Het moderne leiderschapsjargon leent veel begrippen uit tot de verbeelding sprekende omgevingen als de luchtvaart en defensie. Bijna veertig jaar geleden ontstond het begrip VUCA in het Amerikaanse leger (gebaseerd op theorieën over leiderschap voorgesteld door Warren Bennis en Burt Nanus). Het staat voor Volatile, Uncertain, Complex en Ambiguity, en was bedoeld om de uitdagingen van leiderschap in een post-Koude Oorlog-wereld te beschrijven. Inmiddels is het concept uitgebreid tot D-VUCAD of VUCADD en is de periode van relatieve stabiliteit in ons deel van de wereld vooralsnog ten einde. Wij leven en doen zaken in een extreme omgeving die gekenmerkt wordt door volatiliteit, onzekerheid, complexiteit, ambiguïteit, diversiteit en digitalisering (de laatste ‘d’ wordt ook wel aan ‘disruptief’ gekoppeld). In de kern dient het concept als kapstok voor leiders om het vizier scherp te stellen én de juiste vaardigheden aan te leren om situaties te hanteren. Ik behandel de begrippen ieder kort met een praktisch voorbeeld:

1. Volatiel: een onverwachte en/of instabiele situatie die langer kan voortduren. Met de beschikbare kennis wel snel te hanteren, zoals het gastekort in 2022 na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. Overheden spraken buffervoorraden aan en kochten niet meer bij de Russen, maar in Noorwegen, de VS en het Midden-Oosten. Ander voorbeeld is de oproep van NAVO-baas Mark Rutte om ons beter voor te gaan bereiden op een mogelijk naderende oorlog vanwege de geopolitieke dreiging.

2. Onzeker: onvoorspelbare uitkomst, met wel de nodige kennis beschikbaar om te handelen. Voorbeeld: na het uitbreken van Covid-19 is snel gestart met datacollectie en het ontwikkelen van vaccins. Bijvangst: we hebben in heel korte tijd digitaal leren werken (zie punt 6). Snelle en onzekere ontwikkelingen leiden veelal tot opvallend disruptieve innovaties.

3. Complex: kennis schiet vaak tekort, mede door de onbekende interrelaties en snel veranderende coalities. Voorbeeld is het Midden-Oosten, waar ‘vrienden’ snel ‘vijanden’ kunnen worden en omgekeerd. Voorbeelden: Irak, Iran, Afghanistan en recentelijk Syrië.

4. Ambiguïteit: waarbij je eigenlijk niets weet over het onbekende. Toen Nokia – van oorsprong een houtbewerkingsbedrijf uit Finland – besloot in mobiele telefonie te stappen, konden weinigen voorspellen dat dit bedrijf in 2007 wereldwijd marktleider zou worden en inmiddels de bakens heeft verzet naar innovatieve blockchaintechnologie.

5. Diversiteit: verschillen die we met elkaar ervaren op het gebied van onder meer huidskleur, geslacht, gender, religie, cultuur, karakter en politiek. In de praktijk gaat het vaak over het betrekken of uitsluiten van groepen, wat formeel en ethisch verwerpelijk is, maar onderhuids vaak (en soms onbewust) gebeurt. Het onderkennen en waarderen van verscheidenheid is essentieel.

6. Digitalisering: de overgang van fysieke informatie naar een digitale vorm. Het betalingsverkeer, remote werken, de opkomst van AI, maar ook criminaliteit en veiligheid zijn voorbeelden met een grote impact. Kansen liggen onder meer op het gebied van innovatie, transparantie in vraag en aanbod, nieuwe businessmodellen (zoals Uber en Airbnb).

7. Disruptief: grote krachten die conventies in onze economie op de proef stellen. Democratie is voor velen van ons de vanzelfsprekende rechtsorde waarbinnen we op basis van coalities en meerderheden keuzes maken voor allen. Autocratisch leiderschap rukt op en komt steeds dichterbij, vaak gemaskeerd als democratie.

Om als leider hiermee om te gaan vraagt de nodige vaardigheden. De onderwerpen verschillen sterk net als de relevantie per bedrijfstak of overheidsdienst. Sommige ontwikkelingen en vaardigheden gaan over de grotere bewegingen in de maatschappij, met vaak een indirecter of meer langetermijneffect op het dagelijkse leven. Andere spelen in het hier en nu. Filteren op relevantie, urgentie en noodzaak tot handelen is het devies, wat in alle gevallen begint met alertheid en geïnformeerd zijn. Daarom zijn veel leiders eindeloos nieuwsgierig, lezen ze graag en volgen ze nieuws en media. In elke beweging zitten kansen en bedreigingen opgesloten, dus het vormt een kompas voor zowel ondernemerschap als continuïteit. Dit alles als een juiste toevoeging op intuïtief handelen.

Nog één advies: doe dit niet alleen. Het onderkennen en hanteren van deze krachten is bij voorkeur een team-effort. Vraag om eenieders mening en inschatting, ook als de verantwoordelijkheden in dat team verschillen. Naast feiten spelen vaak ook gevoelens, ideologische standpunten en verschillende perspectieven een rol. Op dit punt gaat autocratisch leiderschap vaak mank, alles wordt vanuit één perspectief bekeken.

Veel leiders kunnen goed speechen en verhalen vertellen, zo ook de geciteerde directeur. Hij had geen team en een deel van de orkaan bestond alleen in zijn hoofd. Achteraf lukt het vaak goed de eigen onmisbare rol in het verhaal te duiden, maar deze verhalen gaan zelden over de situatie vooraf. Daarin gaat het om het ongemak omarmen, met onzekerheden omgaan, verstandige keuzes proberen te maken én deze vervolgens uit te voeren. Dat is de echte arena van leiderschap.

Over de auteurs

  • Hans van der Molen

    "Als directievoorzitter van Berenschot Groep B.V. is het mijn eerste taak om ons bureau relevant te laten blijven voor opdrachtgevers, medewerkers en overige stakeholders. En dat betekent voor mij continu innoveren, veranderen en verbeteren. Naast bestuurder ben ik adviseur en bij een aantal organisaties toezichthouder; het is mijn passie om waarde toe te voegen aan organisaties vanuit de verschillende rollen die ik mag vervullen. Mede dankzij die verschillende rollen heb ik ervaring met governance in diverse vormen, zowel in one tier als two tier boards, Rijnlandse en Angelsaksische modellen, het publieke en het private domein. Net als iedere Berenschot adviseur ben ik nieuwsgierig, eigenwijs en behept met een grote passie voor opdrachtgevers. Mijn stijl is open en direct, met substantie als basis voor relevantie. Dit vraagt een krachtige mix van feiten, harde data en grondige onderbouwing enerzijds, met creatieve en menselijke kwaliteit anderzijds. Berenschot laat organisaties beter functioneren. Vanuit mijn bedrijfskundige achtergrond kijk ik integraal en bij voorkeur multidisciplinair naar vraagstukken, omdat verrassende en vernieuwende oplossingen vaak vanuit onverwachte invalshoeken komen. Ik ben implementatiegericht en zoek aanpakken die tot praktische uitkomsten leiden. Waar de technologie voortschrijdt, wordt de menselijke bijdrage alleen maar belangrijker. De balans tussen hard en zacht, tussen gelijk hebben en gelijk krijgen, is crucialer dan ooit. Maar bouwen aan een organisatie vanuit visie en positieve energie blijft gelukkig onverminderd belangrijk."

Gerelateerd nieuws

Gemeentelijke fusie: kans of risico voor inwoners?

Gemeenten staan in toenemende mate voor complexe bestuurlijke opgaven. Beperkte financiële middelen en afnemende bestuurskracht maken dat kleinere gemeenten overwegen om de krachten te bundelen door te kiezen voor een ambtelijke of bestuurlijke fusie met omringende gemeenten. In deze blog hierover wat meer informatie! Handig voor de aankomende verkiezingen.

Omgeving

Ruimte voor energiegemeenschappen

Toen ik het coalitieakkoord las, moest ik onwillekeurig terugdenken aan de energiecrisis van een paar jaar geleden. De paniek, de onmacht, de rekeningen die door het dak gingen. We ontdekten toen pijnlijk hoe kwetsbaar we zijn als samenleving als energie volledig een marktproduct is, verhandeld aan de hoogste bieder. Wie geen buffer had, betaalde de prijs. Letterlijk.

Vertrouwen centraal stellen in de Participatiewet: hoe doe je dat?

Met de herziene Participatiewet moet vertrouwen in mensen met een bijstandsuitkering centraal staan in de dienstverlening van gemeenten. Vertrouwen vraagt alleen meer dan een herziene wet. Het vraagt om een fundamentele en verreikende herinrichting van de dienstverlening van veel gemeenten. Alleen zien we dat veel gemeenten worstelen met deze omslag. Senior onderzoeker bij Significant Public, Harnold van der Vegte, spreekt met gemeenten die hierin vooroplopen. Want hoe geef je vertrouwen nu echt vorm in de praktijk? En hoe zorg je dat het niet bij mooie woorden blijft, maar dat vertrouwen vanuit gemeenten ook écht voelbaar wordt voor inwoners?

Nederlandse governance in een Europa dat opnieuw moet leren concurreren

De vraag hoe Nederland de komende decennia welvarend en weerbaar blijft, kan niet los worden gezien van de koers van Europa. De rapporten-Wennink en -Draghi maken duidelijk dat concurrentiekracht geen vanzelfsprekendheid meer is, maar het resultaat van bewuste keuzes over investeringen, schaal en strategische autonomie. Dit essay van Hugo Reumkens (advocaat en partner bij Van Doorne) onderzoekt wat die realiteit betekent voor Nederlandse bestuurders en toezichthouders. Het laat zien hoe governance zelf een instrument van concurrentiekracht kan worden.