Om de kwaliteit van de overheid te verbeteren is het van belang om meer te investeren in de eigen deskundigheid, stelt de WRR. De WRR beveelt aan om de ondersteuning van Kamer- en raadsleden te versterken, ambtenaren slimmer te rouleren en multidisciplinaire teams in te richten die over organisatiegrenzen heen samenwerken. De Raad beveelt ook aan om een permanente Commissaris voor de Rijksdienst aan te stellen met brede bevoegdheden die ervoor zorgt dat alle geledingen van het Rijk beschikken over de expertise en werkwijzen die onmisbaar zijn voor een deskundig optredende overheid.

De afgelopen decennia kenmerken zich door het radicaal op- en afschalen van ambtelijke capaciteit, beleidskeuzes waarin kennis over uitvoerbaarheid onvoldoende is meegewogen, en veel inhuur van externe capaciteit, bijvoorbeeld ICT’ers. De WRR onderzocht de deskundigheid van landelijke en lokale overheden en komt tot de volgende vier conclusies:

  • De ambtelijke deskundigheid is in Nederland vanouds goed ontwikkeld, maar kent inmiddels belangrijke tekorten en kwetsbaarheden.

  • Overheden vullen deze deskundigheidstekorten op door op grote schaal externen in te huren, maar dit schept afhankelijkheden en wordt lang niet altijd goed georganiseerd.

  • Raadsleden, Kamerleden en bestuurders beschikken over relatief magere eigen ondersteuning.

  • Overheden maken in hun handelen beperkt gebruik van beschikbare deskundigheid.

Paden naar deskundigheid: verander en versterk

De WRR ziet verschillende paden naar een deskundiger overheid: versterken van reeds aanwezige kwaliteiten en veranderen van belemmerende systeemkenmerken.

Voor versterking geeft de WRR vier adviezen:

  • Versterk het strategisch denkvermogen – Werk voor grote vraagstukken met teams van interne strategen en inhoudelijk deskundige beleidsmedewerkers die ruimte krijgen om een brede reeks aan beleidsalternatieven te verkennen, zonder te worden beperkt door de politieke opportuniteit van het moment.

  • Versterk de deskundigheidspositie van kleine gemeenten – Creëer regionale expertisecentra waaruit deelnemende gemeenten specialistische en schaarse deskundigheid kunnen betrekken.

  • Versterk de ondersteuning van volksvertegenwoordigers – Investeer gericht in politieke ondersteuning die hen helpt hun politieke ideeën beter te onderbouwen en hun kerntaken beter uit te voeren.

  • Versterk het gebruik van externe deskundigheid – Vul de kennis en kunde die binnen de eigen organisatie niet (voldoende) aanwezig is aan met externe expertise. Geef daarbij extra aandacht aan doorgaans niet-gehoorde stemmen vanuit de samenleving en een variëteit aan perspectieven vanuit de kenniswereld. Maak daarnaast selectiever en strategischer gebruik van inhuur.

Op drie terreinen zijn meer ingrijpende veranderingen nodig:

  • Het loopbanenbeleid moet zo worden ingericht dat ambtenaren in de loop van hun carrière dieptekennis ontwikkelen binnen een domein (sociaal, fysiek, economisch, veiligheid, bestuur/beheer), terwijl ze tegelijkertijd regelmatig rol- en perspectiefwisselingen doormaken die hun blik verruimen en hun samenwerkingsvermogen vergroten. Uitvoeringservaring en ervaring op andere bestuursniveaus moeten zwaarder gaan meewegen in de benoemingsvereisten van topambtenaren.

  • Om de hardnekkige verkokering te doorbreken, moet de overheid werken met robuuste multidisciplinaire eenheden die over de grenzen van ministeries en ‘beleid’ en ‘uitvoering’ heen langjarig werken aan urgente maatschappelijke opgaven waar doorbraken achterwege blijven. Ministeries moeten die teams gezamenlijk financieren en ze moeten werken onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van meerdere bewindspersonen.

  • De rijksoverheid moet krachtiger leiderschap inrichten. Er moet een permanente Commissaris voor de Rijksdienst komen die sturing geeft aan de inrichting en werking van de hele Rijksdienst. Dit voorkomt onderlinge concurrentie om talent tussen overheidsorganisaties en biedt bescherming tegen politisering van ambtelijke expertise.

De Commissaris heeft instemmingsrecht bij topbenoemingen, borgt dat expertise om vitale overheidsfuncties te kunnen vervullen aanwezig is, en zorgt voor een rijks breed samenhangend wervings- en personeelsbeleid.

Gerelateerd nieuws

Wat is de rol van de ondernemingsraad bij de richtlijn gelijke beloning (deel 1)

De EU-richtlijn 2023/970 inzake gelijke beloning heeft als doel de loonkloof tussen mannen en vrouwen daadwerkelijk terug te dringen. Transparantie in beloningsbeleid is daarvoor het belangrijkste middel. Niet alleen werkgevers en werknemers krijgen nieuwe rechten en plichten, ook de ondernemingsraad (OR) gaat hierin een belangrijke rol spelen. Denk aan inspraak in het beloningsbeleid, toegang tot loonkloofgegevens en betrokkenheid bij beloningsevaluaties. In dit en een volgende blog bespreken we wat dit concreet betekent voor de medezeggenschap. Wat mag de OR straks verwachten en wat wordt er van hem verwacht? En hoe kunnen de OR en de werkgever nu al inspelen op deze aanstaande verantwoordelijkheden?

De grens tussen hulpmiddel en AI in besluitvorming

Steeds vaker duikt kunstmatige intelligentie (AI) op in bestuurlijke besluitvorming, van vergunningsaanvragen tot asielprocedures. De vraag is dan wanneer een digitaal hulpmiddel als AI wordt beschouwd. En welke verantwoordelijkheden daaruit volgen voor transparantie, toetsing en documentatie.

Europees Parlement zwakt duurzaamheidsregels af: "Verraad aan mens en planeet"

Het Europees Parlement heeft in Straatsburg het zogenaamde Omnibus I-pakket aangenomen, dat de Europese duurzaamheidsregels aanzienlijk versoepelt. Dit besluit, dat door wetgevers als lastenverlichting voor bedrijven wordt gepresenteerd, leidt tot scherpe kritiek van mensenrechten- en milieuorganisaties. Organisaties als Amnesty International en de European Coalition for Corporate Justice (ECCJ) spreken van een ontmanteling van de kern van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) en een "verraad aan mens en planeet".

Uitstel wet loontransparantie: wat betekent dit voor uw organisatie?

De invoering van de Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen laat langer op zich wachten dan gepland. Het oorspronkelijke tijdpad voor behandeling en inwerkingtreding blijkt niet haalbaar en de wetgever heeft aangegeven dat er meer tijd nodig is om de regels zorgvuldig uit te werken. De invoering in Nederland schuift daarmee op: waar Europa eist dat de regels uiterlijk 7 juni 2026 zijn ingevoerd, mikt de wetgever nu op een nationale inwerkingtreding per 1 januari 2027.