Sneller de juiste zorg of ondersteuning op de juiste plek

In een verkennend gesprek komen een ggz-behandelaar, een professional uit het sociaal domein en zo vaak mogelijk een ervaringsdeskundige samen om de hulpvraag van een cliënt te doorgronden. Het doel is om de cliënt snel en op de juiste plek te helpen. Voor veel mensen is de meest passende ondersteuning direct beschikbaar in het sociaal domein, bijvoorbeeld door schuldhulpverlening of dagbesteding. Als blijkt dat iemand meer zorg of een combinatie van zorg en ondersteuning nodig heeft, kan een behandeling plaatsvinden in de huisartsenpraktijk of kan iemand worden doorverwezen naar de ggz. Het streven is om binnen 4 weken voor een passende vervolgbehandeling te zorgen. Een snelle en passende oplossing kan voorkomen dat de problemen van deze mensen verergeren. Behandeling in de ggz is dan van korte duur of mogelijk niet eens nodig. Daardoor kunnen de wachtlijsten in de ggz afnemen en hoeven ook mensen met complexe problematiek minder lang te wachten op hun ggz-behandeling.

Vergoeding uit basispakket

Het Zorginstituut concludeert dat de inzet van de huisarts en ggz-professionals in het verkennend gesprek vergoed kan worden uit het basispakket. Het is nog niet duidelijk of cliënten een eigen risico moeten betalen voor het verkennend gesprek. Daarover maken het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en zorgverzekeraars nog afspraken. De inzet vanuit het sociaal domein valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.

Landelijk beschikbaar vanaf 2025

Het verkennend gesprek is naar verwachting landelijk beschikbaar vanaf 2025. Alle betrokken partijen werken hard aan het voorbereiden van alle voorwaarden voor het verkennend gesprek. Het verkennend gesprek is een initiatief van het programma ‘Mentale Gezondheidsnetwerken’ dat voortkomt uit het Integraal Zorgakkoord (IZA). Betrokken partijen zijn aanbieders in zorg en sociaal domein, zorgverzekeraars, gemeenten en de overheid. Zij werken in dit programma samen om mensen met psychische problemen passende zorg en ondersteuning te bieden door het verbeteren van de regionale samenwerking tussen huisartsen, ggz en het sociaal domein.

Zorgpartijen verantwoordelijk voor passende inzet

Om ervoor te zorgen dat het verkennend gesprek wordt ingezet bij mensen die er baat bij hebben, is het belangrijk dat huisartsen samen met betrokken partijen een richtlijn ontwikkelen. Hierin kunnen zij criteria vaststellen om te bepalen voor welke cliënten een verkennend gesprek meerwaarde heeft. Daarnaast roept het Zorginstituut de IZA-partijen op om te monitoren welke effecten het verkennend gesprek heeft op de gezondheid van cliënten, de werkdruk bij zorgverleners en de wachtlijsten in de ggz.

Wachtlijsten ggz blijven hoog

De Nederlandse samenleving schiet ernstig tekort bij de zorg aan mensen met complexe psychische problemen. Dit signaleerde het Zorginstituut in november 2023. Het aantal wachtplekken in de ggz is gegroeid van ongeveer 87 duizend in 2022 naar ruim 97 duizend in 2023. Voor meer passende zorg voor mensen met psychische problemen is het onder meer nodig dat hulpverleners binnen én buiten de zorg goed met elkaar samenwerken. Het verkennend gesprek is een stap in de goede richting. Het Zorginstituut dringt erop aan dat de overheid, zorgprofessionals en de hele samenleving blijven werken aan de basisvoorwaarden voor mentale gezondheid. Dat kan voorkomen dat mensen problemen krijgen en professionele zorg nodig hebben.

Gerelateerd nieuws

College oordeelt: uitsluiting homoseksuele mannen bij geneesmiddelenonderzoek is discriminatie

Een onderzoeksinstituut, CTC Netherlands B.V, heeft mannen gediscrimineerd op grond van hun homoseksuele gerichtheid door hen uit te sluiten van deelname aan een geneesmiddelenonderzoek. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens. CTC Netherlands B.V. liet alleen mannen met een heteroseksuele relatie toe tot een onderzoek naar een nieuw middel tegen erectiestoornissen.

Gezondheidsrisico’s PFAS raken mensenrechten, maar de Nederlandse Staat doet volgens de rechtbank voldoende

De rechtbank Den Haag oordeelde op 11 februari dat de Nederlandse Staat op dit moment voldoende doet om de verspreiding van PFAS tegen te gaan en om maatregelen te treffen tegen de risico’s van PFAS die al in het milieu aanwezig zijn. De rechtbank benadrukt dat gebruik en verspreiding van PFAS gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Het College legt hier uit wat de rechtbank oordeelde, wat PFAS met mensenrechten te maken heeft en wat een mensenrechtelijke benadering van PFAS-beleid inhoudt.

‘Starter gezocht’: leeftijd steeds vaker reden voor discriminatie

Een zoektocht naar jong talent of juist iemand met ervaring? Leeftijd lijkt steeds vaker een reden voor ongelijke behandeling. Uit de Monitor Discriminatiezaken van het College blijkt dat het aantal meldingen en verzoeken om een oordeel over leeftijdsdiscriminatie het afgelopen jaar is toegenomen. De oordelen gingen met name over leeftijdsdiscriminatie bij werving en selectie van werknemers.

Wat betekent het coalitieakkoord voor onze mensenrechten?

Afgelopen vrijdag is het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA gepresenteerd. De Tweede Kamer debatteert hier nu over. Het (begin)akkoord geeft de ambitie van deze drie partijen weer. Wat betekent dit akkoord voor onze mensenrechten in Nederland? Het College heeft dat in kaart gebracht. In dit nieuwsbericht lichten we hier drie belangrijke thema’s uit: de rechtsstaat, non-discriminatie en de positie van mensen in kwetsbare situaties.