Simpelweg nodig

In ons vorige artikel is de conclusie dat de aangekondigde striktere handhaving van de Wet DBA organisaties ertoe aanzet kritisch te kijken naar hun werkgeverschap. Veel organisaties zetten stappen in meer aandacht en maatwerk voor de behoeften van medewerkers om hen te binden en te behouden.

Maar het weren van zzp’ers leidt in de praktijk vaak tot hogere kosten voor detachering. Daarbij is inzet van zelfstandige zorgprofessionals onmisbaar om de zorg überhaupt draaiende te houden, gezien het hoge ziekteverzuim en de uitstroom van personeel.

De strengere controle op schijnzelfstandigheid is begrijpelijk, maar biedt geen structurele oplossing. Er is simpelweg extra capaciteit nodig en die wordt voor een belangrijk deel geleverd door zzp’ers.

Wet schiet tekort

In deze krappe arbeidsmarkt telt iedere beschikbare kracht. De Wet DBA is echter eerder een belemmering dan een hulpmiddel: het maakt organisaties terughoudend, creëert onzekerheid en sluit een noodzakelijke beroepsgroep buiten.

De wet maakt ook geen onderscheid tussen zelfstandigen die bewust kiezen voor het ondernemerschap en daar ook naar handelen, en zij die enkel profiteren van de voordelen zonder de verantwoordelijkheden te dragen. Ook wordt nauwelijks gekeken waarom mensen kiezen voor het zzp-schap.

Wat nodig is, is een werkbare balans: een manier waarop zowel mensen in loondienst als zelfstandigen duurzaam kunnen bijdragen aan de zorg. Met aandacht voor vaste gezichten op de werkvloer én ruimte voor maatwerk, bijvoorbeeld op locaties waar vaste medewerkers niet te vinden zijn.

Stap vooruit zetten

Het kernprobleem is niet de inzet van zzp’ers, maar het ontbreken van heldere kaders. De zorgsector heeft juist baat bij een flexibele arbeidsmarkt met een goede mix van vast en flexibel personeel, om continuïteit en toegankelijkheid van zorg te waarborgen.

Een nieuwe zelfstandigenwet kan hierin een stap vooruit betekenen. Die wil voorzien in een wettelijk toetsingskader in plaats van vage jurisprudentie (zoals het Deliveroo-arrest), en introduceert een zelfstandigentest die kijkt naar de zzp’er zelf: is iemand aantoonbaar zelfstandig ondernemer? Maar is dat voldoende?

Bevraag ieder op zijn verantwoordelijkheid

De kernvraag is: wie is verantwoordelijk voor wat? In de huidige situatie kunnen ook zorgorganisaties beboet worden als een ingehuurde zzp’er niet voldoet aan de voorwaarden om als zelfstandige te werken. Maar waarom zouden zorgorganisaties moeten nagaan hoeveel opdrachtgevers een zzp’er heeft, of deze zich houdt aan de arbeidstijdenwet? Het is onuitvoerbaar – en onlogisch.

Zorgorganisaties worden immers ook niet verantwoordelijk gehouden voor hoe andere leveranciers hun werk organiseren. Denk aan een IT-bedrijf, een installatiebedrijf of een administratiekantoor: de afspraken gaan over de dienst, niet over de interne bedrijfsvoering. Een zzp’er is ook een ondernemer, alleen zonder personeel. Behandel hem of haar dan ook als ondernemer.

Dat betekent: zzp’ers moeten zélf zorgen dat zij voldoen aan wet- en regelgeving. Denk aan de administratie, het naleven van arbeidstijden, verzekeringen en pensioenopbouw. De verantwoordelijkheid voor goed werkgeverschap ligt bij de zorgorganisatie en de verantwoordelijkheid voor goed ondernemerschap bij de zzp’er.

Zorgorganisaties moeten zich primair kunnen richten op de kwaliteit van zorg en het naleven van wet- en regelgeving. Hoe zij dat organiseren met eigen personeel, detacheringsconstructies zzp’ers of flexpools moet hun eigen keuze blijven. Die ruimte is essentieel om in te spelen op lokale behoeften en omstandigheden. Stop met zorgorganisaties bevragen of een ondernemer wel een échte ondernemer is. Dat is aan de overheid.”

Een toekomstbestendige zorgsector

De huidige koers, strikte handhaving van de Wet DBA, biedt geen duurzame oplossing voor de uitdagingen in de zorg. Het dwingen tot vaste contracten negeert de realiteit: de zorg heeft flexibiliteit nodig om te overleven. Zzp’ers vervullen daarin een essentiële rol. Niet door ze massaal in te zetten, maar door ze op verantwoorde wijze onderdeel te maken van de personeelsstrategie. De oplossing ligt in helderheid en eerlijkheid als voorwaarden voor een toekomstig bestendige sector

  • Heldere wetgeving, zodat organisaties weten waar ze aan toe zijn;

  • Duidelijke scheiding in rol en verantwoordelijk voor zowel zorgorganisaties als zzp’ers;

  • Een slimme balans tussen vast en flexibel, afgestemd op de praktijk.

Aan de inhoud van dit artikel hebben bijgedragen: Albert Hilvers (Zorggroep Oude en Nieuwe Land), Angela Jansen (ZZG Zorggroep), Jeroen Alstadt (ZZG Zorggroep), Jeroen van Bommel (Van Neynsel), Mark Leffers (Amstelring), Marion van Zoom (Egala Zorg), Marlon Lichtleitner (Pergamijn), Shequita Kalloe (Argos Zorggroep), Ron Axt (Groenhuysen) en Taco Sijbrandi (Odion).

Over de auteurs

  • Martin Kartomo

    Dr. Martin Kartomo MBA is eigenaar van CP-FM.COM en NAICE-GROUP.AI. Met zijn expertise in de ambidextrie van AI en het functioneel functioneren van Management Control Systemen adviseert hij (inter-)nationale organisaties in het private en publieke domein. Als investeerder en lid van diverse raden van advies verbindt hij technologische innovatie aan functionele strategie executie.

  • Simon Heesbeen

    Simon Heesbeen is adviseur en programmamanager in de zorg, met 16 jaar ervaring in het verbinden van strategie en bedrijfsvoering. Vanuit zijn eigen adviespraktijk helpt hij zorgorganisaties vanuit een heldere koers stapsgewijs toekomstbestendig te organiseren.

Gerelateerd nieuws

‘Door elkaar echt te leren kennen, ontdek je dat ‘tegenwerking’ niet voortkomt uit onwil’

Ze zijn feitelijk met weinig, maar kosten de samenleving veel: jongeren die verblijven in residentiële jeugdzorg, bijna achttien jaar worden en waarvan niemand exact weet waar ze na hun 18e kunnen wonen en eventueel zorg kunnen krijgen. Met als gevolg dat een deel van hen verdwaald in de lokettenjungle en dak- of thuisloos wordt. Aan de twee implementatiecoördinatoren van de Landelijke Aanpak 16-27 vragen we daarom: hoe lukt het gemeenten wel deze groep jongeren te ondersteunen naar een duurzame woon- of zorgplek?

Zorg & Sociaal

Stelselsturing in de jeugdzorg: van intentie naar impact

De jeugdzorg kraakt. Niet door gebrek aan inzet of visie, maar door een overdaad aan intenties, rapporten en tijdelijke oplossingen. De Hervormingsagenda Jeugd moet hier verandering in brengen, maar zolang het aan bestuurlijke daadkracht ontbreekt, blijven jongeren en professionals gevangen in een stelsel dat te weinig werkt.

Zorg & Sociaal

Theijs van Welij: Terugblik op 10 jaar transformatie van het Sociaal Domein

In deze blog deelt Theijs van Welij, senior adviseur in het publiek domein, zijn persoonlijke visie op de transformaties in het Sociaal Domein. De afgelopen 10 jaar heb ik veel geleerd van de transformaties in het Sociaal Domein bij een waaier aan gemeenten. In een terugblik constateer ik dat verschillen in bestuurscultuur, organisatiestructuur en ambtelijke cultuur als bepalende factoren heb ervaren voor het realiseren van een samenhangend en integraal beleid. Natuurlijk heeft de landelijke politiek c.q. de Rijksoverheid met wisselende visies en programma’s impact op de beleidsvrijheid van gemeenten en regionale samenwerking, deze laat ik voor nu buiten beschouwing.

Zorg & Sociaal

In hoeverre laat de Richtlijn gelijke beloning ruimte voor salarisonderhandelingen?

De EU-richtlijn 2023/970 inzake gelijke beloning heeft als doel de loonkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen. Werknemers die gelijk werk verrichten, moeten hiervoor gelijk worden beloond. Transparantie is daarbij het sleutelwoord: voortaan moet het voor werknemers inzichtelijk zijn welke legitieme criteria de werkgever gebruikt voor het bepalen van de beloning(sontwikkeling). Maar wat betekent dit voor de ruimte die zowel werkgever als werknemer hebben om over loon te onderhandelen? En wanneer is een loonverschil tussen twee werknemers eigenlijk legitiem? Aletha Dera-ten Bokum en Oscar Pater (beide Dirkzwager) antwoord op deze vragen.