CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive)

Met het Omnibus-voorstel worden een aantal bepalingen van de CSRD in belangrijke mate gewijzigd. Zo wordt de scope van de CSRD beperkt tot grote ondernemingen met meer dan 1000 werknemers en een omzet van meer dan 50 miljoen euro of een balanstotaal van meer dan 25 miljoen euro. Daarmee wordt het aantal ondernemingen die onder de CSRD vallen met 80% teruggebracht. De nieuwe scope van de CSRD zal daarmee nauwer aansluiten bij de scope van de CSDDD.

Verder worden de rapportagestandaarden van de CSRD (de European Sustainability Reporting Standards, ook wel afgekort als de ESRS), herzien met als doel dat het aantal ESG-datapunten waarover ondernemingen moeten rapporteren aanzienlijk wordt verminderd. De inwerkingtreding van de CSRD zal daarnaast voor bepaalde ondernemingen nader worden uitgesteld met 2 jaar.

CSDDD (Corporate Sustainability Due Diligence Directive)

Ook de CSDDD zal bij goedkeuring van het Omnibus-voorstel ingrijpend veranderen. De verplichting om ‘ESG due diligence’ in de volledige waardeketen van een onderneming (dus ook bij indirecte zakenpartners in die keten) uit te voeren, wordt in het nieuwe voorstel beperkt. Onder het voorstel dient een dergelijk verstrekkend due diligence onderzoek enkel nog plaats te vinden in gevallen waar het bedrijf informatie heeft, waaruit blijkt dat er daar negatieve gevolgen op het gebied van ESG zijn ontstaan ​​of kunnen ontstaan.

Een andere inperking betreft het verwijderen van de verplichting voor een onderneming om – als laatste redmiddel - een zakelijke relatie te beëindigen ten behoeve van de nakoming van de verplichtingen uit de CSDDD. Ook wordt met het voorstel grotendeels afgezien van geharmoniseerde voorwaarden voor civiele aansprakelijkheid. Tot slot wordt de omzettingsdeadline van de CSDDD uitgesteld met een jaar (tot medio 2028).

Conclusie

Het volledige Omnibus-voorstel behandelen gaat de reikwijdte van deze blog te buiten en de voorgestelde wijzigingen vereisen nog de goedkeuring van zowel de Europese Raad als het Europees Parlement. Het Europees Parlement zal in april starten met onderhandelen over het Omnibus-voorstel. Het staat wel vast dat de Europese Commissie met deze voorstellen van koers is veranderd en een afgeslankt en versimpeld ESG-wetgevingskader nastreeft.

Voor meer verdieping PONT | Klimaat , opent in nieuw tabblad

Over de auteurs

  • Floor Coopmans

    Floor Coopmans is sinds september 2023 werkzaam bij Holla legal & tax. Floor maakt onderdeel uit van het team Ondernemingsrecht en houdt zich met name bezig met Corporate & Commercial Litigation en Commercial Contracting. In dat kader is ze betrokken bij uiteenlopende commerciële geschillen. Verder adviseert zij bij het opstellen en beoordelen van commerciële contracten.

  • Bert van den Boom

    Bert van den Boom is advocaat arbeidsrecht: ''Bert adviseert werkgevers en bestuurders over alle juridische kwesties die komen met het werkgeverschap. Dit gaat vaak om ontslag, maar bijvoorbeeld ook om integriteitskwesties, zoals diefstal of #metoo, reorganisaties, concurrentiebedingen of uitleg van cao-bepalingen. Daarnaast wordt Bert vaak door collega’s ingeschakeld in situaties waar het arbeidsrecht raakvlakken vertoont met het ondernemingsrecht of het gezondheidsrecht, bijvoorbeeld waar het gaat om bestuurders of medisch specialisten. Bert staat regelmatig zorginstellingen bij en is daarom ook goed thuis in de aanverwante wetgeving waar zijn cliënten mee van doen hebben, zoals de Wet normering topinkomens (WNT) en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Bert is een toegewijde advocaat, die bekend staat om zijn prettige en persoonlijke benadering. Hij heeft ruime ervaring in het vertegenwoordigen van cliënten, zowel in procedures als bij onderhandelingen. Hij houdt van de rechtszaal: dit is voor hem het mooiste aspect van de advocatuur. Het arbeidsrecht kenmerkt zich door asymmetrie: waar de werknemer veel meer wettelijke bescherming geniet, heeft de werkgever doorgaans juist meer regie. Bert kan daar goed mee omgaan en weet hierbij de juiste toon te vinden, zeker wanneer gevoelige omstandigheden meespelen maar een werkgever toch streng moet optreden.

  • Ties Pranger

    Sinds februari 2021 werkt Ties bij Holla in de teams Vastgoed en Overheid. Hij is gespecialiseerd in bestuursrecht, omgevingsrecht, onteigeningsrecht en de Omgevingswet. Binnen deze expertises adviseert Ties onder meer bij wetgevingsvraagstukken, bestemmingsplanvraagstukken en onteigeningsprocedures.

Gerelateerd nieuws

Kabels en leidingen op tijd de grond in: alleen een doordacht tweesporenbeleid werkt

De maatschappelijke druk om doorlooptijden van energieprojecten terug te brengen neemt toe. Wie de energietransitie wil versnellen, moet ervoor zorgen dat voorzieningen ook tijdig “de grond in” kunnen. Nieuwe en zwaardere elektriciteitskabels, transformatorstations, (her)inrichting van gas- en warmtenetten, telecommunicatie­ verbindingen en op termijn ook waterstoftransport vragen letterlijk ruimte. Meestal is daarbij ook grond nodig die niet van de initiatiefnemer is.

Creëer meer tijd voor zorg

Tijd is het meest schaarse goed voor iedere zorgmedewerker – van ouderenzorg tot ziekenhuis, van GGZ tot gehandicaptenzorg. Dat zowel het personeelstekort als de zorgvraag de komende jaren blijft toenemen, maakt dat tijd alleen maar schaarser wordt. Laten we die kostbare uren terugwinnen en zorgen dat onze bevlogen zorgmedewerkers meer tijd hebben voor zorg.

Voortgang woningbouw: veel plannen, maar realisatie blijft achter

De nieuwste Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (najaar 2025) toont een dubbel beeld van de Nederlandse woningbouwopgave. Aan de ene kant is er op papier ruim voldoende plancapaciteit om de nationale doelstelling van 100.000 nieuwe woningen per jaar te halen. Aan de andere kant blijkt de daadwerkelijke realisatie achter te lopen, mede door vertraagde planvorming, juridisch niet‑harde plannen en verschillen in datalevering tussen provincies.

Wettelijk kader noodzakelijk om constructieve veiligheid van bouwwerken te borgen

Om bouwwerken in de toekomst zo veilig mogelijk te realiseren, is een wettelijk kader nodig. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ziet helaas geen aanleiding om hier nu mee aan de slag te gaan. Een gemiste kans, want alleen met een wettelijk kader ontstaat een gelijk speelveld waarmee bevorderd wordt dat bouwwerken in de toekomst zo veilig mogelijk worden gerealiseerd.