“Je bent als bestuurder geen knip voor je neus waard als je geen lid bent van een RSO.” Jeroen Lambriks, RvB Amstelring

De schaal bezien onze gesprekspartners in relatie tot de strategische spanning tussen vandaag en morgen. Die zorgspanningsboog omvat aan de ene kant de zorgprocessen en het optimaliseren van de bedrijfsvoering rond het huidige zorgportfolio. Aan de andere kant staat de brute realiteit van een fundamentele wijziging van het zorgportfolio terwijl de benodigde middelen (financieel en personeel) steeds schaarser worden.

Schaalvergroting lost niet automatisch de uitdagingen op

Onze gesprekspartners erkennen dat een grotere schaal voordelen heeft om de zorgspanningsboog het hoofd te bieden als het gaat om expertise, investeringskracht, arbeidsmarktkansen en transformatie van de zorg. Fusies zijn echter niet per se de oplossing, want complex en niet altijd verstandig.

Ongeacht de omvang geven zij het signaal dat bewustzijn van de positie in de regionale context cruciaal is. Samenwerking met kleinere, innovatieve partijen is effectiever om schaalgrootte te realiseren dan een fusie, vooral wanneer organisaties een duidelijke marktpositionering en specialisatie nastreven.

De bestuurders en directeuren die wij spraken, benadrukken dat kwaliteit, identiteit en financiële gezondheid belangrijker zijn om genoemde uitdagingen op te pakken dan omvang. Zij stellen onafhankelijk van elkaar dat een fusie moet voortkomen uit een bewuste strategische keuze, niet uit persoonlijke ambities ten behoeve van schaalvergroting.

“Schaal is meer slim in verbinden. Durf te kiezen waar je van bent. Hoe pijnlijk het soms ook is.” Jessica Heuperman, RvB Pergamijn

Opvallend is verder dat ze unaniem aangeven dat een grotere omvang in de zorg geen denkrichting is. De oplossingen voor schaalvergroting liggen in intensieve samenwerking, zoals de NZa ook concludeert in De stand van de zorg 2024. De bevinding uit dit onderzoek lijkt aan te sluiten bij een analyse van de jaarverslagen zorg op de site van het ministerie van VWS, waaruit blijkt dat in 2023 en 2024 zeer weinig VVT- en GHZ-organisaties daadwerkelijk zijn opgehouden te bestaan ten faveure van schaalvergroting.

Het probleem in samenwerking is aanspreekbaarheid

Er is ook een grens aan schaalvoordelen door fusies en vormen van samenwerking. Groter worden en zijn, kent een omslagpunt: de bureaucratie neemt toe, de afstand tot de werkvloer ook. Dus moet gezocht worden naar een optimum in schaal, waarbij groter niet altijd beter is. Een opvallende bevinding is de overtuiging bij onze gesprekspartners dat schaalgrootte niets zegt over hoe de zorg is georganiseerd. Ook een grote organisatie kan kleinschalige zorg bieden of alternatieve woonvormen faciliteren.

De voorkeur gaat uit naar samenwerking boven fusie. Randvoorwaarde in samenwerking is vertrouwen. Maar vertrouwen alleen is niet genoeg. Goede samenwerking vraagt ook om heldere, zakelijke afspraken over eigenaarschap, investeringen en verantwoordelijkheden. Zeker als samenwerking intensiever en langduriger wordt. Te denken valt aan regionale samenwerkingsorganisaties (RSO's). RSO’s zijn essentieel voor het delen van data en het toepassen van AI-technologieën. Onze gesprekspartners suggereren wel dat het nodig kan zijn om kleinere RSO’s te fuseren tot een grotere RSO om voldoende massa te bereiken.

“Vertrouwen kan morgen weg zijn als een bestuurder vertrekt.” Angela Jansen, RvB ZZG zorggroep

Zelf-assessment: laat zien waar je (niet) goed in bent

Bewustzijn van de regionale context en het eigen profiel is cruciaal om als community de noodzakelijke schaalvergroting te realiseren. Organisaties moeten eerlijk kijken naar hun sterktes, zwaktes en positie in het zorglandschap, en op basis daarvan keuzes maken over samenwerking, groei of specialisatie. De schaal van de georganiseerde zorg moet innovatieve concepten, zoals inclusieve woonvormen, mogelijk maken. Bijvoorbeeld woonvormen waar meerdere generaties samenleven en elkaar ondersteunen, waardoor zorgzame gemeenschappen ontstaan.

Beschikbaarheid van personeel randvoorwaarde voor schaal

Strategische keuzes gerelateerd aan de zorgspanningsboog zijn bijvoorbeeld te baseren op beschikbaarheid van personeel, zoals bij Zorggroep Oude en Nieuwe Land gebeurt. De benodigde schaal kan ook ontstaan via regionale of thematische samenwerking, waarbij grote en kleine partijen elkaar versterken in plaats van concurreren. Er zijn wijken, zoals het Statenkwartier in Den Haag, waar soms drie verschillende ouderenzorgorganisaties tegelijkertijd dezelfde zorgproducten aanbieden. Gezamenlijk een grotere schaal organiseren vereist afstemming tussen en met de collega-aanbieders om overaanbod te voorkomen.

“Ik geloof in inclusief wonen, en de zorg organiseren daar waar het personeel is.” Albert Hilvers, RvB Zorggroep Oude en Nieuwe Land

Aan de inhoud van dit artikel hebben bijgedragen: Albert Hilvers (Zorggroep Oude en Nieuwe Land), Angela Jansen (ZZG zorggroep), Erik van der Veer (Zorggroep Elde Maasduinen), Jessica Heuperman (Pergamijn), Jeroen Alstadt (ZZG zorggroep), Jeroen Lambriks (Amstelring), Jeroen van Bommel (Van Neynsel), Joris de Jong (Liemerije), Mark Leffers (Amstelring), Marion van Zoom (Egala Zorg), Marlon Lichtleitner (Pergamijn), Shequita Kalloe (Argos Zorggroep) en Taco Sijbrandij (Odion).

Over de auteurs

  • Martin Kartomo

    Dr. Martin Kartomo MBA is eigenaar van CP-FM.COM en NAICE-GROUP.AI. Met zijn expertise in de ambidextrie van AI en het functioneel functioneren van Management Control Systemen adviseert hij (inter-)nationale organisaties in het private en publieke domein. Als investeerder en lid van diverse raden van advies verbindt hij technologische innovatie aan functionele strategie executie.

  • Simon Heesbeen

    Simon Heesbeen is adviseur en programmamanager in de zorg, met 16 jaar ervaring in het verbinden van strategie en bedrijfsvoering. Vanuit zijn eigen adviespraktijk helpt hij zorgorganisaties vanuit een heldere koers stapsgewijs toekomstbestendig te organiseren.

Gerelateerd nieuws

‘Door elkaar echt te leren kennen, ontdek je dat ‘tegenwerking’ niet voortkomt uit onwil’

Ze zijn feitelijk met weinig, maar kosten de samenleving veel: jongeren die verblijven in residentiële jeugdzorg, bijna achttien jaar worden en waarvan niemand exact weet waar ze na hun 18e kunnen wonen en eventueel zorg kunnen krijgen. Met als gevolg dat een deel van hen verdwaald in de lokettenjungle en dak- of thuisloos wordt. Aan de twee implementatiecoördinatoren van de Landelijke Aanpak 16-27 vragen we daarom: hoe lukt het gemeenten wel deze groep jongeren te ondersteunen naar een duurzame woon- of zorgplek?

Zorg & Sociaal

Stelselsturing in de jeugdzorg: van intentie naar impact

De jeugdzorg kraakt. Niet door gebrek aan inzet of visie, maar door een overdaad aan intenties, rapporten en tijdelijke oplossingen. De Hervormingsagenda Jeugd moet hier verandering in brengen, maar zolang het aan bestuurlijke daadkracht ontbreekt, blijven jongeren en professionals gevangen in een stelsel dat te weinig werkt.

Zorg & Sociaal

Theijs van Welij: Terugblik op 10 jaar transformatie van het Sociaal Domein

In deze blog deelt Theijs van Welij, senior adviseur in het publiek domein, zijn persoonlijke visie op de transformaties in het Sociaal Domein. De afgelopen 10 jaar heb ik veel geleerd van de transformaties in het Sociaal Domein bij een waaier aan gemeenten. In een terugblik constateer ik dat verschillen in bestuurscultuur, organisatiestructuur en ambtelijke cultuur als bepalende factoren heb ervaren voor het realiseren van een samenhangend en integraal beleid. Natuurlijk heeft de landelijke politiek c.q. de Rijksoverheid met wisselende visies en programma’s impact op de beleidsvrijheid van gemeenten en regionale samenwerking, deze laat ik voor nu buiten beschouwing.

Zorg & Sociaal

In hoeverre laat de Richtlijn gelijke beloning ruimte voor salarisonderhandelingen?

De EU-richtlijn 2023/970 inzake gelijke beloning heeft als doel de loonkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen. Werknemers die gelijk werk verrichten, moeten hiervoor gelijk worden beloond. Transparantie is daarbij het sleutelwoord: voortaan moet het voor werknemers inzichtelijk zijn welke legitieme criteria de werkgever gebruikt voor het bepalen van de beloning(sontwikkeling). Maar wat betekent dit voor de ruimte die zowel werkgever als werknemer hebben om over loon te onderhandelen? En wanneer is een loonverschil tussen twee werknemers eigenlijk legitiem? Aletha Dera-ten Bokum en Oscar Pater (beide Dirkzwager) antwoord op deze vragen.