Het onderzoek richt zich op een periode van vijf jaar, waarin de bank volgens het OM “structureel” de wet zou hebben overtreden. Rabobank heeft geprobeerd om met het OM tot een schikking te komen, maar die gesprekken liepen op niets uit. Daarom wordt de zaak nu aan de rechter voorgelegd.

Impact op klanten

De beschuldigingen komen niet als een verrassing. Eerder kregen ook ING en ABN Amro miljoenenboetes voor soortgelijke overtredingen (respectievelijk 775 miljoen en 480 miljoen euro). Deze zaken hebben ertoe geleid dat banken flink hebben geïnvesteerd in het verbeteren van hun antiwitwasprocessen.

Tegelijkertijd groeit de bezorgdheid over de impact van deze maatregelen op gewone, bonafide klanten. Banken proberen koste wat het kost aan de regels te voldoen, wat ertoe heeft geleid dat duizenden klanten hun bankrekening verloren — vaak zonder duidelijke verdenking van betrokkenheid bij witwassen of terrorismefinanciering. Zo meldde Rabobank in 2022 dat het in een paar maanden tijd elke maand ruim 10.000 klanten had beëindigd. Niet per se vanwege strafbare feiten, maar omdat de bank zich “niet comfortabel” voelde bij bepaalde klantrelaties, mede door de strikte regelgeving.

Veiligheid versus privacy

Volgens critici, zoals Simon Lelieveldt, voorzitter van Human Rights in Finance, leidt de angst voor boetes en vervolging ertoe dat banken steeds vaker de privacywetgeving schenden. “Als de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) net zo goed bemand was als De Nederlandsche Bank (DNB), zouden ze banken al lang hebben aangesproken op illegale praktijken,” aldus Lelieveldt.

Hij pleit voor een stevigere rol van de AP in het bestraffen van privacyschendingen door banken. Alleen dan ontstaat er volgens hem een tegenwicht voor het huidige eenzijdige juridische drukmiddel van het OM. “Zolang die angst voor vervolging blijft, zullen banken de AVG blijven overtreden,” stelt hij.

Risico’s van een te rigide aanpak

Het OM benadrukt dat schending van de Wwft ernstige maatschappelijke en economische risico’s met zich meebrengt, omdat witwassen en terrorismefinanciering de integriteit van het financiële systeem ondermijnen. Banken zijn daarom wettelijk verplicht verdachte transacties te signaleren en te melden.

Toch rijst de vraag of de huidige aanpak effectief is. Sinds de boetes voor ING en ABN Amro hebben banken miljoenen geïnvesteerd in hun controlesystemen. Maar leidt dat ook daadwerkelijk tot het opsporen van meer criminelen? Of vooral tot frustratie bij onschuldige klanten?

De Nederlandsche Bank geeft inmiddels aan te streven naar een meer “risicogebaseerde” aanpak, waarbij de focus ligt op klanten met aantoonbaar hogere risico’s. De vraag is echter of banken die ruimte durven te benutten, zolang de dreiging van strafvervolging boven hen hangt.

Rechterlijke toetsing gewenst

Volgens Jurjan Geertsma, partner bij JahaeRaymakers advocaten, is het de vraag welk doel het OM met deze vervolging precies voor ogen heeft, zeker gezien de politiek gewenste lastenverlichting voor banken. Mogelijk speelt het idee “gelijke banken, gelijke klappen” hier een rol.

Toch vindt Geertsma het terecht – en zelfs ‘stoer’ – dat Rabobank kennelijk niet ten koste van alles wil meebuigen voor een schikking, maar de zaak ter toetsing aan de rechter wil voorleggen. “Het is immers aan de rechter om de balans te vinden en dat is goed voor praktijk. “

Wat nu?

Hoe de zaak tegen Rabobank zich precies zal ontvouwen, is nog onzeker. Wel is duidelijk dat de spanning tussen het bestrijden van financiële criminaliteit en het beschermen van klantrechten steeds groter wordt. De komende tijd zal moeten blijken of wet- en regelgeving op termijn leiden tot een evenwichtiger en effectievere aanpak van witwasrisico’s in Nederland.

Meer weten over de regels en grenzen van het anti-witwasbeleid? Tijdens het Risk & Compliance Jaarcongres 2025 op 5 juni zal onder meer Jurjan Geertsma verder ingaan op deze thematiek. In zijn bijdrage staat de Anti Money Laundering-verordening centraal, die nieuwe kaders schept voor de witwasaanpak en de invulling van de poortwachtersfunctie. Ook de rol van publieke partners zoals de FIOD en de groeiende betekenis van publiek-private samenwerking komen aan bod.

Gerelateerd nieuws

Extreme regen vraagt om meer bewustzijn en maatregelen tegen onveiligheid

Nederland moet zich beter voorbereiden op de onveiligheid die ontstaat door extreme regen. Door klimaatverandering valt er vaker, meer en langduriger regen. Hierdoor ontstaat een serieus veiligheidsvraagstuk: extreme regen kan de veiligheid van de woon- en leefomgeving aantasten, fysieke en mentale gezondheidsklachten veroorzaken en zelfs maatschappelijke ontwrichting tot gevolg hebben wanneer vitale infrastructuur uitvalt en belangrijke voorzieningen als ziekenhuizen onbereikbaar worden.

Cyberwet werkt in de rechtszaal, maar niet in de opsporing

De Wet Computercriminaliteit III (Wet CCIII), die op 1 maart 2019 in werking trad, heeft de mogelijkheden voor de opsporing en vervolging van digitale criminaliteit aanzienlijk verbreed. Uit een omvangrijke evaluatie van het WODC (wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum) blijkt dat de nieuwe strafbaarstellingen en bevoegdheden in de praktijk veelvuldig worden benut, maar dat beperkte opsporingscapaciteit en internationale componenten de volledige potentie van de wet remmen.

VNO-NCW en MKB-Nederland kritisch op heropening UBO-register: privacy en veiligheid onvoldoende beschermd

Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland uiten stevige kritiek op het ontwerpbesluit waarmee het kabinet de toegang tot het UBO-register opnieuw wil openstellen voor personen en organisaties met een zogenoemd 'legitiem belang'. Volgens de organisaties schiet het voorstel tekort op het gebied van privacybescherming, rechtszekerheid en handhaafbaarheid, terwijl het wél vergaande toegang biedt tot zeer gevoelige persoonsgegevens.

Werkgevers investeren in diversiteit en inclusie, doorstroom en sociale veiligheid blijven uitdaging

Brede inzet op diversiteit en inclusie groeit; organisaties willen verder investeren in sociale veiligheid. De Monitor Charter Diversiteit 2023-2024 laat zien dat organisaties hun D&I-beleid verbreden en inclusie versterken, met toenemende aandacht voor ervaringen van medewerkers.