AI en machine learning doen in hoog tempo hun intrede binnen Nederlandse organisaties. Denk aan ChatGPT‑achtige systemen, analyse‑tools of geautomatiseerde besluitvorming. Deze technologieën kunnen processen versnellen en kwaliteit verhogen, maar brengen ook risico’s met zich mee voor werknemersrechten, arbeidsomstandigheden en werkgelegenheid.

Een belangrijke verplichting uit de nieuwe AI‑Verordening is het bevorderen van AI‑geletterdheid. Maar wat houdt dat precies in? En welke rol heeft de ondernemingsraad (OR) hierbij?

AI-geletterdheid

Werkgevers moeten op grond van de AI‑Verordening zorgen voor voldoende AI‑geletterdheid bij iedereen die binnen of namens de organisatie met AI‑systemen werkt, dus ook werknemers. AI‑geletterdheid omvat méér dan weten hoe je een goede prompt formuleert. Het gaat ook om inzicht in de technische, sociale, ethische en praktische aspecten van een AI-systeem. Denk daarbij aan vragen als:

  • Wat gebeurt er wanneer ik een vraag invoer in het AI-systeem en hoe wordt een antwoord geformuleerd?

  • Wat zijn de risico’s en beperkingen van dit AI-systeem?

  • Zijn er vooroordelen (bias) aanwezig en hoe herken ik die?

  • Wanneer is dit AI-systeem een geschikt hulpmiddel en wanneer juist niet?

  • Wanneer is menselijk toezicht bij dit AI-systeem noodzakelijk en hoe is dit ingericht?

Rechten van de OR

Een van de rechten die de OR heeft is instemmingsrecht over elk voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling op het gebied van de personeelsopleiding. Dit volgt uit artikel 27 lid 1 sub f WOR. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het jaarlijks op te stellen personeelsopleidingsplan. Ook een regeling ten aanzien van de personeelsopleiding voor AI-geletterdheid kan hieronder vallen.

Dit is niet het enige recht wat de OR kan hebben in het kader van AI. Meer hierover en over de andere rechten van de OR vind je in onze blog: De rol van de ondernemingsraad bij AI.

5 tips voor de OR in het kader van AI-geletterdheid

  1. Vraag actief naar de stand van zaken: Informeer tijdens de overlegvergadering of de ondernemer al werkt aan AI‑geletterdheid en of dit is vastgelegd in een opleidingsplan.

  2. Breng AI‑gebruik binnen de organisatie in kaart: Welke AI‑systemen worden gebruikt, wie gebruikt ze en met welk doel? Dit geeft richting aan de benodigde kennis en vaardigheden en vormt de basis voor een passende regeling voor de personeelsopleiding.

  3. Inventariseer de ondersteuning voor werknemers: Krijgen werknemers éénmalig een cursus, of wordt AI‑geletterdheid structureel geborgd (bijvoorbeeld via een training elk kwartaal, een onboarding en een intern aanspreekpunt)?

  4. Bewaak de kwaliteit en actualiteit van het opleidingsplan: AI ontwikkelt zich snel. Zorg ervoor dat de regeling omtrent de personeelsopleiding regelmatig wordt geactualiseerd en aansluit bij nieuwe risico’s en toepassingen binnen de organisatie.

  5. Houd AI‑geletterdheid op de agenda: Maak AI een vast onderdeel van de overlegcyclus en vraag naar evaluaties, ervaringen en incidenten. Zo blijft de organisatie leren en verbeteren en kan in samenspraak met de ondernemer de regeling op het gebied van de personeelsopleiding telkens worden geüpdatet.

Over de auteurs

  • Karlijn van der Heijden

    Karlijn van der Heijden is sinds 2018 advocaat bij Wijn & Stael. Ze is gespecialiseerd in arbeidsrecht en adviseert en procedeert onder meer over zaken op het gebied van het cao- en medezeggenschapsrecht, overgang van onderneming, insourcing en outsourcing en reorganisaties. Ze treedt met name op voor werkgevers, werkgevers- en werknemersorganisaties en ondernemingsraden.

  • Melinda Oerlemans

    Melinda Oerlemans werkt sinds januari 2023 als advocaat bij Wijn & Stael. Zij is gespecialiseerd in arbeidsrecht, maar heeft ook veel affiniteit met het ondernemingsrecht. Ze adviseert en procedeert in onder meer ontslagzaken, bij reorganisaties en bij overgang van onderneming.

Gerelateerd nieuws

Nederland als privacygidsland: voorbij het DPIA-infuus

Tijdens de Nationale Privacy Conferentie op 28 januari 2026 opende Bart Schellekens met een prikkelende vraag: kan Nederland zich positioneren als privacygidsland? In zijn lezing – en in het gesprek dat PONT | Data & Privacy daarna met hem voerde – schetste hij een land dat op een kantelpunt staat. “Ik denk dat we het in Nederland heel goed doen. Een ruim voldoende is denk ik terecht”. Maar dat betekent niet dat er geen werk meer aan de winkel is.

AI is niet meer weg te denken, maar tegen welke prijs?

Kunstmatige intelligentie (AI) heeft in recordtempo de sprong gemaakt van technologische belofte naar alledaags hulpmiddel. Op kantoor, in de klas, bij de overheid en ja, ook in de journalistiek is AI inmiddels een vast onderdeel van het werkproces. Wie in 2026 nog denkt dat het een speeltje is voor techbedrijven, hoeft alleen maar een willekeurig gemeentehuis binnen te lopen. Nederlandse ambtenaren gebruiken steeds vaker AI-toepassingen bij hun werk, meldde de Volkskrant onlangs. Vooral bij gemeenten is het gebruik sterk toegenomen.

Controleren van je werknemers

Het komt vaak voor dat werkgevers vermoedens hebben van ongewenst gedrag bij werknemers, zoals diefstal bij cliënten, mishandeling, onrechtmatig delen van foto’s of structureel onvoldoende functioneren (vooral bij thuiswerken). Ingrijpen kan noodzakelijk lijken, maar het ontbreken van bewijs schept juridische risico’s.

De AP in 2026: focus op massasurveillance, AI en digitale weerbaarheid

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelt drie prioriteiten centraal voor de periode 2026-2028: massasurveillance, artificiële intelligentie (AI) en digitale weerbaarheid. Met deze prioriteiten wil de AP mensen nog beter beschermen in een verder digitaliserende wereld. Het jaarplan 2026 beschrijft welke stappen de AP dit jaar gaat zetten binnen deze prioriteiten.