Wat mij tot op de dag van vandaag bevreemdt, is het ontbreken van begeleiding die ik als kind van een kwetsbare ouder met ernstige psychische problemen heb ontvangen.

In Nederland groeien naar schatting 900.000 kinderen op bij een ouder met psychische en/of verslavingsproblematiek. In een gemiddelde klas van 28 leerlingen gaat het om ongeveer zeven kinderen. Van deze groep ontwikkelt twee derde later zelf psychische problemen, zoals depressies of angst- en paniekstoornissen. Dit blijkt onder meer uit de NEMESIS-3-studie (Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study), een grootschalig longitudinaal onderzoek naar de psychische gezondheid van volwassenen in Nederland, uitgevoerd door onder andere het Trimbos-instituut.

Goede bedoelingen, een blinde vlek

Mijn moeder had ernstige psychische problemen en bevond zich in een web van hulpverlening. Regelmatig kwamen professionals over de vloer: van Kwintes en Stichting MEE tot het RIAGG en Jeugdzorg. De focus van deze ondersteuning lag vrijwel volledig op haar.

Dat is begrijpelijk. Mijn moeder had hulp nodig op meerdere leefgebieden: psychisch, praktisch en huishoudelijk. De gedachte was dat het ontlasten van haar automatisch een positief effect zou hebben op de kinderen. En dat klopt gedeeltelijk.

Maar hiermee bleef een cruciale vraag onbeantwoord: waar was de begeleiding voor mij en mijn broertje?

De gevolgen voor het kind

Vanaf mijn twaalfde begon ik vast te lopen. Eerst op school, later in relaties en op mijn werk. Alles hield ik maar even vol. Steeds dacht ik: ‘het ligt aan mij’, ‘ik kan het niet’, ‘ik ben zwak’, ‘ik ben net als mijn moeder’. Wat zich ontwikkelde was diepe zelfafwijzing. Ik kreeg depressies, suïcidale gedachten en ontwikkelde zelfdestructief gedrag.

Wat ik pas veel later begreep, is dat dit geen individueel falen was. Onderzoek naar ontwikkelingstrauma laat zien dat kinderen die langdurig opgroeien in emotioneel onveilige en onvoorspelbare omstandigheden een verhoogd risico lopen op psychische problematiek. De NEMESIS-3-studie bevestigt dat volwassenen die als kind zijn opgegroeid bij een ouder met ernstige psychische problemen twee tot drie keer vaker kampen met depressies, angststoornissen en stressgerelateerde klachten.

Belangrijk is dat dit verhoogde risico niet uitsluitend genetisch is. Chronische stress, parentificatie en het ontbreken van een stabiele en emotioneel beschikbare volwassene spelen een doorslaggevende rol.

Wat werkt wél: lessen uit het NFP-model

Dat vroege, relationele interventies daadwerkelijk verschil maken, blijkt onder meer uit het Nurse-Family Partnership (NFP)-model. Dit internationaal erkende en wetenschappelijk onderbouwde programma biedt langdurige begeleiding door gespecialiseerde verpleegkundigen aan jonge, kwetsbare (aanstaande) moeders, vanaf de zwangerschap tot het tweede levensjaar van het kind.

Langlopende evaluaties tonen aan dat NFP leidt tot betere ouder-kindrelaties, minder kindermishandeling, betere cognitieve en emotionele ontwikkeling van kinderen en op de lange termijn zelfs minder psychische problemen en minder contact met justitie. Cruciaal hierbij is niet alleen wát wordt aangeboden, maar hóe: door een vaste, betrouwbare professional, die langdurig betrokken is en het gezin systematisch ondersteunt.

De kinderen blijven achter

In mijn huidige werk als klantregisseur bij de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug zie ik dat deze preventieve benadering nog onvoldoende is verankerd in het sociaal domein. Ouders kunnen ondersteuning krijgen via de sociale teams en het Centrum voor Jeugd en Gezin, maar er is nog onvoldoende focus op intensieve begeleiding van het kind.

Zodra hulpverleners de deur achter zich sluiten, blijven kinderen achter in dezelfde kwetsbare context. Zonder uitleg, zonder begeleiding en zonder begrip voor wat zij meemaken. Kinderen hebben de neiging negatieve ervaringen op zichzelf te betrekken. Ontwikkelingspsycholoog Steven Pont beschrijft in mijn boek ‘Was je maar nooit geboren’ hoe dit leidt tot schuld, schaamte en zelfafwijzing.

Psycho-educatie

Wat naar mijn overtuiging ontbreekt, is intensieve begeleiding voor kinderen zelf. Allereerst in de vorm van psycho-educatie. Kinderen moeten begrijpen wat er met hun ouder aan de hand is. Dat het om een ziekte gaat. Dat het niet hun schuld is.

Deze kennis alleen al kan enorme schade voorkomen. Het biedt context, ontlast het kind en doorbreekt het hardnekkige idee: er is iets mis met mij.

Een leerlijn mentaal welzijn

Daarnaast pleit ik voor een leerlijn ‘mentaal welzijn’, specifiek voor kinderen in kwetsbare situaties en bij voorkeur voor alle kinderen. Leren omgaan met stress, emoties en tegenslag is geen luxe, maar een basisvaardigheid. Toch leren veel kinderen dit thuis nauwelijks.

Door kinderen al jong tools aan te reiken zoals ademhalingsoefeningen, mindfulness en emotieregulatie kunnen we hun veerkracht versterken en toekomstige psychische problemen mogelijk voorkomen. Wat mij betreft introduceert de overheid deze leerlijn morgen nog in het basis- en voortgezet onderwijs.

Coaches als rolmodel

Initiatieven zoals die van Stichting Petje Af laten zien hoe waardevol dit is. Maar deze aanpak zou geen uitzondering moeten zijn, maar structureel beleid.

Tot slot pleit ik voor coaches voor kinderen uit kwetsbare gezinnen vergelijkbaar met de vaste professional binnen NFP. Eén betrouwbare volwassene die langdurig betrokken is, het kind ziet en begeleidt. Iemand die perspectief biedt, talenten helpt ontdekken en het kind even uit de overlevingsstand haalt.

Kiezen voor een veilige start

De jeugd is de toekomst, zeggen we vaak. Laten we die uitspraak serieus nemen. Door niet alleen ouders te ondersteunen, maar kinderen werkelijk te zien en te begeleiden. Zoals mijn oma altijd zei: voorkomen is beter dan genezen.

Over de auteurs

  • Jozef Overeem

    Jozef Overeem werkt als Regisseur Ontwikkeling bij de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug en begeleidt mensen met complexe problematiek naar nieuw perspectief. Zijn werk en visie worden mede gevormd door zijn eigen jeugd met een ouder met ernstige psychische problemen. Hij is auteur van het boek 'Was je maar nooit geboren', waarin hij aandacht vraagt voor de vaak onzichtbare gevolgen voor kinderen in kwetsbare gezinnen.

Gerelateerd nieuws

Circulaire ambachtscentra en opvang asielzoekers: een win-win?

Ook de komende jaren zullen in gemeenten door het land heen opvanglocaties voor asielzoekers worden ingericht. Daarnaast zijn er veel statushouders die een woning krijgen. Al deze locaties hebben meubels nodig, die worden nu vaak nieuw ingekocht. En dat terwijl er in veel kringlopen en op milieustraten een overschot is aan tweedehands meubels en andere spullen. Een samenwerking met circulaire ambachtscentra ligt dus voor de hand, maar hoe regel je dat? Tom Wielart, teammanager Kringloop en Duurzaamheid bij Spaarne Werkt, legt uit hoe zij dat in de praktijk doen. Wielart: “Als meer partijen in Nederland op deze manier samenwerken, is het niet alleen goed voor de duurzaamheid. Je kan als organisatie ook echt verschil maken door de integratie van nieuwkomers eenvoudiger te maken.”

Regionale uitvoering van de Participatiewet sluit aan bij landelijke beweging

Gemeenten hebben in deze tijd te maken met verschillende uitdagingen op het vlak van de Participatiewet. In deze blogreeks bieden we aanknopingspunten voor een toekomstbestendige visie en strategie om deze uitdagingen aan te gaan.

Pleidooi voor een fundamentele herijking van de aanpak van discriminatie en racisme in Nederland

De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme presenteerde onlangs een essay dat de kern raakt van een ongemakkelijke waarheid: Nederland spreekt al decennialang over gelijkheid, maar organiseert haar onvoldoende. De illusie van gelijkheid is een scherpe, analytische en tegelijk urgente oproep om het denken én handelen rond discriminatie en racisme fundamenteel te herzien.

Gouverneur Roemer roept op tot einde aan ‘afhaken’: samenleving komt pas vooruit als iedereen mee kan doen

Gouverneur Emile Roemer heeft in zijn nieuwjaarstoespraak opgeroepen om het voor inwoners “onmogelijk te maken om af te haken” van de samenleving. Volgens Roemer ondermijnen groeiende sociale verschillen, individualisering en afnemend vertrouwen in de overheid de samenhang in Nederland.