FNV verstrekt informatie aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) over mogelijke overtredingen van Europese rij- en rusttijdenregels door een Litouwse transportonderneming. De ILT heeft deze informatie meegenomen bij haar eigen onderzoek en legde uiteindelijk een bestuurlijke boete op.

FNV verzocht om als derdebelanghebbende te worden aangemerkt in de boeteprocedure en wilde bezwaar kunnen maken tegen het boetebesluit. De minister van Infrastructuur en Waterstaat wees dit verzoek af, omdat het bestraffende karakter geen ruimte voor derden biedt. De rechtbank Midden-Nederland volgde dat standpunt.

In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vroeg de voorzitter om een conclusie over de principiële vraag of een derde belanghebbende kan zijn bij een besluit tot oplegging of weigering van een bestuurlijke boete?.

Juridisch kader

Het belanghebbende begrip staat hier centraal: “Degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is, kan bezwaar en beroep instellen.”

Bestuurlijke boetes hebben een bijzonder karakter. Zij zijn bestraffend van aard en kwalificeren als een ‘criminal charge’ in de zin van art. 6 EVRM. Dat brengt extra waarborgen met zich voor de overtreder. Te denken valt aan het recht op een eerlijk proces. De vraag is of dit punitieve karakter zich verzet tegen deelname van derden aan de procedure.

Overwegingen conclusie

Volgens Widdershoven bestaat er kort gezegd geen principiële uitsluiting van derden bij bestuurlijke boetes. Het feit dat een boete bestraffend is, betekent niet automatisch dat niemand anders dan de overtreder belanghebbende kan zijn. Doorslaggevend blijft of wordt voldaan aan de wettelijke criteria van het belanghebbende-begrip.

Maar daarbij is een belangrijk onderscheid. Een derde kan in ieder geval belanghebbende zijn bij een besluit om geen boete op te leggen, wanneer dat besluit is genomen naar aanleiding van een handhavingsverzoek van die derde. In zo’n situatie kan het uitblijven van sanctionering gevolgen hebben voor de naleving van de norm in de toekomst.

Ook bij de oplegging van een boete kan onder omstandigheden sprake zijn van een derde-belanghebbende. Dat is met name het geval wanneer de boete het directe gevolg is van een handhavingsverzoek en een derde een eigen, persoonlijk of collectief belang heeft dat rechtstreeks door het boetebesluit wordt geraakt.

Voor belangenorganisaties geldt bovendien dat hun statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden voldoende specifiek moeten zijn gericht op het belang dat door het boetebesluit wordt geraakt.

Widdershoven benadrukt dat terughoudendheid geboden is. De processuele rechten van de overtreder moeten worden beschermd. Denk daarbij aan de vertrouwelijkheid van stukken en het beginsel van ‘equality of arms’.

Conclusie en gevolgen voor de praktijk

De conclusie is een belangrijk advies aan de Afdeling. Niet het punitieve karakter van de bestuurlijke boete is beslissend, maar de vraag of een derde voldoet aan de eisen van het belanghebbende-begrip. Als de Afdeling bestuursrechtspraak deze lijn volgt, ontstaat meer ruimte voor de rechtsbescherming van derden in handhavingszaken, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de fundamentele waarborgen voor de overtreder.

Voor de praktijk zou dit kunnen gaan betekenen dat het bestuursorgaan niet langer zonder meer kan volstaan met het standpunt dat bij boetes geen derde-belanghebbende bestaan. Met name bij boetes die volgen op handhavingsverzoeken van belangenorganisaties zal zorgvuldiger moeten worden beoordeeld of er sprake is van een rechtstreeks betrokken belang. Het is nu aan de Afdeling om hierover een definitief oordeel te vellen.

Over de auteurs

  • Roza Morrison

    Roza Morrison werkt bij Certa Advocaten als advocaat bestuursrecht. Naast algemene overheidszaken richt zij zich in het bijzonder op het omgevingsrecht en bestuurlijke handhaving binnen vastgoed en (water)sport, en zaken die het EU-recht raken. Zij staat zowel (semi)overheden als bedrijven bij. Vanwege de verwevenheid van onderwerpen binnen het bestuursrecht alsook met andere rechtsgebieden, gaat Roza grondig te werk en zorgt zij dat de best mogelijke uitkomst op tafel komt te liggen.

  • Werner Altenaar

    Werner Altenaar is advocaat-partner bestuursrecht bij Certa Advocaten in Amsterdam. Hij maakt onderdeel uit van de praktijkgroep vastgoed. Werners expertise is bestuursrecht en omgevingsrecht met een bijzondere focus op gebiedsontwikkeling, vergunningverlening en handhaving. Hij brengt jarenlange ervaring mee in complexe bestuursrechtelijke en omgevingsrechtelijke vraagstukken. Zijn interesse ligt met name in de sport- en horecabranche. Werner staat zowel overheden als bedrijven bij in raad en daad en omschrijft zichzelf als een “procestijger”. Daarnaast verzorgt Werner regelmatig kennissessies, spreekt hij op congressen en ook deelt hij blogs en vlogs. Verder is Werner rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Midden-Nederland.

Gerelateerd nieuws

Nationale ombudsman, Raad van State en Algemene Rekenkamer roepen op tot een realistische overheid

De overheid moet realistische verwachtingen wekken. Zij moet doen wat zij belooft en alleen beloven wat zij kan waarmaken. Anders raken burgers in de knel en loopt Nederland steeds verder vast. Dat schrijven de Nationale ombudsman, de vice-president van de Raad van State en de president van de Algemene Rekenkamer in een gezamenlijke notitie aan de formerende partijen. Op uitnodiging van de informateur hebben Reinier van Zutphen, Thom de Graaf en Pieter Duisenberg hun aanbevelingen vandaag aan de partijleiders van D66, VVD en CDA toegelicht.

Intersectionele discriminatie onder de radar van de Richtlijn gelijke beloning

De EU-richtlijn 2023/970 inzake gelijke beloning heeft als doel ongerechtvaardigde loonverschillen tussen mannen en vrouwen structureel te verkleinen. Transparantie, toetsbare beloningscriteria en het recht op informatie staan daarbij centraal. Maar de richtlijn kijkt verder dan de bekende cijfers over de loonkloof. Voor het eerst erkent de Europese wetgever formeel het bestaan van intersectionele discriminatie: ongelijke behandeling die voortkomt uit een combinatie van geslacht én een andere grond zoals afkomst, leeftijd, handicap of seksuele gerichtheid.

Kabinet wil betere monitoring op taken gemeenten en provincies

In de kabinetsreactie op de adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) Afrekenen met disbalans (maart 2025) en Meters maken met medebewind (juli 2025), kondigt minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een nadere verkenning aan naar verbetering van monitoring van (bestaande) medebewindstaken. De minister heeft de kabinetsreactie aan de Tweede Kamer gezonden.

Beursbedrijven zetten stappen op diversiteit, maar inclusie blijft achter

Nederlandse beursbedrijven formuleren steeds vaker doelen voor diversiteit, maar echte aandacht voor inclusie blijft beperkt. Dat blijkt uit het nieuwe monitoringsrapport over boekjaar 2024 van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code. Slechts drie op de tien bedrijven hebben concrete inclusiedoelstellingen vastgelegd.

Zorg & Sociaal