Een van de aanknopingspunten zit in de governance van de Participatiewet: welke partij moet verantwoordelijk zijn voor welke dienstverlening en waarom? Welke keuzes zijn het meest effectief in welke situatie?

In deze blog – en de twee blogs hierna – gaan we in op drie governancevarianten voor een effectieve en bestendige uitvoering van de Participatiewet. Hiertoe putten we uit onze adviespraktijk onder gemeenten. Te beginnen met variant 1: regionale uitvoering.

Het Rijk beweegt naar meer regionale samenwerking

De afgelopen jaren zien we dat de Rijksoverheid steeds meer stuurt op regionale samenwerking in het sociaal domein. Dat zien we bijvoorbeeld ook in de jeugdzorg, waarin gemeenten verplicht worden om (meer) samen te werken in de jeugdzorgregio’s rondom specialistische jeugdhulp. Ook op het decentrale domein van Werk en Inkomen zien we verschillende wetsvoorstellen en initiatieven die regionale samenwerking bevorderen of verplichten. Denk aan de verplichte oprichting van een Regionaal Werkcentrum (RWC) en een Regionaal Beraad en de Wet van school naar duurzaam werk.

Wat deze regionalisering onder meer aanjaagt, is de toenemende aversie in de landelijke politiek tegen verschillen in dienstverlening naar woongebied. Deze verschillen zijn het gevolg van decentralisaties in het verleden. Recente kritische rapporten over verschillen in gemeentelijk minimabeleid zijn een voorbeeld van deze verschillen. Waar de ene gemeente een ruimhartig minimabeleid voert, hanteert de andere striktere voorwaarden of biedt minder regelingen. Ook op de uiteenlopende invulling van beschut werk klinkt kritiek. Sommige gemeenten en regio’s bieden betrekkelijk veel werkplekken en begeleiding, terwijl andere nauwelijks tot geen werk bieden voor deze doelgroep. Ten derde is recent ons onderzoek naar de re-integratiedienstverlening van gemeenten gepubliceerd. In dit onderzoek signaleren we dat bijstandsgerechtigden in de ene gemeente meer kans hebben op re-integratie-ondersteuning dan in de andere.

Omdat het moet, of omdat het kán

Of gemeenten het eens zijn met de regionaliseringstendens of niet, het is een feit dat het Rijk de afgelopen jaren sterker koerst op regionale samenwerking. Gemeenten hebben hierbij een keuze: “meedoen omdat het moet” (ofwel: het minimale doen), óf van de gelegenheid een kans maken en van het momentum gebruikmaken om de voordelen van een (meer) regionale de uitvoering van de Participatiewet te benutten.

De voordelen van het momentum benutten

Regionale uitvoering heeft namelijk verschillende voordelen. Laten we ter illustratie het voorbeeld nemen van een regionale sociale dienst die alle taken vanuit de Participatiewet uitvoert. Als de gemeenten in de regio hiervoor kiezen, maakt het minder uit aan welke kant van de gemeentegrens iemand woont. Daarnaast kunnen gemeenten schaalvoordelen benutten door middelen, capaciteit en expertise te bundelen. Verder bevordert deze intensieve regionale samenwerking de kennisuitwisseling tussen gemeenten en verstevigt het hun onderhandelingspositie in het contracteren van bijvoorbeeld re-integratiebedrijven. Tot slot werkt een RWC of Doorstroompunt, hoe dan ook verplicht in elke arbeidsmarktregio, beter wanneer regionaal werken in elk aspect van de uitvoering is vervlochten (in plaats van alleen op deelonderwerpen).

Welk voordeel zwaarder weegt, hangt af van het type gemeente. Voor een grote gemeente is doorpakken richting een regionale uitvoering interessant, omdat juist de centrumgemeente in de arbeidsmarktregio aan de lat staat voor de implementatie van het RWC en het Doorstroompunt. Voor in omvang kleinere gemeenten kunnen de kennisdeling of schaalvoordelen eerder de doorslag geven. Ook de regiocontext is van belang. Zo zal een regionale uitvoeringsvariant het beste werken als het werkgebied van de (te vormen) regionale sociale dienst goed aansluit bij de arbeidsmarktregio-indeling. De voordelen van een regionale sociale dienst hangen dus af van lokale en regionale context.

Rekening houden met de nadelen

Een regionale uitvoering heeft daarnaast ook inherente nadelen. De regionale dienst zal ruimte moeten krijgen om beleids- en uitvoeringsbesluiten te nemen die regionaal uniform zijn. Dat betekent dat individuele gemeenten meer op afstand komen te staan van de uitvoering. Zij zullen minder grip hebben op wat de regionale sociale dienst doet, terwijl gemeenten en hun inwoners wel de gevolgen hebben van het succes of falen van de uitvoering. Dit leidt in de praktijk regelmatig tot kritische vragen vanuit de gemeenteraden. Daarbij komt dat gemeenten het onderling eens moeten worden over de gezamenlijke opdracht voor de sociale dienst. Als de lokale politieke voorkeuren verschillen, kan dit in de praktijk veel gedoe en trage procedures opleveren.

Wanneer is regionale uitvoering verstandig?

We hebben gezien dat er geen uitvoeringsvariant bestaat die in alle gevallen voor alle regio’s de beste is. Wat werkt hangt af van de lokale context en voorkeuren. Regio’s die al een lange traditie van samenwerking hebben, hebben wat dat betreft een voorsprong.

Gezien het veranderende speelveld, is het echter ook de moeite waard voor andere gemeenten om te verkennen hoe een regionale uitvoering daar zou kunnen uitpakken.

Vervolg

Meer weten over de toekomstige uitvoering van de Participatiewet? De volgende twee blogs schijnen meer licht op waarom en wanneer je ook kunt kiezen voor een andere uitvoeringsvariant.

Over de auteurs

  • Joost van Gemeren

    Joost van Gemeren is Senior consultant public finance bij Significant APE.

Gerelateerd nieuws

Circulaire ambachtscentra en opvang asielzoekers: een win-win?

Ook de komende jaren zullen in gemeenten door het land heen opvanglocaties voor asielzoekers worden ingericht. Daarnaast zijn er veel statushouders die een woning krijgen. Al deze locaties hebben meubels nodig, die worden nu vaak nieuw ingekocht. En dat terwijl er in veel kringlopen en op milieustraten een overschot is aan tweedehands meubels en andere spullen. Een samenwerking met circulaire ambachtscentra ligt dus voor de hand, maar hoe regel je dat? Tom Wielart, teammanager Kringloop en Duurzaamheid bij Spaarne Werkt, legt uit hoe zij dat in de praktijk doen. Wielart: “Als meer partijen in Nederland op deze manier samenwerken, is het niet alleen goed voor de duurzaamheid. Je kan als organisatie ook echt verschil maken door de integratie van nieuwkomers eenvoudiger te maken.”

Extreme regen vraagt om meer bewustzijn en maatregelen tegen onveiligheid

Nederland moet zich beter voorbereiden op de onveiligheid die ontstaat door extreme regen. Door klimaatverandering valt er vaker, meer en langduriger regen. Hierdoor ontstaat een serieus veiligheidsvraagstuk: extreme regen kan de veiligheid van de woon- en leefomgeving aantasten, fysieke en mentale gezondheidsklachten veroorzaken en zelfs maatschappelijke ontwrichting tot gevolg hebben wanneer vitale infrastructuur uitvalt en belangrijke voorzieningen als ziekenhuizen onbereikbaar worden.

Pleidooi voor een fundamentele herijking van de aanpak van discriminatie en racisme in Nederland

De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme presenteerde onlangs een essay dat de kern raakt van een ongemakkelijke waarheid: Nederland spreekt al decennialang over gelijkheid, maar organiseert haar onvoldoende. De illusie van gelijkheid is een scherpe, analytische en tegelijk urgente oproep om het denken én handelen rond discriminatie en racisme fundamenteel te herzien.

Mag een derde-belanghebbende een bestuurlijke boete aanvechten? De tijd zal het leren.

Bij bestuurlijke boetes komt de overtreder rechtsbescherming toe. De vraag of een derde als belanghebbende daartegen kan optreden is al een lange tijd onduidelijk. In een conclusie van 10 december 2025 geeft staatsraad Advocaat-Generaal Widdershoven richting aan deze discussie. Hieronder lees je kort waar het vraagstuk om draait en wat het mogelijk voor de handhavingsprakrijk voor bestuursorganen zal betekenen.

Omgeving