Verzilting leidt tot steeds grotere uitdagingen

De uitdagingen op het gebied van verzilting worden steeds groter. Klimaatverandering leidt tot langere droge periodes, minder aanvoer van zoetwater door de grote rivieren en een stijgende zeespiegel. Hierdoor verzilten grondwater, oppervlaktewater en uiteindelijk ook de bodem, vooral in West- en Noord-Nederland.

Veel kennis nodig

Het nieuwe programma moet helpen deze uitdagingen aan te pakken. Daarvoor is veel kennis nodig. Hoeveel zoet doorspoelwater hebben we in de toekomst ter beschikking en is dat genoeg om verzilting tegen te gaan? Hoeveel zout mag beregeningswater bevatten om geen schade te veroorzaken? Welke maatregelen kunnen we nemen om de schade te beperken? En wegen deze maatregelen op tegen de kosten? Deze vragen spelen voor waterbeheerders op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Maar ook in andere sectoren zoals drinkwater, industrie, landbouw en natuur.

Programma met vier hoofdvragen

Het meerjarig kennisprogramma richt zich op vier hoofdvragen, die weer zijn onderverdeeld in een groot aantal deelvragen:

  • Hoe zout is het bodemvocht en welke processen spelen hierbij een rol?

  • Hoe goed kunnen natuur en landbouwgewassen in Nederland tegen zout en wanneer ontstaat er onherstelbare schade?

  • Hoe kun je de antwoorden op de vragen hierboven praktisch toepasbaar maken, bijvoorbeeld met behulp van modellen en tools?

  • Wat zijn de effecten van zout op biodiversiteit en het waterleven?

Van kennis naar handelingsperspectief

Het doel is om langdurige meetreeksen en kennis op te bouwen over zout in de bodem en de zouttolerantie van gewassen en natuur. Deze kennis kan gebruikt worden voor modellen en hulpmiddelen die handelingsperspectief bieden voor waterbeheerders en professionals in de landbouw en natuur. De onderzoekers zullen ook bestaande hulpmiddelen uitbreiden, zoals de Waterwijzer Landbouw, Waterwijzer Natuur en de Klimaatstresstest. Deze kunnen dan verziltingsrisico’s inzichtelijk maken, ook voor toekomstige situaties, en helpen bij het afwegen van maatregelen. Zo kunnen overheden en beheerders beter besluiten waar en hoe ze het beste kunnen ingrijpen om verzilting tegen te gaan.

Welke partijen maken dit onderzoek mogelijk?

Het onderzoek wordt mogelijk gemaakt door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat en STOWA. Daarnaast zijn Wageningen Environmental Research (WEnR), Wageningen Plant Research (WPR), Deltares, KWR en Van Geest Ecologie betrokken. En de samenwerking met netwerkorganisatie SALTA wordt versterkt

Gerelateerd nieuws

Nieuwe regels middenhuur: steun in de rug of ongelijk speelveld?

Op 16 december presenteerde de Europese Commissie haar plannen om het vrijstellingsbesluit van Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) te herzien als onderdeel van het Affordable Housing Plan. Het doel: betaalbare huisvesting beter ondersteunen. Wat betekent dit op termijn voor de Nederlandse woningmarkt?

De rekenkundige ondergrens voor stikstof: risico of kans?

Nederland is nog altijd in de ban van stikstof. Bij veel economische activiteiten, zoals het houden van vee, woningbouw en infrastructuur, komt stikstof vrij. Een deel daarvan belandt in de natuur. Een overschot aan stikstof in de natuur kan ertoe leiden dat kwetsbare natuurgebieden worden aangetast. Het gevolg daarvan is bijvoorbeeld een achteruitgang van de biodiversiteit.

Omgeving

Extreme regen vraagt om meer bewustzijn en maatregelen tegen onveiligheid

Nederland moet zich beter voorbereiden op de onveiligheid die ontstaat door extreme regen. Door klimaatverandering valt er vaker, meer en langduriger regen. Hierdoor ontstaat een serieus veiligheidsvraagstuk: extreme regen kan de veiligheid van de woon- en leefomgeving aantasten, fysieke en mentale gezondheidsklachten veroorzaken en zelfs maatschappelijke ontwrichting tot gevolg hebben wanneer vitale infrastructuur uitvalt en belangrijke voorzieningen als ziekenhuizen onbereikbaar worden.

Rijk en regio maken afspraken over investeringen en ruimte

Tijdens de Bestuurlijke Overleggen Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO’s MIRT) op 5, 7 en 8 januari hebben Rijk en regio belangrijke afspraken gemaakt over investeringen, gericht op woningbouw en mobiliteit. Ook zijn afspraken gemaakt over het aanpakken van complexe ruimtelijke opgaven in gebieden en regio’s.

Omgeving