Langdurige regenval en een hittegolf – bij de woorden alleen al komen de Nederlandse bedrijventerreinen in de problemen. Want volgens een analyse van Werklandschappen van de Toekomst, een initiatief van IVN Natuureducatie, zijn ze slecht voorbereid op wateroverlast.

Weinig rooskleurig

De analyse is de eerste die de ruim 3.700 bedrijventerreinen in Nederland beoordeelt op klimaat, gezondheid en biodiversiteit. De uitkomst is weinig rooskleurig: 70 procent is slecht voorbereid op wateroverlast door klimaatverandering en ruim 83 procent kampt met een duidelijk tekort aan groen.

Gemiddeld bestaat een bedrijventerrein voor zo’n 48 procent uit verhard oppervlak, zoals tegels of asfalt. Dat vergroot het risico op wateroverlast en hitte, omdat regenwater niet kan wegzakken in de bodem. De gevallen regen stroomt in plaats daarvan naar het watermanagementsysteem, dat zulke regenpieken steeds minder goed aankan, zeker nu hevige regenval vaker voorkomt.

Die kwetsbaarheid is niet zonder gevolgen: wateroverlast en hitte kunnen leiden tot schade aan gebouwen en verstoringen van vitale infrastructuur, zoals energievoorziening, telecom, drinkwater en transport. Dat is slecht nieuws, want op bedrijventerreinen werkt maar liefst een derde van de Nederlandse beroepsbevolking.

Hittestress

Vergroening kan een deel van die risico’s inperken. Meer beplanting en waterdoorlatende materialen helpen waterloverlast te verminderen en verlagen de temperatuur. Extra bomen dragen bovendien bij aan het welzijn en productiviteit van werknemers, door minder hittestress.

Maar een paar bomen plaatsen is echter niet genoeg. Ook de biodiversiteit op bedrijventerreinen blijft achter. Om die te verbeteren – en te voldoen aan de Europese Natuurherstelverordening – is meer variatie in beplanting nodig. Werklandschappen van de Toekomst legt uit dat een mix van bomen, struiken en andere begroeiing nodig is om bedrijventerreinen te laten uitgroeien tot ecologische schakels tussen stad en buitengebied.

Doelstellingen

De verordening uit 2024 verplicht de EU-lidstaten om vanaf 2030 alle gebieden op land, aan de kust, in zoet water, bos, in landbouwgebieden, in zee én in steden te beschermen en herstellen. Doel is dat tegen die tijd minimaal 30 procent van de natuur in goede staat verkeert.  

Daphne Teeling, programmacoördinator van het onderzoek benadrukt: “Bedrijventerreinen kunnen een flinke bijdrage leveren aan deze doelen, juist omdat hier nog veel ruimte is om te vergroenen.” Om de doelstellingen te halen, moeten de bedrijventerreinen dus nog aan de bak.

Gerelateerd nieuws

Uitdagingen van een grote stad: Amsterdam onder de loep

“Je moet niet elke stoeptegel goed willen leggen. Kies de scheefste.” Volgens Amsterdamse wethouder Hester van Buren draait stadsbestuur om prioriteiten stellen. In een stad waar bewoners rond Schiphol wakker liggen van vliegtuiglawaai en andere wijken vragen om betere bereikbaarheid en schonere straten, zijn keuzes onvermijdelijk. In gesprek met PONT vertelt Van Buren hoe zij in die dossiers haar afwegingen maakt.

Toekomstvisie Limburg 2050: integraal kompas voor een provincie in transitie

De provincie Limburg heeft de Toekomstvisie Limburg 2050 vastgesteld. Daarmee kiest Limburg voor een heldere en samenhangende koers richting de lange termijn. AT Osborne werkte samen met PosadMaxwan, Stec Groep, Goudappel en Generation Energy in een consortium dat de provincie ondersteunde bij de ontwikkeling van deze integrale visie.

Gezond en duurzaam eten vraagt om meer dan richtlijnen

De afgelopen maanden presenteerden Nederland, de Verenigde Staten en de internationale EAT-Lancet-commissie hun vernieuwde voedingsrichtlijnen. De Verenigde Staten lanceerden een tegenstrijdig advies: een sterke focus op rood vlees en dierlijke producten, terwijl tegelijkertijd wordt ingezet op het beperken van verzadigd vet - een voedingsstof die juist voorkomt in deze dierlijke producten. De adviezen van Nederland en EAT-Lancet klinken een stuk gebalanceerder.

Ruimte voor energiegemeenschappen

Toen ik het coalitieakkoord las, moest ik onwillekeurig terugdenken aan de energiecrisis van een paar jaar geleden. De paniek, de onmacht, de rekeningen die door het dak gingen. We ontdekten toen pijnlijk hoe kwetsbaar we zijn als samenleving als energie volledig een marktproduct is, verhandeld aan de hoogste bieder. Wie geen buffer had, betaalde de prijs. Letterlijk.