Volgens het College vormen grondrechten de absolute basis van de nieuwe wetgeving. Waar eerdere productregels zich vooral richtten op technische veiligheid, introduceert de AI-verordening een expliciete focus op menselijke waarden. AI-systemen kunnen namelijk vrijwel elk aspect van het dagelijks leven beïnvloeden: van het recht op onderwijs en privacy tot het recht op een eerlijk proces en non-discriminatie.

De 'Risicopiramide'

De verordening hanteert een risicogebaseerde aanpak, waarbij systemen met een "onacceptabel risico" simpelweg verboden worden. Dit betreft onder meer:

  • Manipulatieve AI: Systemen die menselijk gedrag doelbewust misleiden met schade tot gevolg.

  • Sociale scoring: Het beoordelen van burgers op basis van sociaal gedrag of persoonlijke kenmerken.

  • Emotieherkenning op school of werk: Het continu surveilleren van leerlingen of werknemers om hun gemoedstoestand te meten.

Voor systemen die als "hoog risico" worden aangemerkt — zoals AI in het onderwijs, de rechtspraak of bij de politie — gelden zeer strikte eisen voor datagovernance en menselijk toezicht.

Geen checklist, maar maatwerk

Een belangrijke conclusie van het College is dat grondrechtenbescherming niet in een simpele checklist te vangen is. "Toetsing moet altijd plaatsvinden in de context van een concreet systeem en de impact op mensen," stelt de publicatie. Dit betekent dat medewerkers die met AI werken 'mensenrechtengeletterd' moeten worden: zij moeten de specifieke risico's in hun eigen werkveld kunnen herkennen en beperken.

Nieuwe rol voor toezichthouders

De handhaving van deze regels brengt een nieuwe uitdaging voor markttoezichthouders, die nu ook grondrechten moeten gaan meewegen in hun oordeel. In Nederland zal het College voor de Rechten van de Mens optreden als een van de centrale grondrechtenautoriteiten om dit proces te ondersteunen en te monitoren.

De boodschap van het College is helder: het succes van de AI-verordening hangt uiteindelijk af van de vaardigheden van de mensen die de systemen ontwikkelen, gebruiken en controleren. Zonder een diepgaand begrip van de menselijke impact blijft de wet slechts een papieren tijger.

Download hier het rapport van het College voor de Rechten van de Mens

Gerelateerd nieuws

Waar eindigt de mens en begint de machine?

In deze zaak kreeg het Amtsgericht München de vraag voorgelegd hoe auteursrechtelijke bescherming moet worden toegepast op AI‑gegenereerde content. Waar mijn collega Luuk Jonker eerder schreef over AI‑gegenereerde songteksten, richt deze nieuwe zaak zich op iets visueels: drie door AI gemaakte logo’s.

Data & Privacy

AI onder de loep: de dunne lijn tussen innovatie en verboden praktijken

In april 2021 presenteerde de Europese Commissie het wetsvoorstel voor de AI-verordening. De noodzaak van deze regelgeving werd duidelijk door de snelle technologische ontwikkelingen en de risico’s die AI met zich meebrengt voor de veiligheid van producten en de grondrechten van EU-burgers. Toen het voorstel werd geïntroduceerd, kon niemand voorspellen hoe generatieve AI, zoals ChatGPT, in 2023 de wereld zou veranderen. Haast was dus geboden. Nu is haast in het juridische domein iets anders van aard dan in het IT-domein. Ruim drie jaar na indiening van het wetsvoorstel trad de AI-verordening in augustus 2024 in werking. De verboden uit de AI-verordening en de vereisten voor AI-geletterdheid zijn op dit moment al van toepassing, de vereisten voor hoog risico-systemen nog niet.

Online drogisterijen en webshops delen gevoelige gezondheidsdata met Big Tech

Dat blijkt uit onderzoek van Investico, in samenwerking met De Groene Amsterdammer en tv-programma Radar. Privacy First dringt aan op actie om deze praktijken te stoppen.

Nederland als privacygidsland: voorbij het DPIA-infuus

Tijdens de Nationale Privacy Conferentie op 28 januari 2026 opende Bart Schellekens met een prikkelende vraag: kan Nederland zich positioneren als privacygidsland? In zijn lezing – en in het gesprek dat PONT | Data & Privacy daarna met hem voerde – schetste hij een land dat op een kantelpunt staat. “Ik denk dat we het in Nederland heel goed doen. Een ruim voldoende is denk ik terecht”. Maar dat betekent niet dat er geen werk meer aan de winkel is.