Inzet cameratoezicht

Een specifieke ontwikkeling op dit vlak ziet de AP in het toenemende gebruik van (mobiel) cameratoezicht. Het (tijdelijk) filmen van openbare gebieden kan een enorme impact hebben op de privacy van burgers. De AP merkt daarom op dat cameratoezicht altijd aan de vereisten van ‘subsidiariteit’ en ‘proportionaliteit’ voldoet.

Subsidiariteit is de vraag of camera-inzet daadwerkelijk noodzakelijk is of dat een probleem ook zonder de inzet van camera’s aangepakt kan worden. De afweging voor proportionaliteit houdt in dat afgewogen wordt of de inbreuk op de privacy in verhouding is tot het doel van het cameratoezicht.

Transparantie moet meer aandacht krijgen

De AP constateert dat gemeenten niet altijd duidelijk communiceren over nieuwe processen, hoe zij persoonsgegevens in bepaalde processen precies verwerken, hoe zij de privacy van burgers waarborgen, etc. Meer transparantie dwingt organisaties ook om beter na te denken over hoe zij aan de AVG denken te (gaan) voldoen en of nieuwe verwerkingen wel echt noodzakelijk zijn.

Een volledig en up-to-date verwerkingsregister en algoritmeregister dragen bij aan het verhogen van de transparantie. De AP roept gemeenten op om deze registers te publiceren, zodat iedereen deze kan inzien.

Gemeenten zoeken de grenzen van de AVG of hebben handelingsverlegenheid

De AP ziet, zoals boven geconstateerd met betrekking tot het veiligheidsdomein dat gemeenten de grens van de AVG opzoeken en daar ook vaker overheen lijken te gaan. Als oorzaak benoemt de AP een gebrek aan kennis over de AVG binnen een organisatie of bij het bestuur. Zij constateert echter ook dat gemeenten de AVG soms moedwillig aan de kant schuiven, omdat zij die als belemmering zien voor de uit te voeren taak.

Het moedwillig aan de kant schuiven kan ook voortkomen uit een gebrek aan kennis of onvoldoende besef van het belang van privacy. Maar ook (ontbrekende) wetgeving kan wel degelijk een belemmering vormen.

Het tegenovergestelde van bestuurders die de grenzen proberen op te rekken, komt de AP ook tegen: bestuurders die handelingsverlegen zijn. De privacywet- en regelgeving wordt als sta-in-de-weg gezien, zonder dat dit het geval is.

De Functionaris Gegevensbescherming (FG)

De AP plaatst in haar rapport ook nog een aantal opmerkingen die betrekking hebben op de rol van de FG.

Allereerst merkt zij op dat de onafhankelijkheid van FG’s een harde voorwaarde is om ervoor te zorgen dat FG’s hun werk goed kunnen doen. Heeft de FG bijvoorbeeld verschillende petten op, dan kan dit de onafhankelijke adviesrol van de FG in de weg zitten. Als voorbeeld noemt de AP de FG die tegelijkertijd ook privacy officer is.

De FG zou dan namelijk als onafhankelijk toezichthouder het privacy beleid moeten controleren dat de FG als privacy officer mede vormgeeft.

Verder signaleert de AP dat vooral bij kleinere gemeenten de onafhankelijke positie van de FG niet altijd heel sterk is. Als mogelijke oplossingen draagt zij aan het inhuren van een externe FG of het aanstellen van één FG voor meerdere gemeenten.

Verder merkt de AP op hoewel de adviezen van een FG geen bindende adviezen zijn, het oordeel van de FG wel zwaarwegend is. Een organisatie die van het advies van een FG wil afwijken, moet dat gedegen motiveren. Dat laatste gebeurt echter niet altijd.

In de vorige blog ging ik onder andere in op de constateringen van de AP over het koppelen van gegevens in de verschillende domeinen, de AVG als vaststaand feit en de zorgen van de AP over de privacy cultuur.

Samenvattend

De adviezen van de AP zijn in 4 bullets samen te vatten.

  1. Richt de gegevensdeling tussen externe partijen en binnen de verschillende domeinen in de gemeente goed in.

  2. Zorg voor tijdige en goede DPIA’s.

  3. Maak in het veiligheidsdomein een goede belangenafweging tussen privacy en veiligheid.

  4. Versterk de positie van de FG.

Over de auteurs

  • Nico Mookhoek

    Nico Mookhoek is gecertificeerd privacy professional (CIPP/E) en privacyjurist die kennis van privacy (GDPR/AVG) combineert met inzicht en ervaring met bedrijfsprocessen. Hij is bovendien gastdocent bij de Master Legal Management van de Hogeschool van Amsterdam.

Gerelateerd nieuws

Vitale infrastructuur op Amerikaanse servers: Solvinity en de grenzen van Nederlandse digitale autonomie

De mogelijke overname van de Nederlandse IT‑dienstverlener Solvinity door de Amerikaanse gigant Kyndryl zorgt voor grote onrust in de politiek en bij toezichthouders. Tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer op 27 januari 2026 waarschuwden experts en belangenorganisaties dat de continuïteit van vitale digitale processen, waaronder DigiD, in gevaar komt door een te grote afhankelijkheid van buitenlandse spelers. De discussie raakt de kern van de Nederlandse digitale soevereiniteit: wie heeft feitelijk de regie over de infrastructuur waar burgers en overheid dagelijks op vertrouwen?

Nederland discrimineert inwoners van Bonaire door hen onvoldoende te beschermen tegen klimaatverandering

De rechtbank Den Haag heeft vandaag geoordeeld dat de Nederlandse overheid meer moet doen om inwoners van Bonaire te beschermen tegen klimaatverandering. In een zaak van Greenpeace Nederland en een aantal inwoners van Bonaire stelt de rechter dat Nederlands klimaatbeleid tekortschiet, dat mensenrechten worden geschonden en dat de inwoners van Bonaire ongelijk zijn behandeld ten opzichte van Europees Nederland. De overheid liet concrete klimaatmaatregelen voor Bonaire langer uitblijven, terwijl het eiland sneller en zwaarder wordt getroffen door klimaatverandering.

De rekenkundige ondergrens voor stikstof: risico of kans?

Nederland is nog altijd in de ban van stikstof. Bij veel economische activiteiten, zoals het houden van vee, woningbouw en infrastructuur, komt stikstof vrij. Een deel daarvan belandt in de natuur. Een overschot aan stikstof in de natuur kan ertoe leiden dat kwetsbare natuurgebieden worden aangetast. Het gevolg daarvan is bijvoorbeeld een achteruitgang van de biodiversiteit.

Omgeving

UNCAC-rapport laat zien dat Nederland weinig vooruitgang boekt in corruptieaanpak

Nieuwe aanbevelingen van de UNCAC schetsen tekortkomingen in de Nederlandse aanpak van corruptie. Na lang te hebben gewacht heeft de UNCAC, onder het rapporteurschap van Luxemburg en Vanuatu, een nieuw rapport over Nederland gepubliceerd. Ondanks dat hierin wordt aangemerkt dat de bevindingen actueel zijn tot november 2020, zien wij dat een aantal van de aanbevelingen nog steeds standhouden.