Rapport Pro Facto

In navolging op het amendement – dat in grote meerderheid door de Kamer werd aangenomen – volgde een juridische toets door Pro Facto. Pro Facto concludeerde begin dit jaar dat van de drie onderdelen waarop het Huis werkgevers zou mogen sanctioneren er één juridisch niet haalbaar was: werkgevers sanctioneren die aanbevelingen van de afdeling Onderzoek niet opvolgen. Simpelweg omdat aanbevelingen geen verplichtingen zijn. Het Huis begrijpt deze onderbouwing.

De overige twee onderdelen zijn juridisch wel haalbaar. Daarnaast stelt het Huis voor de bepaling uit de EU-richtlijn die het schenden van de vertrouwelijkheid van de identiteit van een melder verbiedt aan toezicht door het Huis te onderwerpen. Deze bepaling is als zodanig al in de Wet bescherming klokkenluiders opgenomen. Zo zou het Huis de bevoegdheid krijgen om werkgevers te sanctioneren, wanneer zij:

1. geen verplicht intern meldkanaal in hun organisaties hebben bij meer dan 50 werknemers; 2. melders benadelen vanwege hun melding; 3. de identiteit van de melder niet beschermen

SP-Kamerlid Van Nispen vroeg de minister om de eerste twee punten (die juridisch haalbaar zijn) alvast via een Algemene Maatregel van Bestuur wilde invoeren. De minister neemt dit in overweging, want “Ik vind het ook belangrijk om een huis met tanden te hebben.”

Centrale rol in stelsel

GroenLinks/PvdA-Kamerlid Chakor wil dat het Huis moet kunnen optreden met gezag. “Deze rol kan het Huis goed vervullen binnen het stelsel van externe meldkanalen (door de wet aangewezen bevoegde autoriteiten). Kan deze rol wettelijk verankerd worden, zodat klokkenluiders via een uniforme manier kunnen melden en het Huis namens alle partijen kan rapporteren?” Van Nispen: ”En om te voorkomen dat twee autoriteiten aan dezelfde zaak werken.” De minister verwijst naar het samenwerkingsprotocol dat de autoriteiten afgelopen jaar hebben ondertekend en juicht dit initiatief toe. Ze aarzelt echter nog om die rol voor het Huis wettelijk vast te leggen omdat zij vreest dat dat een hiërarchie zou scheppen en wil de autoriteiten zelf vragen om verdere invulling aan hun samenwerking te geven.

Brief in voorjaar

In het voorjaar komt minister Uitermark met een brief waarop ze toelichting geeft op bovenstaande punten, plus de andere besproken zaken, zoals anoniem melden, de juridische en psychosociale bijstand aan misstand-melders, de geheimhouders(telefoon)lijn en een cultuuromslag op de werkvloer binnen organisaties. Voor die tijd gaat de minister op verzoek van de Kamer verder in gesprek met het Huis voor Klokkenluiders.

Gerelateerd nieuws

PONT-gesprek: “Een presterende overheid begint bij vertrouwen in professionals”

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spreken regeringscommissaris voor informatiehuishouding Arre Zuurmond en voormalig gemeentesecretaris en wethouder Arjan van Gils met moderator Floris Lazrak over een vraag die in veel gemeenten speelt: wat maakt een overheid écht presterend? Is dat vooral een kwestie van regels, controle en rapportages of juist van ruimte voor vakmanschap en gezond verstand?

AI onder de loep: de dunne lijn tussen innovatie en verboden praktijken

In april 2021 presenteerde de Europese Commissie het wetsvoorstel voor de AI-verordening. De noodzaak van deze regelgeving werd duidelijk door de snelle technologische ontwikkelingen en de risico’s die AI met zich meebrengt voor de veiligheid van producten en de grondrechten van EU-burgers. Toen het voorstel werd geïntroduceerd, kon niemand voorspellen hoe generatieve AI, zoals ChatGPT, in 2023 de wereld zou veranderen. Haast was dus geboden. Nu is haast in het juridische domein iets anders van aard dan in het IT-domein. Ruim drie jaar na indiening van het wetsvoorstel trad de AI-verordening in augustus 2024 in werking. De verboden uit de AI-verordening en de vereisten voor AI-geletterdheid zijn op dit moment al van toepassing, de vereisten voor hoog risico-systemen nog niet.

Nederlandse governance in een Europa dat opnieuw moet leren concurreren

De vraag hoe Nederland de komende decennia welvarend en weerbaar blijft, kan niet los worden gezien van de koers van Europa. De rapporten-Wennink en -Draghi maken duidelijk dat concurrentiekracht geen vanzelfsprekendheid meer is, maar het resultaat van bewuste keuzes over investeringen, schaal en strategische autonomie. Dit essay van Hugo Reumkens (advocaat en partner bij Van Doorne) onderzoekt wat die realiteit betekent voor Nederlandse bestuurders en toezichthouders. Het laat zien hoe governance zelf een instrument van concurrentiekracht kan worden.

Gelijke behandeling bij overuren van deeltijdwerknemers

De beloning van extra gewerkte uren is in veel organisaties vastgelegd in cao’s en personeelsregelingen. Daarbij wordt vaak onderscheid gemaakt tussen meeruren van deeltijdwerknemers en overuren van voltijdwerknemers. Rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) laat zien dat dit onderscheid juridisch niet zonder risico is.