Tijdens de Bestuurlijke Overleggen Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO’s MIRT) op 5, 7 en 8 januari hebben Rijk en regio belangrijke afspraken gemaakt over investeringen, gericht op woningbouw en mobiliteit. Ook zijn afspraken gemaakt over het aanpakken van complexe ruimtelijke opgaven in gebieden en regio’s.

Het kabinet werkt hard om de grote en urgente ruimtelijke opgaven in Nederland op tijd aan te pakken, ondanks de demissionaire status en dankzij steun van de Tweede Kamer. Jaarlijks moeten er 100.000 woningen bij komen en moet ruimte worden geboden aan economie, industrie en landbouw. Daarnaast moet de leefomgeving toekomstbestendig worden ingericht. Met de recent verstuurde Ontwerp-Nota Ruimte presenteert het kabinet een integrale visie op de ruimtelijke ordening. En neemt het Rijk de nationale regie terug. Naast nationale regie is samenwerking tussen Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke partners onmisbaar bij de inrichting van Nederland. 

Grote investeringen voor woningbouw en bereikbaarheid 

Het kabinet bevestigde tijdens de overleggen dat € 2,5 miljard wordt ingezet voor infrastructuur die nieuwe woningbouwlocaties ontsluit. Daarnaast is € 877 miljoen beschikbaar gesteld voor gebiedsmaatregelen in nationaal grootschalige woningbouwgebieden: de 17 bestaande woningbouwgebieden en vier nieuwe gebieden.  

De investeringen maken onder meer de eerste stappen van de MIRT-verkenning Oude Lijn (de spoorlijn van Leiden naar Dordrecht) mogelijk, waarvoor het Rijk € 140 miljoen extra beschikbaar stelt. Zo start de planstudiefase voor opwaardering van de stations Leiden Centraal, Schiedam Centrum en Den Haag Laan van NOI. Verder wordt onderzocht wat er nodig is om de sprinter acht keer per uur te laten rijden en vier nieuwe stations aan te leggen. Zo kan de realisatie van 200.000 extra woningen langs de Oude Lijn verder. Daarnaast zetten Rijk en regio een stap in de verdere ontwikkeling van Groot Merwede en Rijnenburg, waar in totaal 63.000 tot 75.000 woningen gepland zijn. Voor de MIRT-verkenning OV en Wonen is namelijk een voorlopig voorkeursalternatief vastgesteld, inclusief een verdiepte ligging van de Merwedelijn. 

NOVEX-gebieden zetten stappen vooruit 

In de 16 NOVEX-gebieden werken Rijk en regio samen met de stakeholders aan de gebiedsgerichte uitvoering van alle ruimtelijke opgaven die in die gebieden samenkomen, want uiteindelijk moet de schop in de grond. Tijdens het BO MIRT is voor de regio Groningen–Assen de Uitvoeringsagenda 2.0 vastgesteld. Voor NOVEX-gebied Zuid Limburg is een tweede versie van de  uitvoerings- en investeringsagenda vastgesteld. Daarmee zijn inmiddels voor vrijwel alle gebieden uitvoeringsagenda’s vastgesteld. Momenteel werken Rijk en regio regionale investeringsagenda’s uit. Met de NOVEX-aanpak dragen Rijk en regio bij aan versnelling van de bouw van ruim 850.000 woningen en de bereikbaarheid van woningen en werkplaatsen in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden. In de NOVEX-landelijke gebieden draagt de aanpak bij aan het bieden van toekomstperspectief voor de landbouw en in de NOVEX-haven- en industrieclusters versnellen Rijk en regio de transitieopgaven.  

Vooruitgang in regionale samenwerking 

Andere regio’s, zoals Stedendriehoek, Twente en Limburg Centraal, werken aan gezamenlijke verstedelijkingsstrategieën. De verwachting is dat deze verstedelijkingsstrategieën in 2026 onderschreven worden door zowel Rijk als regio. Ook is het startdocument voor de verkenning gebiedsontwikkeling voor de Nedersaksenlijn vastgesteld, die parallel aan de MIRT-verkenning Nedersaksenlijn loopt. De gebiedsverkenning stelt de ruimtelijke, economische en sociale uitwerking en impact van de Nedersaksenlijn centraal. 

Ruimtelijke Arrangement provincie Groningen 

Tijdens het BO MIRT is het Ruimtelijk Arrangement voor de provincie Groningen vastgesteld. Daarmee hebben nu alle provincies bestuurlijke afspraken met het Rijk gemaakt om nationaal en provinciaal omgevingsbeleid op elkaar af te stemmen.  

Nationale regie op de ruimtelijke ordening 

De Ontwerp-Nota Ruimte is het kompas voor de inrichting van Nederland richting 2050. Tot 15 december kon iedereen in Nederland reageren door een zienswijze in te dienen. Met vernieuwde samenwerking, betere ruimtelijke informatie en duidelijke uitvoeringsagenda’s zet het kabinet samen met regio’s en de samenleving concrete stappen richting een leefbare, duurzame en economisch gezonde toekomst voor Nederland.

Lees de kamerbrief

Gerelateerd nieuws

Verduurzaming gebouwde omgeving in volle gang

Met tal van regelingen en acties werkt het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dat schrijft demissionair minister Mona Keijzer in een brief aan de Tweede Kamer. In de brief licht zij toe hoe verschillende instrumenten woningeigenaren, verhuurders, marktpartijen, VvE’s, maatschappelijk vastgoedeigenaren en gemeenten helpen om verduurzaming voor iedereen dichterbij te brengen. Dat is belangrijk, want duurzaamheid is goed voor de kwaliteit en waarde van de betreffende woningen en panden, voor de betaalbaarheid van de energierekening, voor de leefbaarheid én gezondheid.

Omgeving

Afschaffen omgevingswaarden stikstof? Beter motiveren!

In de Omgevingswet staat dat in 2025, 2030 en 2035 respectievelijk 40%, 50% en 74% van de stikstofgevoelige natuur onder de zogenoemde Kritische Depositiewaarde (KDW) moet zijn gebracht.

Omgeving

Investeren in adaptatiemaatregelen in Amsterdam kost wat, maar levert nog meer op

Wat zijn de kosten en baten voor de gemeente Amsterdam als de stad in 2050 bestand wil zijn tegen extreem weer? En wat zou dat betekenen voor de ruimtelijke inrichting? Dat heeft Arcadis afgelopen jaar onderzocht. De resultaten staan in het rapport ‘Amsterdam Klimaatbestendig 2050’. Eén van de conclusies: er is tot 2050 een grote investering nodig van € 1,04 miljard voor klimaatadaptatie. Maar daarmee voorkomt de gemeente mogelijk nog hogere schadekosten.

Omgeving

Participatie onder de Omgevingswet: welke handvatten hebben we inmiddels?

Onder de Omgevingswet geldt voor elke aanvraag om een omgevingsvergunning een nieuw vereiste: initiatiefnemers moeten aangeven óf en op welke wijze zij participatie hebben georganiseerd (het ‘aanvraagvereiste participatie’). In sommige gevallen is het doorlopen van een daadwerkelijk participatietraject daarnaast verplicht. In dit blog destilleren wij uit de meest recente uitspraken van (voorzieningen)rechters enkele lessen voor initiatiefnemers en decentrale overheden waar het gaat om verplichte en onverplichte participatie in het nieuwe stelsel.

Omgeving