Vijf jaar geleden ging een streep door het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt dat PAS-melders daar nog steeds de zure vruchten van plukken. Juuk Hulshof neemt u mee in deze actualiteit en blikt terug op 5 jaar zonder PAS.

De nasleep van het sneuvelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in 2019 duurt vijf jaar later nog altijd voort. Dat blijkt wel uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 mei 2024. Daarin was de vraag aan de orde of handhavend moest worden opgetreden tegen een onder het PAS vergunde biomassacentrale.

De Afdeling oordeelde dat voor de exploitatie daarvan inderdaad een natuurtoestemming nodig is, die echter ontbreekt. Handhavend optreden is dan in beginsel geboden. Dat is vervelend, omdat de biomassacentrale destijds geheel conform de regels is vergund. De PAS-uitspraak leidt er echter toe dat achteraf gezien alsnog een natuurvergunning voor stikstof noodzakelijk is, zo oordeelt de Afdeling.

Wat was het Programma Aanpak Stikstof (PAS)?

Het PAS beoogde te voorzien in maatregelen om de bestaande stikstofdepositie in heel Nederland stevig te laten afnemen. Door die afname konden projecten die slechts een beperkte toename van stikstofdepositie veroorzaakten (nl. tot 1 mol per hectare per jaar), worden vrijgesteld van een natuurvergunning. Een enkele (PAS)-melding is voldoende. Onder de streep zou de namelijk nog steeds sprake zijn van een afname, zo was de gedachte.

Hoe oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak nu?


Natuurtoestemming toen niet nodig
Bij de beoordeling van aanvraag van de milieuvergunningen voor de biomassacentrale in 2017, was een natuurtoestemming door de algemene vrijstelling niet noodzakelijk. Als die toestemming wel nodig was geweest, had het college van burgemeester en wethouders (de gemeente) bij de beoordeling van de aanvraag moeten concluderen.

Dan zou de zo genaamde ‘aanhaakverplichting’ gelden, waarbij de gemeente het college van gedeputeerde staten (de provincie) om die natuurtoestemming vraagt (in de vorm van een ‘verklaring van geen bedenkingen’). Als de provincie die natuurtoestemming verleent, wordt deze onderdeel van de te verlenen milieuvergunningen.

Vergunningen onherroepelijk
De biomassacentrale voert in deze procedure dan ook aan, dat bij de verlening van de vergunningen al oordeel is gegeven over de vraag of sprake is van de noodzaak van een natuurtoestemming. Omdat die vergunningen onherroepelijk zijn en formele rechtskracht hebben gekregen, staat in rechte vast dat geen natuurtoestemming nodig is en is dus ook geen sprake van een overtreding. Een dergelijke redenering heeft de Afdeling eerder al eens goedgekeurd.

Afdeling: vergunningen zijn geen oordeel over natuurtoestemming
De Afdeling overweegt dat de gemeente bij beide vergunningaanvragen geen beoordeling van of beslissing over een natuurtoestemming heeft gemaakt. Een beoordeling was ook niet mogelijk, omdat het destijds geldende Besluit natuurbescherming voorschreef dat het bevoegd gezag bij de verlening van een natuurtoestemming niet de stikstofdeposities betrekt die de geldende grenswaarde niet overschrijden. Ook de reactie op de verplichte PAS-melding kan niet als een oordeel over de noodzaak van een natuurtoestemming worden aangemerkt.

Handhavend optreden?
Omdat het PAS inmiddels is gesneuveld, geldt de daarin opgenomen vrijstelling niet meer en herleeft de plicht te beschikken over een natuurtoestemming. Die ontbreekt, zodat de exploitatie van de biomassacentrale in zoverre onrechtmatig is en daartegen handhavend moet worden opgetreden.

De Afdeling heeft in andere zaken over PAS-melders geoordeeld dat handhavend optreden onder omstandigheden onevenredig kan zijn. Daarbij moet echter niet alleen het belang van de overtreder, maar ook van de natuur worden betrokken. Dat had de provincie (die hier het bevoegd gezag is) echter nog niet gedaan en zal dus alsnog moeten gebeuren.

En nu?
In de uitspraken over het afzien van handhavend optreden tegen PAS-melders lijkt de Afdeling enkel het tijdelijk afzien van handhaving toe te staan. De overheid heeft immers maatregelen in het vooruitzicht gesteld om in ieder geval de stikstofdepositie van PAS-melders te compenseren, waardoor zij kunnen worden gelegaliseerd.

In afwachting van die maatregelen handhavend optreden, is onevenredig. Maar of die maatregelen voldoende zijn en of ze met het nieuwe kabinet überhaupt nog worden genomen, is onduidelijk. PAS dus op met nieuwe geitenpaadjes, of we zakken alleen maar verder in het stikstofdrijfzand.

Over de auteurs

Gerelateerd nieuws

Kabels en leidingen op tijd de grond in: alleen een doordacht tweesporenbeleid werkt

De maatschappelijke druk om doorlooptijden van energieprojecten terug te brengen neemt toe. Wie de energietransitie wil versnellen, moet ervoor zorgen dat voorzieningen ook tijdig “de grond in” kunnen. Nieuwe en zwaardere elektriciteitskabels, transformatorstations, (her)inrichting van gas- en warmtenetten, telecommunicatie­ verbindingen en op termijn ook waterstoftransport vragen letterlijk ruimte. Meestal is daarbij ook grond nodig die niet van de initiatiefnemer is.

Creëer meer tijd voor zorg

Tijd is het meest schaarse goed voor iedere zorgmedewerker – van ouderenzorg tot ziekenhuis, van GGZ tot gehandicaptenzorg. Dat zowel het personeelstekort als de zorgvraag de komende jaren blijft toenemen, maakt dat tijd alleen maar schaarser wordt. Laten we die kostbare uren terugwinnen en zorgen dat onze bevlogen zorgmedewerkers meer tijd hebben voor zorg.

Voortgang woningbouw: veel plannen, maar realisatie blijft achter

De nieuwste Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (najaar 2025) toont een dubbel beeld van de Nederlandse woningbouwopgave. Aan de ene kant is er op papier ruim voldoende plancapaciteit om de nationale doelstelling van 100.000 nieuwe woningen per jaar te halen. Aan de andere kant blijkt de daadwerkelijke realisatie achter te lopen, mede door vertraagde planvorming, juridisch niet‑harde plannen en verschillen in datalevering tussen provincies.

Wettelijk kader noodzakelijk om constructieve veiligheid van bouwwerken te borgen

Om bouwwerken in de toekomst zo veilig mogelijk te realiseren, is een wettelijk kader nodig. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ziet helaas geen aanleiding om hier nu mee aan de slag te gaan. Een gemiste kans, want alleen met een wettelijk kader ontstaat een gelijk speelveld waarmee bevorderd wordt dat bouwwerken in de toekomst zo veilig mogelijk worden gerealiseerd.