informatie verkrijgen en analyseren;

staten moeten rekening houden met bindende en niet-bindende normen, inclusief besluiten van COP's en aanbevolen technische normen;

de verwachte zorgvuldigheid is afhankelijk van economische ontwikkeling en beschikbare middelen. Ontwikkelde landen met meer capaciteit hebben hogere verplichtingen, maar alle staten moeten handelen naar hun vermogen;

ook bij wetenschappelijke onzekerheid mogen staten preventieve maatregelen niet uitstellen of achterwege laten;

staten moeten de risico's en gevolgen van activiteiten die broeikasgasemissies veroorzaken beoordelen op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis; en

staten moeten andere staten informeren en te goeder trouw overleggen wanneer geplande activiteiten een risico vormen voor aanzienlijke schade aan het klimaatsysteem of collectieve klimaatinspanningen beïnvloeden.

 

4. De gevolgen van het niet naleven van de internationale klimaatverplichtingen

De gevolgen van het niet naleven van de klimaatverplichtingen op grond van het internationale recht bespreekt het Hof aan de hand van drie onderdelen: (1) het toepasselijke recht, (2) staatsaansprakelijkheid in de context van klimaatverandering, en (3) de juridische gevolgen van een internationale onrechtmatige daad. 

4.1 Toepasselijke recht

due diligence

lex specialis

4.2 Staatsaansprakelijkheid in de context van klimaatverandering

Het Hof stelt vast dat het karakter en de omvang van de schade als gevolg van klimaatverandering aanleiding geven tot vragen over de toepassing van de gebruikelijke regels inzake staatsaansprakelijkheid. De hoofdproblemen zijn volgens het Hof de toerekening en causaliteit, die gelet op de bijzondere kenmerken van klimaatverandering om verduidelijking vragen.

Toerekening in de context van het vaststellen van de verantwoordelijkheid van een staat betekent volgens het Hof het toeschrijven van een bepaalde handeling of nalatigheid aan een staat. Sommige staten waren van mening dat de toepassing van de regels inzake staatsaansprakelijkheid in de context van klimaatverandering moeilijk is, aangezien de uitstoot van broeikasgassen op zich geen internationaal onrechtmatige daad is. Het Hof benadrukt dat de uitstoot van broeikasgassen op zich geen internationaal onrechtmatige daad vormt, maar een schending van de verplichtingen die het Hof eerder in dit advies heeft vastgesteld wel (te denken valt aan het nalaten van een staat om passende maatregelen te nemen om het klimaatsysteem te beschermen tegen broeikasgasemissies). Verder merkt het Hof op dat klimaatverandering weliswaar wordt veroorzaakt door cumulatieve broeikasgasemissies, maar dat het wetenschappelijk mogelijk is om de totale bijdrage van elke staat aan de wereldwijde emissies te bepalen, rekening houdend met zowel historische als huidige emissies. Het Hof is daarom van oordeel dat de regels inzake de verantwoordelijkheid van staten krachtens het internationaal gewoonterecht in principe geschikt zijn om een situatie aan te pakken, ook als er meerdere benadeelde of verantwoordelijke staten zijn.

Met betrekking tot de causaliteit merkt het Hof op dat het veroorzaken van schade geen vereiste is voor het vaststellen van aansprakelijkheid als zodanig, en dat causaliteit dus enkel een rol speelt bij het vaststellen van schadevergoeding. Het Hof verwijst naar de bestaande wettelijke norm voor het vaststellen van causaliteit die is ontwikkeld in de jurisprudentie van het Hof, die een voldoende direct en zeker causaal verband tussen de onrechtmatige daad en de geleden schade vereist, en is van oordeel dat deze norm ook in dit geval kan worden toegepast. Voor de toepassing van deze norm in de context van klimaatverandering merkt het Hof op dat causaliteit twee elementen omvat: (1) of een bepaalde klimatologische gebeurtenis of trend kan worden toegeschreven aan antropogene klimaatverandering, en (2) in hoeverre schade veroorzaakt door klimaatverandering kan worden toegeschreven aan een bepaalde staat of groep van staten. Het Hof erkent dat het causaal verband tussen onrechtmatige handelingen of nalatigheden van een staat en klimaatschade complexer is dan bij lokale vervuiling, maar stelt dat het vaststellen van causaal verband niet onmogelijk is. Of sprake is van een causaal verband, moet per geval worden beoordeeld aan de hand van de relevante elementen.

erga omneserga omnes

4.3 Juridische gevolgen van een internationaal onrechtmatige daad 

Het Hof merkt op dat de juridische gevolgen die verbonden kunnen worden aan een internationaal onrechtmatige daad afhangen van de specifieke schending in kwestie en van de aard van de specifieke schade. De verschillende juridische gevolgen omvatten de verplichting tot nakoming, de verplichting tot staking en garanties van niet-herhaling, en de verplichting tot het verlenen van schadevergoeding. 

Staten hebben een voortdurende plicht om hun verplichtingen na te komen. Als bijvoorbeeld een ontoereikende NDC wordt vastgesteld bij een staat die partij is bij de Overeenkomst van Parijs, dan kan deze staat worden gelast om een NDC vast te stellen die in overeenstemming is met de verplichtingen die gelden voor NDC’s. 

Bij een voortdurende internationaal onrechtmatige daad bestaat op grond van het internationaal gewoonterecht ook een verplichting tot beëindiging hiervan. Het Hof geeft aan dat deze verplichting bijvoorbeeld kan inhouden dat een staat alle bestuurlijke, wettelijke en andere maatregelen moet intrekken die onder de internationaal onrechtmatige daad vallen. Verder kan een staat worden verplicht om passende waarborgen en garanties te bieden dat de onrechtmatige daad zich niet zal herhalen.

Indien een causaal verband is vastgesteld tussen de onrechtmatige daad van een staat (of een groep staten) en de specifieke schade die is geleden door een benadeelde staat of benadeelde personen kan een verplichting tot het verlenen van schadevergoeding bestaan, in de vorm van restitutie, compensatie en/of genoegdoening. Het moet gaan om ‘volledige schadevergoeding’, wat betekent dat de schadevergoeding alle gevolgen van de onrechtmatige daad ongedaan moet maken en de situatie moet herstellen die naar alle waarschijnlijkheid zou hebben bestaan indien die daad niet was gepleegd. 

5. Waarin verschilt het advies van het Hof van eerdere klimaatzaken? 

UrgendaVerein KlimaSeniorinnen Schweiz e.a.  Zwitserlanddit eerdere blogdit blog

dit blogdit blog

Het advies van het Hof richt zich daarentegen op de horizontale verhouding tussen staten onderling. Het Hof verduidelijkt welke klimaatverplichtingen staten jegens elkaar hebben onder internationaal recht en op welke gronden staten elkaar kunnen aanspreken voor schendingen van deze klimaatverplichtingen. Daarmee legt het advies een internationaalrechtelijk fundament dat verder reikt dan de huidige rechtspraak over klimaatverplichtingen van staten

6. Tot slot

Het advies van het Hof is weliswaar niet juridisch bindend, maar wij verwachten dat het advies een belangrijke rol zal spelen in de verdere ontwikkeling van het internationaal recht op het gebied van klimaatverplichtingen en staatsaansprakelijkheid. Door de verplichtingen van staten te verduidelijken en het juridisch kader voor staatsaansprakelijkheid uit te werken, creëert het Hof een basis waarop staten elkaar kunnen aanspreken. Dit zal waarschijnlijk leiden tot een toename van interstatelijke klimaatzaken in de komende jaren als staten niet erin slagen om via politieke weg goede afspraken te maken over hoe zij hun verantwoordelijkheid om klimaatverandering tegen te gaan vorm zullen geven. Deze afspraken zullen ook compensatie moeten omvatten voor staten die al grote schade ondervinden door klimaatverandering.

Artikel delen