CTC Netherlands B.V. voert in opdracht van farmaceutische bedrijven klinisch onderzoek uit naar nieuwe geneesmiddelen. Voor een studie naar een middel tegen erectiestoornissen plaatste het bedrijf een advertentie om deelnemers te werven. Daarin stond als voorwaarde dat deelnemers een man moesten zijn met “een stabiele heteroseksuele relatie van ten minste zes maanden”.

Twee mannen die vanwege hun homoseksuele gerichtheid niet konden deelnemen aan het onderzoek, vonden deze voorwaarde discriminerend en legden, los van elkaar, de kwestie voor aan het College.

Lees beide oordelen hier en hier.

Gelijke belangen

Volgens het College is daarbij van belang dat het onderzochte geneesmiddel, wanneer het op de markt komt, niet uitsluitend zal worden voorgeschreven aan heteroseksuele mannen, maar ook kan worden gebruikt door mannen die seks hebben met mannen. Juist daarom is het niet gerechtvaardigd om homoseksuele mannen van deelname aan het onderzoek uit te sluiten.

Door homoseksuele stellen, en daarmee homoseksuele mannen, uit te sluiten van deelname, maakt CTC direct onderscheid op grond van seksuele gerichtheid.

Onderzoeksargumenten onvoldoende voor uitsluiting

CTC voerde aan dat de eis noodzakelijk was vanuit wetenschappelijk oogpunt. In het onderzoek worden vragenlijsten gebruikt die alleen zijn gevalideerd voor heteroseksuele mannen. Voor homoseksuele mannen zouden dergelijke goedgekeurde meetinstrumenten ontbreken.

Volgens het College is dat echter geen geldige reden om een hele groep uit te sluiten. Dat het uitbreiden van de onderzoeksgroep extra inspanningen of kosten met zich kan meebrengen, doet niet af aan het gelijkwaardige belang van homoseksuele mannen bij deelname aan het onderzoek.

Eerdere uitspraak uit 2005

Al in 2005 oordeelde de toenmalige Commissie Gelijke Behandeling dat het uitsluiten van homoseksuele koppels van deelname aan een medisch onderzoek directe discriminatie opleverde.

Twintig jaar later komt het College tot dezelfde conclusie: het uitsluiten van homoseksuele mannen van medisch onderzoek waarvoor zij wel in aanmerking komen als het middel op de markt komt, is directe discriminatie.

Gerelateerd nieuws

Gezondheidsrisico’s PFAS raken mensenrechten, maar de Nederlandse Staat doet volgens de rechtbank voldoende

De rechtbank Den Haag oordeelde op 11 februari dat de Nederlandse Staat op dit moment voldoende doet om de verspreiding van PFAS tegen te gaan en om maatregelen te treffen tegen de risico’s van PFAS die al in het milieu aanwezig zijn. De rechtbank benadrukt dat gebruik en verspreiding van PFAS gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Het College legt hier uit wat de rechtbank oordeelde, wat PFAS met mensenrechten te maken heeft en wat een mensenrechtelijke benadering van PFAS-beleid inhoudt.

‘Starter gezocht’: leeftijd steeds vaker reden voor discriminatie

Een zoektocht naar jong talent of juist iemand met ervaring? Leeftijd lijkt steeds vaker een reden voor ongelijke behandeling. Uit de Monitor Discriminatiezaken van het College blijkt dat het aantal meldingen en verzoeken om een oordeel over leeftijdsdiscriminatie het afgelopen jaar is toegenomen. De oordelen gingen met name over leeftijdsdiscriminatie bij werving en selectie van werknemers.

Wat betekent het coalitieakkoord voor onze mensenrechten?

Afgelopen vrijdag is het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA gepresenteerd. De Tweede Kamer debatteert hier nu over. Het (begin)akkoord geeft de ambitie van deze drie partijen weer. Wat betekent dit akkoord voor onze mensenrechten in Nederland? Het College heeft dat in kaart gebracht. In dit nieuwsbericht lichten we hier drie belangrijke thema’s uit: de rechtsstaat, non-discriminatie en de positie van mensen in kwetsbare situaties.

Opvang Oekraïeners: van crisisaanpak naar structureel beleid

De opvang van Oekraïense ontheemden in Nederland bevindt zich in een duidelijke overgangsfase. Gemeenten en rijksoverheid werken aan een duurzaam kader dat zowel flexibiliteit als zekerheid moet bieden. Er ontstaan nieuwe landelijke regelingen die de opvangcapaciteit toekomstbestendig maken. Wel blijven er vragen over de kwaliteit, financiering en het langetermijnperspectief.