Er bestaat momenteel veel discussie over de rechten van de natuur en de vraag wie ecosystemen mag vertegenwoordigen in politiek en wetgeving. Dat geldt ook voor de oceaan. Initiatiefnemers van het project “Whose Ocean?” pleiten voor een inclusieve vertegenwoordiging van de oceaan en gaan tijdens het gelijknamige evenement op 30 januari in Den Haag op zoek naar een methode hiervoor. Dat doen ze door de teksten uit het oceaanverdrag van de VN te herschrijven vanuit niet-menselijk perspectief. Met het resultaat willen ze de deelnemers van de VN Oceaanconferentie in juni 2025 in Nice laten zien dat het ook anders kan.

De bijeenkomst vindt plaats in theater De Regentes in Den Haag en is een initiatief van de Universiteit Utrecht, NIOZ, Ambassade van de Noordzee en Casco Art Institute, Working fort he Commons. Ruim tweehonderd wetenschappers, studenten, kunstenaars, milieuactivisten, natuurbeschermers en beleidsmakers zullen deelnemen. 

De oceaan is cruciaal voor het voortbestaan van het leven op aarde en de stabiliteit van het klimaat. Toch vinden de initiatiefnemers dat de oceaan is ondervertegenwoordigd in wereldwijde wetgeving en politieke beslissingen. “Ik heb me er tijdens de klimaatconferentie in Parijs enorm over verbaasd dat niemand echt opstond voor de oceaan”, zegt oceanograaf Erik van Sebille, een van de initiatiefnemers van het evenement. “Eigenlijk waren acteur Leonardo DiCaprio en Prins Albert II van Monaco de enigen.” Daar moeten we iets aan doen, vindt hij, want wie dient anders de belangen van de oceaan?

‘’Diplomaten handelen op het moment te veel vanuit landsbelang’’ - Oceanograaf Erik van Sebille

Onze oceaan

Met de bijeenkomst wil Van Sebille de huidige manier waarop de oceaan wordt gerepresenteerd uitdagen en alternatieven verkennen. ”Het oceaanverdrag van de VN spreekt van “onze oceaan”, maar het is volstrekt onduidelijk wie daarmee bedoeld wordt”, vult Harpo ’t Hart aan. Hij is artistiek directeur van de Ambassade van de Noordzee en mede-initiatiefnemer.

Het gebrek aan duidelijkheid over eigenaarschap leidt tot problemen, stelt ’t Hart. Hij neemt als voorbeeld de diepzeemijnbouw: het winnen van waardevolle metalen die zich op de bodem van de oceaan bevinden. De metalen zitten vaak opgehoopt in een soort knollen, mangaanknollen of polymetaalknollen genoemd. Ze herbergen allerlei soorten leven dat compleet wordt verstoord door diepzeemijnbouw. De politiek en wetgeving moeten ook deze belangen laten meewegen, vinden de initiatiefnemers. “Diplomaten handelen op het moment te veel vanuit landsbelang. Ze zijn niet toegerust om de belangen van de oceaan als geheel mee te nemen”, aldus Van Sebille.

‘’Het maakt me hoopvol dat juist de wetenschap deze stap zet’’ - Harpo 't Hart, artistiek directeur Ambassade van de Noordzee

Kwal, knol en zeemeeuw

Het evenement is een oefening in het aannemen van meer dan menselijke perspectieven, waarin wetenschap, kunst en politiek bijeenkomen. Deelnemers gaan in werkgroepen uiteen om verschillende passages van het oceaanverdrag te herschrijven, vanuit het perspectief van de kwal, de polymetaalknol en de zeemeeuw. ’t Hart vindt het bijzonder dat de universiteit de Ambassade van de Noordzee benaderde met zo’n experimenteel idee. “Het maakt me hoopvol dat juist de wetenschap deze stap zet”, aldus ’t Hart.

De assembly "Whose Ocean?" wordt gefinancierd door de Universiteit Utrecht en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Gerelateerd nieuws

Kabels en leidingen op tijd de grond in: alleen een doordacht tweesporenbeleid werkt

De maatschappelijke druk om doorlooptijden van energieprojecten terug te brengen neemt toe. Wie de energietransitie wil versnellen, moet ervoor zorgen dat voorzieningen ook tijdig “de grond in” kunnen. Nieuwe en zwaardere elektriciteitskabels, transformatorstations, (her)inrichting van gas- en warmtenetten, telecommunicatie­ verbindingen en op termijn ook waterstoftransport vragen letterlijk ruimte. Meestal is daarbij ook grond nodig die niet van de initiatiefnemer is.

Voortgang woningbouw: veel plannen, maar realisatie blijft achter

De nieuwste Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (najaar 2025) toont een dubbel beeld van de Nederlandse woningbouwopgave. Aan de ene kant is er op papier ruim voldoende plancapaciteit om de nationale doelstelling van 100.000 nieuwe woningen per jaar te halen. Aan de andere kant blijkt de daadwerkelijke realisatie achter te lopen, mede door vertraagde planvorming, juridisch niet‑harde plannen en verschillen in datalevering tussen provincies.

Wettelijk kader noodzakelijk om constructieve veiligheid van bouwwerken te borgen

Om bouwwerken in de toekomst zo veilig mogelijk te realiseren, is een wettelijk kader nodig. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ziet helaas geen aanleiding om hier nu mee aan de slag te gaan. Een gemiste kans, want alleen met een wettelijk kader ontstaat een gelijk speelveld waarmee bevorderd wordt dat bouwwerken in de toekomst zo veilig mogelijk worden gerealiseerd.

“Wonen in de stad trekt het meest, dus zet in op metropolen”

Het nu al veelbesproken PONT-gesprek met Hans Koster en Laurens Ivens staat online! Bekijk hier deze aflevering met de titel ‘Bouwen en wonen binnen de gemeente: van problemen naar oplossingen’, waarin de expert en politicus de degens kruisen over de uitdagingen op de woningmarkt. “Delen en splitsen wordt veel te complex gemaakt.”