Verschillende Kamerleden stelden vragen naar aanleiding van onderzoek van Pointer over misleidende CO2-claims van energiebedrijven. In zijn laatste maand als bewindspersoon beantwoordde minister Jetten (Klimaat en Energie) deze vragen, voornamelijk door aan te geven dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toezicht houdt op CO2-claims van bedrijven. Vanaf 2026 gaat daarnaast nieuwe wetgeving gelden en is het niet meer toegestaan om op basis van koolstofcertificaten compensatieclaims te doen bij producten. Ook heeft hij samen met enkele andere Europese landen een verklaring ondertekend over het voorkomen van greenwashing.

Dit zijn positieve ontwikkelingen, die ervoor zorgen dat misleidende CO2-claims in de toekomst minder snel zullen plaatsvinden. Ondernemingen beginnen zich daar langzaamaan bewust van te worden, en het onderzoek van Pointer heeft er alvast voor gezorgd dat energiebedrijven hun claims hebben aangepast. Toch bevredigt deze uitkomst niet volledig, omdat een cruciaal discussiepunt in mijn ogen wordt overgeslagen.

Dit gaat om de achterliggende gedachte bij het verbieden van dit soort claims: de koolstofcertificaten waarop ze zijn gebaseerd zijn niet wettelijk gereguleerd, worden niet gecontroleerd en zijn daardoor niet altijd betrouwbaar. Daarom is het in mijn ogen minstens zo belangrijk om het onderliggende probleem op te lossen, in plaats van om enkel de symptomen - de compensatieclaims - te bestrijden. Andere vormen van gebruik van de certificaten blijven namelijk toegestaan (1).

Een vergelijking kan worden gemaakt met de regulering van de productie en het gebruik van medicijnen. Op het moment dat medicijnen op de markt worden gebracht, is het uiteraard belangrijk om te reguleren wélke claims mogen worden gedaan op basis van die medicijnen. Het is echter ook noodzakelijk om controle te houden op de productie van de medicijnen. Hoe komen deze tot stand, wat zit erin, en hebben de medicijnen bijvoorbeeld ook negatieve bijeffecten? Als een medicijn van slechte kwaliteit is, worden niet alleen de claims verboden, maar vindt ook handhaving plaats ten aanzien van het produceren en het op de markt brengen van het medicijn.

Naar analogie lijkt mij deze controle ook nodig bij de koolstofcertificaten. Op dit moment kan iedereen koolstofcertificaten genereren en verkopen, zonder dat er toezicht wordt gehouden op de kwaliteit ervan. Één van de vragen die de Kamerleden stelden, was: “Klopt het dat de huidige markt voor CO2-compensatierechten geen toezicht door Europa of nationale overheden kent? Waarom niet? Vindt u het niet wenselijk om hier meer toezicht op te krijgen?”

Een zeer terechte vraag, en Kamerleden zouden niet genoegen moeten nemen met het antwoord dat controle wordt gehouden op het gebruik van de certificaten in CO2-claims. Het is - ook voor ondernemingen - wenselijk dat op het genereren van koolstofcertificaten controle plaatsvindt, en dat dit proces aan regelgeving onderhevig is.

Een eerste stap in die richting is een voorstel van de Europese Commissie om zelf een kwaliteitskader op te stellen voor het genereren van koolstofcertificaten, waarover inmiddels (voorlopige) overeenstemming is in Brussel. Mocht dit initiatief tot wet worden verheven, dan ontstaat er één bron van koolstofcertificaten waarvan de totstandkoming volledig onder toezicht staat van de Europese Unie. Het voorstel geeft geen verplichtingen of verboden, maar zal enkel zorgen een deel van de koolstofcertificaten aan wettelijke kwaliteitseisen voldoet. Probleem is echter dat het ieder ander nog steeds vrijstaat om koolstofcertificaten uit te geven, en er verder geen verbod gaat gelden. Zeer onzeker is dan ook, of de kwaliteitskaders van de Europese Commissie wel effectief zullen zijn, of dat het merendeel van de koolstofcertificaten nog steeds ongereguleerd zal blijven

Een directe oplossing voor koolstofcertificaten die van lage kwaliteit zijn, is er dus (nog) niet. Wel is het in mijn ogen noodzakelijk dat hier aandacht voor ontstaat, en dat niet enkel wordt gekeken naar de CO2-compensatieclaims van bedrijven. Wellicht kan een EU-breed geldend kwaliteitskader als voorbeeld gelden, en zorgen voor kwaliteitsverbeteringen op de huidige vrijwillige koolstofmarkt.

Voetnoten

1 Denk aan contributieclaims, maar zie bijvoorbeeld ook de rapportageverplichtingen in de CSRD.

Over de auteurs

  • Sjoerd Bakker

    Sjoerd Bakker is projectleider energie bij MUG Ingenieursbureau.

Gerelateerd nieuws

Gezondheidsrisico’s PFAS raken mensenrechten, maar de Nederlandse Staat doet volgens de rechtbank voldoende

De rechtbank Den Haag oordeelde op 11 februari dat de Nederlandse Staat op dit moment voldoende doet om de verspreiding van PFAS tegen te gaan en om maatregelen te treffen tegen de risico’s van PFAS die al in het milieu aanwezig zijn. De rechtbank benadrukt dat gebruik en verspreiding van PFAS gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Het College legt hier uit wat de rechtbank oordeelde, wat PFAS met mensenrechten te maken heeft en wat een mensenrechtelijke benadering van PFAS-beleid inhoudt.

Vier jaar water en bodem sturend: hoe ziet de praktijk eruit?

Vier jaar geleden koos het toenmalige kabinet ervoor water en bodem sturend te maken bij ruimtelijke keuzes. Hoe is die ambitie geland in de praktijk? Twee onderzoekers van de Rotterdam School of Management namen zeven bouwprojecten onder de loep.

NVDE: Regeerakkoord geeft energie, duurzame energiesector kan hiermee aan de slag

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) verwelkomt de stevige inzet op de energietransitie in het nieuwe regeerakkoord. Dit zal zorgen voor een sterke groei van ‘oranje-groene’ energie, die ons onafhankelijker en sterker maakt, met kansen voor bedrijven en huishoudens. ‘De goede lijn die Nederland had, wordt nu herpakt en voortgezet. We gaan back to the future,’ zegt Olof van der Gaag, voorzitter NVDE.

Cruciale keuzes voor toekomstbestendige industrie

Voor een klimaatneutraal Nederland in 2050 is verduurzaming van de energie-intensieve industrie cruciaal. De bedrijven die staal, chemicaliën, kunstmest en brandstoffen produceren stoten namelijk ongeveer een kwart van de Nederlandse broeikasgassen uit. Dat percentage is zelfs aan het stijgen. Er zijn dus keuzes nodig om kansen te benutten: welke energie-intensieve industrie past in een klimaatneutraal, veilig en concurrerend Nederland in 2050?