Door klimaatverandering krijgt Nederland vaker te maken met weersextremen, zoals langdurige periodes van droogte en wateroverlast. Meer rekening houden met natuurlijke condities bij gebiedsinrichting en de bouw van huizen en gebouwen moet ons land klimaatbestendiger maken. Tegelijkertijd is er een urgent woningtekort: hoe verenig je die twee opgaven?
Geen verplichting
Het doel van water en bodem sturend (WBS) maken bij ruimtelijke keuzes is om schade door klimaatverandering te voorkomen, in plaats van achteraf te moeten repareren. Toch heeft het Rijk WBS niet verplicht gesteld. Het is een overweging, geen voorwaarde. Overheden en marktpartijen bepalen zelf hoe ze daar invulling aan geven bij bouwprojecten. De vraag hoe groot na vier jaar het verschil is tussen ambitie en praktijk motiveerde Emanuel Ubert om daar onderzoek naar te doen. Hij werkt als assistent-professor in Strategic Management bij de Rotterdam School of Management. De expertise van research-assistent Adela Agnew ligt in stedenbouw en milieukunde. Samen interviewden zij vijftig betrokkenen bij zeven bouwprojecten.
3,6 meter boven NAP
In hun rapport ‘From Ambition to Action: Translating Water and Soil as Guiding Principles’ noemen de onderzoekers vier afwegingen die meespelen bij het toepassen van WBS: financiële, juridische, governance-gerelateerde en kennisgerelateerde. De juridische afweging zag Agnew terug in het Rotterdamse project Merwehaven: “Het bouwen van huizen gebeurt daar deels buitendijks. Het waterschap is dan juridisch niet verantwoordelijk voor waterveiligheid. De gemeente heeft daarom in 2018 als norm gesteld dat nieuwbouw buitendijks op minimaal 3,6 meter boven NAP moet liggen. In een recente actualisatie van de norm is ook de Kamerbrief uit 2022 over WBS meegenomen.”
Waterschap tekent mee
Als voorbeeld van een financiële afweging noemt ze project Zuidpolder in Barendrecht. Het oorspronkelijke plan was de aanleg van een ecologisch park, maar toen de financiering niet volledig rondkwam, zorgde woningbouw voor extra opbrengsten. Agnew: “Natuur, huizen en projectontwikkeling blijken elkaar te kunnen versterken; door het een te doen maak je het ander mogelijk.”
De onderlinge relaties doen ertoe
Bij bouwproject Gnephoek in Alphen aan den Rijn sloten de betrokken partijen een overeenkomst met gezamenlijke principes, waaronder WBS. Het waterschap is een van de ondertekenende partijen. “Bijzonder,” meent ze, “want meestal gebeurt dat niet. Hier leefde vanaf het begin het besef dat de relatie tussen partijen ertoe doet. Met wederzijds vertrouwen neemt de kans toe dat zij willen samenwerken aan doelen. Een voorbeeld van een governance-overweging.”
Meer sturing versus meer flexibiliteit
Dat WBS niet verplicht is heeft voor- en nadelen. Agnew: “Omdat de omstandigheden per gebied verschillen, kunnen lokale overheden bepalen wat in de lokale situatie het beste past. Tegelijkertijd maakt de vrijblijvendheid het moeilijk om WBS af te dwingen. In gemeenten met een acuut woningtekort kan het wringen, zeker omdat de kosten van schade door klimaatverandering op de lange termijn moeilijk te berekenen zijn.” Ubert beaamt dat WBS een abstract en ambigu principe is: “In interviews hoorden we dat er behoefte bestaat aan meer sturing door het Rijk. De neiging is vaak om problemen op te lossen met meer regels, maar ik weet niet of dat altijd de beste weg is. De meer flexibele insteek bevordert juist de ontwikkeling van lokale kennis en die heb je nodig bij klimaatadaptatie.”
Op de agenda
Wat hem betreft wegen de voordelen dan ook zwaarder dan de nadelen: “Hoewel we in ons onderzoek zagen dat WBS nog geen gemeengoed is, vind ik de ontwikkeling hoopgevend. Mogelijk kan dit ook op andere beleidsterreinen waar klimaatadaptatie aan raakt de weg zijn: van een generiek principe op landelijk niveau werken in de richting van lokale invoering op maat.” De onderzoekers zien dat WBS op de agenda staat bij bouwprojecten, al is het soms nog bescheiden. Ubert: “Het wordt niet genegeerd, terwijl ik van vakgenoten in de VS hoor dat grote bouwbedrijven daar dat wel zouden doen zonder wettelijke verplichting.”
Leer van succesvoorbeelden
De onderzoekers komen met een aantal aanbevelingen. Agnew: “Traditioneel worden stresstesten en watervergunningen pas geregeld nadat er plannen zijn gemaakt. Vanaf het begin het waterschap bij je project te betrekken zien wij als succesfactor voor WBS. Verder: ken je peers. Als je weet waar WBS al is toegepast, kun je daarvan bijvoorbeeld leren hoe je bepaalde afdelingen of partijen overtuigt. Bestaande netwerken, zoals Samen Klimaatbestendig en de DPRA-werkregio’s, kunnen vast voorbeeldprojecten aandragen. Verder kunnen lokale overheden dwingende voorwaarden stellen om WBS toe te passen. Bijvoorbeeld via vergunningenbeleid.”
Kosten verdelen
De politieke context blijft een niet te onderschatten factor, vult Ubert aan. Zowel bij bouwprojecten als bij klimaatadaptatie zijn veel verschillende partijen betrokken, met allemaal eigen belangen. “Die afstemmen is complex. Hetzelfde geldt voor de druk om huizen te bouwen versus de kosten van klimaatadaptatie. Het verdelen van kosten is vaak een heet hangijzer.”
Wissel bestaande kennis beter uit
Als eerste stap om WBS verder te brengen is kennismanagement nodig, menen beiden. Ubert: “Daarmee bedoel ik onder andere context-specifieke kennis opbouwen vanuit concrete projecten over hoe je omgaat met klimaatadaptatie. Zo vertaal je het abstracte principe van WBS naar de praktijk.” Agnew constateert dat het nog ontbreekt aan een centrale plek waar je die informatie kunt vinden. Ook Ubert ziet hier kansen: “In de politiek verzanden gesprekken over klimaatverandering al gauw in het schetsen van doembeelden. Ik zie het positiever: er is in Nederland veel kennis, expertise en data over klimaatadaptatie. Het gaat er vooral om die op een effectieve manier te verzamelen en te verspreiden.”