Dat het omgevingsdiensten door te weinig deskundig personeel niet lukt om voldoende milieucontroles uit te voeren, en daarmee niet aan de opdrachten van regionale overheden voldoen, bleek uit een analyse van jaarstukken van 29 omgevingsdiensten door regionale omroepen en de NOS in juli.

“Ik vind het zorgwekkend dat omgevingsdiensten vanwege personeelstekorten niet kunnen voldoen aan de opdrachten die zij van regionale overheden krijgen,” laat de staatssecretaris weten. “Het waarborgen van een veilige en gezonde leefomgeving is van groot belang, en voldoende personeel bij de omgevingsdiensten is essentieel om dit te kunnen realiseren.”

Omgevingsdienst NL laat weten met 5 tot 30 procent van het personeelsbestand aan vacatures open te hebben staan. Daarnaast besteden omgevingsdiensten tussen de 20 en 35 procent van de totale personeelskosten aan het inhuren van externe medewerkers. “Het beeld van Omgevingsdienst NL is dat enkele milieucontroles later worden uitgevoerd als gevolg van een tijdelijk tekort aan medewerkers. Hierdoor komt de handhaving onder druk te staan,” aldus de staatssecretaris.

Jansen heeft op dit moment alleen geen volledig overzicht van het aantal milieucontroles dat is blijven liggen of onvolledig is uitgevoerd als gevolg van onderbezetting. Kamerlid Kostić (PvdD) uitte haar zorgen over een afname van toezicht en handhaving bij grote vervuilers als Schiphol, Nedmag, Chemours en Tata Steel. “Cijfers over aantallen controles heb ik niet, ook heb ik geen inzicht of er minder controles worden uitgevoerd dan wanneer er meer personeel zou zijn,” antwoord de staatssecretaris. Ook laat hij weten dat er geen incidenten en risicovolle voorvallen bekend zijn, die niet adequaat afgehandeld konden worden als gevolg van de krappe arbeidsmarkt.

Personeelstekorten terugdringen

De staatssecretaris benadrukte wel de inspanningen die zijn geleverd om de personeelstekorten te verhelpen, zoals de recente lancering van een naamsbekendheidscampagne en het vrijmaken van budget voor regionale arbeidsmarktprojecten. “Mijn departement heeft de afgelopen twee jaar een specifieke uitkering beschikbaar gesteld aan omgevingsdiensten waarmee diverse omgevingsdiensten regionale arbeidsmarktprojecten hebben uitgevoerd,” legde hij uit.

Volgens de staatssecretaris zijn de eigenaren en opdrachtgevers van de omgevingsdiensten, de provincies en gemeenten, verantwoordelijk voor het op peil houden van de capaciteit bij de omgevingsdiensten. “Ik zie dat de huidige capaciteit van de omgevingsdiensten niet voldoende is en dat de krappe arbeidsmarkt ook hier een aandachtspunt is.”

Daarnaast lanceerde het interbestuurlijk programma VTH-stelsel dit jaar een naamsbekendheidscampagne om werk bij omgevingsdiensten te promoten, de campagne loopt tot in 2025. “Mijn departement heeft de afgelopen twee jaar een Specifieke Uitkering beschikbaar gesteld aan omgevingsdiensten waarmee diverse omgevingsdiensten regionale arbeidsmarktprojecten hebben uitgevoerd,” schrijft Jansen.

Over de auteurs

  • Jaël Poelen

    Jaël Poelen is Nieuwsredacteur duurzaamheid en klimaat bij PONT.

    PONT | Data & Privacy

Gerelateerd nieuws

Waterschappen alert na recorddroge maand maart

Na een nat 2024 zijn de eerste signalen van droogte voor 2025 al vroeg zichtbaar. Februari en maart waren ongewoon droog en zonnig, de afvoeren van de Maas en de Rijn zijn laag, en de grondwaterstanden dalen. Lokaal zijn de eerste tekenen van verzilting en verhoogde concentraties blauwalg te zien. De situatie vraagt om verhoogde alertheid van de waterschappen.

Omgeving

Inpassing van de BOPA zonder risico?

Om een activiteit die in strijd is met de (beoordelings-)regels uit het omgevingsplan toch mogelijk te maken, kan onder de Omgevingswet gekozen worden voor een wijziging van het omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA). In de praktijk wordt momenteel veelvuldig gekozen voor het verlenen van een BOPA in plaats van het wijzigen van het omgevingsplan. Dat komt omdat bij strijd met het omgevingsplan (veelal betreft het hier een strijdigheid met de oude bestemmingsplannen) de regels uit het tijdelijk deel niet kunnen worden gewijzigd; als een wijziging van de regels uit het tijdelijke deel nodig is, moeten alle regels voor de betrokken locatie opnieuw worden vastgesteld in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dat is niet altijd wenselijk. Gemeenten en initiatiefnemers moeten zich er echter van bewust zijn dat er ook een keerzijde is aan het werken met BOPA’s. De BOPA’s moeten namelijk (op den duur) worden ingepast in het omgevingsplan. Dat kan voor het bevoegd gezag niet alleen een behoorlijke exercitie zijn, maar ook betekenen dat de BOPA opnieuw tegen het licht wordt gehouden en tegen de inpassing van de BOPA in rechte door derden (weer) wordt opgekomen. Wanneer en hoe verleende BOPA’s moeten worden ingepast en wat de gevolgen van de inpassing kunnen zijn, lees je in dit blog.

Omgeving

Hoe maken we steden leefbaar in tijden van groei en ongelijkheid?

In de 21e eeuw zal twee derde van de wereldbevolking in steden leven. Globalisering, nieuwe technologieën, massamigratie en toenemende ongelijkheid – de stad van de toekomst is geen vanzelfsprekend succes. Hoe betrekken we kwetsbare groepen? Welke rol speelt slimme technologie in het besturen van een stad? En wat is er nodig wil een stad in de toekomst duurzaam en rechtvaardig kunnen zijn?

Visitaties maken duidelijk: aandacht voor leefbaarheid wijken blijft hard nodig

De eerste uitgave van het Trendbeeld van de Stichting Visitaties Woningcorporaties Nederland (SVWN) legt de vinger op de zere plek: in sommige sociale huurwijken komt de leefbaarheid in het gedrang. Dit blijkt uit de ruim 50 visitaties die in 2024 bij corporaties zijn gehouden. Duidelijk is dat versnelling van nieuwbouw, woningverbetering en verduurzaming voorop staan. Logisch, gelet op de grote woningnood, maar de lokale betrokkenen die voor visitaties werden geïnterviewd geven ook een duidelijke boodschap af: vergeet de leefbaarheid van wijken niet. Wouter Beekers van de SVWN adviseert: ‘Bekommer je om de wijken en hun bewoners. En werk beter samen op het gebied van wonen en welzijn.’

Omgeving