De nieuwe afspraken, uiteengezet door minister De Jonge en minister Jetten, streven naar multifunctioneel gebruik van de beschikbare ruimte. De voorkeursvolgorde voor zonnepanelen is als volgt:

  1. Zonnepanelen op daken en gevels.

  2. Onbenutte terreinen in bebouwd gebied.

  3. Onbenutte terreinen in landelijk gebied.

  4. Landbouw- en natuurgronden.

  5. Het uitgangspunt is duidelijk: zonnepanelen moeten zoveel mogelijk worden geplaatst op daken en gevels of in combinatie met andere functies, zoals kassen, industrieterreinen, stortplaatsen en boven parkeerplaatsen. Belangrijk is dat deze multifunctionele toepassingen landschappelijk goed inpasbaar zijn en aansluiten op het elektriciteitsnet, zonder de doelstellingen voor duurzame energie uit het oog te verliezen.

    Deze nieuwe benadering betekent ook dat provincies de aangescherpte voorkeursvolgorde zon juridisch zullen verankeren in hun verordeningen.

    Hoewel zonneparken op landbouw- en natuurgronden in Nederland over het algemeen niet langer zijn toegestaan, kunnen gemeenten nog steeds uitzonderingen toestaan in specifieke situaties. Indien een gemeente ervoor kiest om toch de overgebleven doelstellingen te behalen, wordt aanbevolen om zonne-energieprojecten in open landelijke gebieden te vermijden. In deze gebieden is de vraag naar elektriciteit doorgaans beperkt, en de zonneprojecten zorgen voor overbelasting van het elektriciteitsnetwerk. Daarom wordt geadviseerd om gebruik te maken van:

    1. Lokale afname: Dit houdt in dat zonneparken ontwikkeld worden in nauwe afstemmen met de lokale elektriciteitsvraag, waardoor vraag en aanbod effectief samenkomen.

    2. Cablepooling: Cablepooling gaat over het samenvoegen van wind- en zonne-energieprojecten op één elektrische aansluiting. Op deze manier wordt beschikbare transportcapaciteit voor terug levering optimaal benut.

    3. Opwekking met opslag: Het aanleggen van energieopslagsystemen (batterijen) bij de zonneparken draagt bij aan een efficiënter gebruik van de opgewekte stroom.

    4. Door deze richtlijnen te volgen, kunnen zonne-energieprojecten bijdragen aan een optimaal functionerend ruimtegebruik dat rekening houdt met lokale behoeften, transport efficiënte en de balans tussen verschillende duurzame energiebronnen. Heeft u als gemeente hulp nodig bij het opstellen van beleid over grootschalige opwek in relatie tot de aangescherpte regels? Neem dan contact op met Ruimtemeesters.

Voor meer verdieping PONT | Omgeving , opent in nieuw tabblad

Gerelateerd nieuws

Gemeentelijke fusie: kans of risico voor inwoners?

Gemeenten staan in toenemende mate voor complexe bestuurlijke opgaven. Beperkte financiële middelen en afnemende bestuurskracht maken dat kleinere gemeenten overwegen om de krachten te bundelen door te kiezen voor een ambtelijke of bestuurlijke fusie met omringende gemeenten. In deze blog hierover wat meer informatie! Handig voor de aankomende verkiezingen.

Omgeving

Ruimte voor energiegemeenschappen

Toen ik het coalitieakkoord las, moest ik onwillekeurig terugdenken aan de energiecrisis van een paar jaar geleden. De paniek, de onmacht, de rekeningen die door het dak gingen. We ontdekten toen pijnlijk hoe kwetsbaar we zijn als samenleving als energie volledig een marktproduct is, verhandeld aan de hoogste bieder. Wie geen buffer had, betaalde de prijs. Letterlijk.

Vertrouwen centraal stellen in de Participatiewet: hoe doe je dat?

Met de herziene Participatiewet moet vertrouwen in mensen met een bijstandsuitkering centraal staan in de dienstverlening van gemeenten. Vertrouwen vraagt alleen meer dan een herziene wet. Het vraagt om een fundamentele en verreikende herinrichting van de dienstverlening van veel gemeenten. Alleen zien we dat veel gemeenten worstelen met deze omslag. Senior onderzoeker bij Significant Public, Harnold van der Vegte, spreekt met gemeenten die hierin vooroplopen. Want hoe geef je vertrouwen nu echt vorm in de praktijk? En hoe zorg je dat het niet bij mooie woorden blijft, maar dat vertrouwen vanuit gemeenten ook écht voelbaar wordt voor inwoners?

Nederlandse governance in een Europa dat opnieuw moet leren concurreren

De vraag hoe Nederland de komende decennia welvarend en weerbaar blijft, kan niet los worden gezien van de koers van Europa. De rapporten-Wennink en -Draghi maken duidelijk dat concurrentiekracht geen vanzelfsprekendheid meer is, maar het resultaat van bewuste keuzes over investeringen, schaal en strategische autonomie. Dit essay van Hugo Reumkens (advocaat en partner bij Van Doorne) onderzoekt wat die realiteit betekent voor Nederlandse bestuurders en toezichthouders. Het laat zien hoe governance zelf een instrument van concurrentiekracht kan worden.