Volgens Hato spelen er landelijk twee grote ontwikkelingen. “De zorgkosten nemen ieder jaar toe. Tegelijkertijd krijgen we een enorm beschikbaarheidsprobleem: over twintig jaar zou één op de vier Nederlanders in de zorg moeten werken om de huidige vraag bij te houden.” Dat vraagt volgens hem om een andere manier van denken over zorg en ondersteuning en een behoefte voor financiering in preventie.

‘’De zorg zien we als een recht, daar zijn we bereid voor te betalen. Terwijl we preventie vaak niet als een investering zien, maar als een kostenpost. Het is belangrijk om preventie ook als investering te zien, in plaats van alleen een uitgave’’, zegt Hato. Welke partij deze investering op zich neemt, blijkt echter dé uitdaging te zijn. Het verschil tussen wat Hato ‘de papieren werkelijkheid versus de echte werkelijkheid’ noemt, maakt de toekomst niet altijd voorspelbaar. Volgens Kuipers vraagt het sociaal domein echter wel om een stukje ondernemerschap. ‘’Het is opvallend dat er in het sociaal domein van alles bewezen moet worden, dat er weinig tolerantie is als het gaat om het nemen van risico’s, in tegenstelling tot het fysieke domein bijvoorbeeld’’.

Als antwoord op de onzekerheid onder voorinvesteerders, stelt Hato de ‘health impact bond’ voor: een duidelijke prestatieafspraak tussen de partijen. ‘’Het gaat om the system in de room, om er met z’n allen voor te kunnen zorgen dat het een financierbare propositie is’’.

Volgens Hato wordt de oorzaak van de problematiek vaak niet aangepakt, omdat die in het sociale domein zit. De grenzen tussen het sociaal domein en de zorg zijn heel strikt. Daarnaast is er ook behoefte aan opvang van problematiek ‘door mensen onderling’. ‘’We hebben in Nederland heel veel geprofessionaliseerd’’, zegt Kuipers. ‘’Het bepalen van de ondersteuningsbehoeften van inwoners moet je wel samen met inwoners doen, dat kun je niet achter een bureau bedenken. Je moet dit in de kaders van de wet doen, maar wel de mens centraal zetten’’.

Vanaf vrijdag 13 maart is het volledige gesprek te bekijken, waarin beide sprekers ingaan op de financiële en bestuurlijke knelpunten én de kansen om het sociaal en zorgdomein beter met elkaar te verbinden.

Over de PONT-gesprekkenreeks

In de aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026 geven politici en experts hun mening en visie over de belangrijke vraagstukken van nu. Onder leiding van moderator Floris Lazrak (partner bij AEPB Onderzoek en Advies) worden – met professionele diepgang – problemen gesignaleerd en interessante oplossingen voorgesteld.

Gerelateerd nieuws

PONT-gesprek: “Bouw een stad waar je in 2030 én 2040 trots op kunt zijn”

Gezond stedelijk leven voor iedereen – hoe realiseer je dat? Een vraag die bij Ronald Venderbosch in goede handen is. Na een lange carrière met bestuurlijke en leidinggevende functies binnen de publieke sector is hij nu concerndirecteur bij de Gemeente Utrecht met precies deze opdracht. In gesprek met PONT geeft Venderbosch zijn visie op de uitdagingen én mogelijke oplossingen. “Bouwdrift en woonkwaliteit zijn een continu spanningsveld.”

College oordeelt: geen leeftijdsdiscriminatie bij keuze voor spreidingstermijn van tien jaar in nieuw pensioenstelsel

ABN AMRO en het pensioenfonds van de bank maken geen verboden onderscheid op grond van leeftijd door bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een spreidingstermijn van tien jaar toe te passen. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens.

Werk voor statushouders en Oekraïense ontheemden: ‘Mensen wíllen bijdragen, laten we zorgen voor perspectief’

De weg naar werk is voor statushouders en Oekraïense ontheemden geen strak aangeveegd paadje. Ze willen wel werken, maar vinden niet altijd een baan. Of ver onder hun niveau. Of pas na zo lang wachten, dat hun motivatie flink is gedaald. In een verkort adviestraject verkent de SER mogelijke oplossingen. ‘Werken helpt om als mens tot je recht te komen.’

College oordeelt: vrouwelijke rechters ongelijk beloond door de Staat

De Staat discrimineerde vrouwelijke rechters in opleiding met het inschalings- en beloningsbeleid tussen 1994 en 2023. Ook is er sprake van discriminatie in drie individuele gevallen bij de beloning in de opleidingsperiode en ná de benoeming tot rechter.