Doorschuiven van problemen

Vaak is al vroeg duidelijk dat plannen van de overheid moeilijk uitvoerbaar zijn, bijvoorbeeld doordat er te weinig geld of personeel is of omdat plannen botsen met internationale verdragen. Toch worden ze doorgezet. Als het dan misgaat, belanden de problemen bij uitvoeringsorganisaties, gemeenten of de rechter. En uiteindelijk betalen burgers de prijs. Burgers moeten lang wachten op oplossingen, raken verstrikt in ingewikkelde regels en blijven onzeker over hun toekomst. Zoals bij het asielbeleid, de hersteloperatie toeslagen, stikstof en natuurherstel. Hierdoor neemt het vertrouwen in en de geloofwaardigheid van de overheid af, terwijl dat juist belangrijk is voor een goed werkende democratie en rechtsstaat.

Hoe dan wel?

De overheid moet duidelijke en haalbare doelen stellen en eerlijk zijn over wat wel en niet kan. Ook adviseren de Hoge Colleges van Staat dat de wet- en regelgeving eenvoudiger wordt. En de overheid vooraf laat zien welke keuzes nodig zijn, wat die kosten en wat de gevolgen zijn. Verder moet duidelijk zijn of maatregelen echt werken en geen nieuwe problemen veroorzaken. Uitvoeringsorganisaties en gemeenten moeten vanaf het begin meedenken, zodat problemen eerder worden voorkomen.

Samen voor een betere overheid

Nederland staat voor grote uitdagingen. Dat vraagt om een daadkrachtige overheid die goed samenwerkt, luistert en durft te leren. Daarbij hoort ook tegenspraak vanuit parlement en Hoge Colleges van Staat. Beleidsmakers, uitvoerders en overheden moeten elkaar beter betrekken en naar elkaar luisteren. Zo ontstaan plannen die werken in de praktijk en passen bij het dagelijks leven van burgers. Op 1 december jl. organiseerden de Hoge Colleges van Staat in dat kader het symposium ‘Naar een realistische overheid’. De inzichten van vertegenwoordigers vanuit de uitvoering, wetenschap, bestuur en maatschappelijk middenveld zijn meegenomen in de gezamenlijke notitie met daarin concrete aanbevelingen voor een realistische overheid.

Lees hier de gezamenlijke notitie van de drie Hoge Colleges van Staat aan de onderhandelende partijen.

Gerelateerd nieuws

Intersectionele discriminatie onder de radar van de Richtlijn gelijke beloning

De EU-richtlijn 2023/970 inzake gelijke beloning heeft als doel ongerechtvaardigde loonverschillen tussen mannen en vrouwen structureel te verkleinen. Transparantie, toetsbare beloningscriteria en het recht op informatie staan daarbij centraal. Maar de richtlijn kijkt verder dan de bekende cijfers over de loonkloof. Voor het eerst erkent de Europese wetgever formeel het bestaan van intersectionele discriminatie: ongelijke behandeling die voortkomt uit een combinatie van geslacht én een andere grond zoals afkomst, leeftijd, handicap of seksuele gerichtheid.

Kabinet wil betere monitoring op taken gemeenten en provincies

In de kabinetsreactie op de adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) Afrekenen met disbalans (maart 2025) en Meters maken met medebewind (juli 2025), kondigt minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een nadere verkenning aan naar verbetering van monitoring van (bestaande) medebewindstaken. De minister heeft de kabinetsreactie aan de Tweede Kamer gezonden.

Beursbedrijven zetten stappen op diversiteit, maar inclusie blijft achter

Nederlandse beursbedrijven formuleren steeds vaker doelen voor diversiteit, maar echte aandacht voor inclusie blijft beperkt. Dat blijkt uit het nieuwe monitoringsrapport over boekjaar 2024 van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code. Slechts drie op de tien bedrijven hebben concrete inclusiedoelstellingen vastgelegd.

Zorg & Sociaal

Wat is de rol van de ondernemingsraad bij de richtlijn gelijke beloning (deel 1)

De EU-richtlijn 2023/970 inzake gelijke beloning heeft als doel de loonkloof tussen mannen en vrouwen daadwerkelijk terug te dringen. Transparantie in beloningsbeleid is daarvoor het belangrijkste middel. Niet alleen werkgevers en werknemers krijgen nieuwe rechten en plichten, ook de ondernemingsraad (OR) gaat hierin een belangrijke rol spelen. Denk aan inspraak in het beloningsbeleid, toegang tot loonkloofgegevens en betrokkenheid bij beloningsevaluaties. In dit en een volgende blog bespreken we wat dit concreet betekent voor de medezeggenschap. Wat mag de OR straks verwachten en wat wordt er van hem verwacht? En hoe kunnen de OR en de werkgever nu al inspelen op deze aanstaande verantwoordelijkheden?