Wat is de uitspraak?
Onvoldoende maatregelen om uitstoot te verminderen
De rechtbank concludeert dat Nederland onvoldoende maatregelen neemt om klimaatverandering tegen te gaan (‘mitigatie’). Dit is in strijd is met het recht op bescherming van de privésfeer. Zo zijn de doelstellingen om broeikasgasuitstoot te verminderen niet bindend vastgelegd. Ook heeft Nederland de uistoot in de luchtvaart niet of slechts deels meegenomen in zijn reductiedoelstellingen voor 2030. Terwijl dat wel moet volgens internationale afspraken. Nederland doet daarnaast te weinig om deze doelstelling van 2030 te bereiken, en moet Nederland een eerlijk emissiebudget en concrete maatregelen opstellen om het doel van 2050, netto nul emissies, te behalen.
Onvoldoende bescherming van Bonaire tegen gevolgen van klimaatverandering
Nederland neemt ook onvoldoende maatregelen om inwoners van Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering (‘adaptatie’). Al decennialang is bekend dat Bonaire als klein eiland extra kwetsbaar is, en inwoners ondervinden de gevolgen nu al, zoals extreme hitte, wateroverlast en aantasting van natuur, bestaanszekerheid en cultureel erfgoed. Toch ontbreekt er nog steeds een concreet en samenhangend adaptatieplan. Ook ontbreken waarborgen voor inwoners van Bonaire waardoor zij hun rechten onvoldoende kunnen uitoefenen en afdwingen.
Discriminatie inwoners Bonaire
De rechtbank oordeelt bovendien dat de Nederlandse overheid inwoners van Bonaire ongelijk heeft behandeld ten opzichte van inwoners van Europees Nederland. Ondanks dat al lange tijd bekend was dat Bonaire zwaarder en sneller door klimaatverandering zou worden getroffen, zijn voor Europees Nederland al in een eerder stadium concretere klimaatmaatregelen genomen. Dat betekent niet dat overal dezelfde maatregelen nodig zijn, maar wel dat de overheid voor Bonaire tijdiger en met meer inzet had moeten handelen.
Wat is het belang van deze zaak?
Deze uitspraak onderstreept het belang van een eerlijke verdeling van lasten bij klimaatverandering. De rechtbank maakt duidelijk dat Nederland zijn eerlijke bijdrage moet leveren in de wereldwijde aanpak van klimaatverandering. Als rijk land moet het daarbij het voortouw nemen zoals afgesproken in VN-verband. Dat doet Nederland nu onvoldoende.
Alle burgers van Nederland hebben recht op een gelijkwaardige bescherming tegen gevaarlijke klimaatverandering. Dat maakt deze uitspraak heel mooi duidelijk. Gelijkwaardig betekent niet dat overal dezelfde maatregelen worden genomen, maar dat rekening moet worden gehouden met waar de gevolgen zich eerder en ernstiger voordoen. Als bekend is dat gebieden, zoals Bonaire, extra kwetsbaar zijn, dan moet de Nederlandse overheid juist daarvoor met extra urgentie, effectieve klimaatplannen opstellen en uitvoeren. Dit kan de Nederlandse overheid niet overlaten aan lokale overheden, die beperkte capaciteit, middelen en mensen hebben. Rick Lawson, voorzitter College voor de Rechten van de Mens
Ook benadrukt deze zaak het belang van procedurele waarborgen bij klimaatbeleid. Burgers moeten worden geïnformeerd over de gevolgen van klimaatverandering (recht op informatie), worden betrokken in de besluitvorming (recht op participatie) en in staat worden gesteld om de overheid hierop aan te spreken (recht op rechtsbescherming).
Wat moet de Nederlandse overheid nu doen?
De rechtbank beveelt de Nederlandse overheid om direct uitvoering te geven aan haar internationale klimaatverplichtingen. Concreet houdt dit onder meer in dat de overheid:
Binnen 18 maanden bindende klimaatdoelstellingen moet vastleggen in regelgeving voor de periode tot 2050, zodat duidelijk is hoe Nederland toewerkt naar netto-nul uitstoot;
Een concreet en effectief adaptatieplan voor Bonaire moet opstellen en uitvoeren, gericht op bescherming tegen onder meer hitte, wateroverlast en zeespiegelstijging
Ervoor moet zorgen dat inwoners tijdig worden geïnformeerd, kunnen meepraten en de overheid kunnen aanspreken op klimaatmaatregelen
De rechtbank schrijft niet voor welke specifieke maatregelen de Nederlandse overheid moet nemen. Dat betekent dat de Nederlandse overheid, samen met het eilandsbestuur van Bonaire, moet kijken hoe inwoners beter beschermd kunnen worden tegen klimaatverandering. Daarin heeft de overheid beleidsruimte. Wel onderstreept de rechtbank dat deze maatregelen geschikt, effectief, tijdig en in lijn met de best beschikbare wetenschap moeten zijn en daadwerkelijke bescherming moeten bieden aan de inwoners van Bonaire.
Waarom buigt de Nederlandse rechtbank hierover?
De Nederlandse rechtbank buigt zich over deze zaak omdat Bonaire een bijzondere gemeente is van Nederland. De Nederlandse overheid is daarom eindverantwoordelijk voor de bescherming van mensenrechten van inwoners van Bonaire. Die verantwoordelijkheid volgt uit nationale wetgeving en uit mensenrechtenverdragen waarbij Nederland partij is.
Wanneer inwoners of organisaties van mening zijn dat de overheid deze verplichtingen onvoldoende naleeft, kunnen zij de rechtbank vragen om te beoordelen of het overheidsbeleid in overeenstemming is met het recht. In deze rechtszaak moest de rechtbank beoordelen of het Nederlandse klimaatbeleid voldoende bescherming biedt aan inwoners van Bonaire tegen klimaatverandering. De uitspraak is in het Nederlands, Engels en Papiaments verschenen.
‘Bij klimaatbeleid is de regering natuurlijk als eerste aan zet: die maakt beleid en voert het uit. Maar de rol van de rechter is ook van groot belang. De effecten van klimaatverandering worden pas veel later volledig ervaren. Zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ook al heeft opgemerkt, ontstaat daardoor het risico dat kortetermijnbelangen, zoals economische winst, voorrang krijgen op de belangen van toekomstige generaties. Vandaag heeft de rechtbank al deze belangen in haar oordeel betrokken, en beoordeeld of voldaan is aan de verplichtingen die volgen uit het recht.’
Rick Lawson, voorzitter College voor de Rechten van de Mens