In opdracht van het Interprovinciaal Overleg (IPO, de samenwerkende provincies) bepaalden de WUR-onderzoekers het potentieel van landbouwinnovaties om de emissies van ammoniak, broeikasgassen en nitraat voldoende te verlagen.

Als alle beschikbare innovaties worden toegepast in de veehouderij en alle boeren meedoen, komen de landelijke doelen op het gebied van ammoniak en broeikasgassen binnen bereik, stellen de onderzoekers. Maatregelen in de stal, zoals aanzuring van mest, scheiden van urine en faeces en het snel afvoeren van mest, leveren de meeste milieuwinst op. Verder helpen voermaatregelen, mestverwerking en precisiebemesting om de doelen te halen. ‘Het grote aantal beschikbare innovaties biedt bedrijven perspectief om de juiste maatregel te selecteren.’

Als de onderzoekers alle praktisch haalbare emissiereducties optellen, komen ze op een reductie van de ammoniakuitstoot van 41-50% en een reductie van broeikasgassen tussen 27-48% in de komende vijf jaar. In alle provincies kan hiermee de opgave in het NPLG worden gehaald. Het lange-termijndoel in 2050, halvering van de emissie van broeikasgassen, is een stuk lastiger.

Voor de waterkwaliteit levert het maatregelenpakket een divers beeld op. De maatregelen zorgen voor voldoende verbetering van grondwaterkwaliteit, maar de NPLG-opgaven voor het oppervlaktewater worden niet gehaald in de meeste provincies.

De onderzoekers concluderen: ‘Realisatie van de landelijke opgaven voor ammoniak, broeikasgassen en uit- en afspoeling van nutriënten is alleen mogelijk als alle bedrijven ofwel extensiveren ofwel innovaties op een juiste manier implementeren in hun bedrijfsvoering. Een combinatie van beide is dus vrijwel zeker nodig om tot verduurzaming van de Nederlandse landbouw te komen.’

Onderzoeker Gerard Ros licht het rapport nader toe.

Waarom wilde het IPO deze studie?

Gerard Ros: ‘Dit onderzoek maakt deel uit van een strategische verkenning van IPO in het kader van het NPLG, waarbij provincies een regierol hebben om de doelen in het landelijk gebied te realiseren. Ze wilden weten hoe ver ze kunnen komen met innovaties om de milieudoelen te halen en welke maatregelen dan kansrijk zijn. Wij hebben een literatuurstudie gedaan en een workshop gehouden om de innovaties te beoordelen.’

Richt de studie zich op de veehouderij?

‘We hebben innovaties in de veehouderij beoordeeld, inclusief de toediening van mest in zowel de veehouderij als akkerbouw. Voor de waterkwaliteit is het evident om de toediening van mest in de akkerbouw mee te nemen. Voor ammoniak en broeikasgassen levert de melkveehouderij de grootste bijdrage én daar ligt ook de grootste potentie. Waar de intensieve veehouderij de afgelopen jaren al veel heeft geïnvesteerd in maatregelen om de emissies te verlagen, produceert de melkveehouderij nog relatief veel ammoniak en broeikasgassen. Melkvee biedt daarom de grootste potentie voor verbetering.’

Welke maatregelen leveren het meeste op?

‘In de stal leidt het (biologisch) aanzuren van mest tot minder ammoniakemissies. Minder eiwit in het voerrantsoen en meer weidegang helpen ook. Om de broeikasgassen te verlagen, is daarnaast mestverwerking nodig en een betere mesttoediening op het land. Mestverwerking is ook goed om ammoniak te verlagen. Gezien de grote hoeveelheid innovaties kunnen boeren een keuze maken uit de maatregelen die het beste bij hun bedrijf en milieuomgeving passen.’

En de intensieve veehouderij?

‘De luchtwassers werken in principe, maar je moet ze wel aanzetten en goed onderhouden. Er is veel discussie over de luchtwassers omdat deze in de praktijk minder ammoniak vastleggen dan op papier, maar ze dragen wel bij. Verder hebben de varkens- en kippenhouders niet veel opties in vergelijking met melkveehouders; ze kunnen het voer optimaliseren, mest aanzuren en mestvergisting toepassen. Mestvergisting wordt in het licht van de opgaves voor broeikasgassen een belangrijke innovatie, waarbij boeren een keuze krijgen: investeren ze per bedrijf of gaan ze samen investeren?’

Wat gaan de innovaties kosten?

Ros: ‘Maatregelen in stallen zijn relatief duur en vergroten het risico op een technische ‘lock-in’: boeren zitten dan vast aan deze technologie. Het snel scheiden, afvoeren en verwerken van mest in de stal én een goede mesttoediening in het veld is een goedkopere strategie maar levert minder milieuwinst op voor broeikasgassen. Er zijn vooralsnog veel innovaties beschikbaar om de ammoniakemissies terug te dringen, en minder voor methaan. Hier is meer innovatie nodig en gewenst.’

Waterkwaliteit is lastig met innovaties te verbeteren?

‘Klopt. We kunnen de nitraatdoelen voor het grondwater halen als alle boeren een goede landbouwpraktijk toepassen, zei WUR-collega Edo Gies al. Voor oppervlaktewater zijn de knelpunten groter, omdat fosfaat hierbij een belangrijke rol speelt. Veel bodems hebben hoge concentraties fosfaat door de bemestingspraktijk in het verleden. De vraag nu is: hoe brengen boeren die vervuiling stapsgewijs terug? Door minder de bemesten, zodat de fosfaatvoorraden in de bodem afnemen. Maar dit is een zaak van de lange adem: effecten van een goede bemestingspraktijk zijn pas over 10 a 20 jaar zichtbaar. Daarom zijn ook aanvullende maatregelen nodig in het watersysteem, zoals een goede doorvoer van water, voldoende diepe sloten en een goed beheer van de slootkant.

Wat zijn de kwetsbaarheden in jullie onderzoek?

Ros: ‘We hebben de potentiële innovaties in beeld gebracht en dan berekend: wat kunnen ze opleveren als iedereen meedoet? In de praktijk is dat nog een hele uitdaging. Ten tweede zijn veel innovaties getest op praktijkbedrijven, maar dat is een beperkt aantal bedrijven en we weten niet hoe zo’n systeem over de hele linie uitpakt. Ten derde: innovaties zijn een deel van de oplossing. Veehouders moeten ook kijken naar extensivering, ofwel minder koeien per hectare, dus een krimp van de veestapel. Wellicht lopen ze minder risico’s met extensiveren dan met de aanschaf van dure technologie. Verduurzamen is meer dan innoveren.’

Lees hier het rapport.

Gerelateerd nieuws

Gezondheidsrisico’s PFAS raken mensenrechten, maar de Nederlandse Staat doet volgens de rechtbank voldoende

De rechtbank Den Haag oordeelde op 11 februari dat de Nederlandse Staat op dit moment voldoende doet om de verspreiding van PFAS tegen te gaan en om maatregelen te treffen tegen de risico’s van PFAS die al in het milieu aanwezig zijn. De rechtbank benadrukt dat gebruik en verspreiding van PFAS gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Het College legt hier uit wat de rechtbank oordeelde, wat PFAS met mensenrechten te maken heeft en wat een mensenrechtelijke benadering van PFAS-beleid inhoudt.

Vier jaar water en bodem sturend: hoe ziet de praktijk eruit?

Vier jaar geleden koos het toenmalige kabinet ervoor water en bodem sturend te maken bij ruimtelijke keuzes. Hoe is die ambitie geland in de praktijk? Twee onderzoekers van de Rotterdam School of Management namen zeven bouwprojecten onder de loep.

NVDE: Regeerakkoord geeft energie, duurzame energiesector kan hiermee aan de slag

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) verwelkomt de stevige inzet op de energietransitie in het nieuwe regeerakkoord. Dit zal zorgen voor een sterke groei van ‘oranje-groene’ energie, die ons onafhankelijker en sterker maakt, met kansen voor bedrijven en huishoudens. ‘De goede lijn die Nederland had, wordt nu herpakt en voortgezet. We gaan back to the future,’ zegt Olof van der Gaag, voorzitter NVDE.

Cruciale keuzes voor toekomstbestendige industrie

Voor een klimaatneutraal Nederland in 2050 is verduurzaming van de energie-intensieve industrie cruciaal. De bedrijven die staal, chemicaliën, kunstmest en brandstoffen produceren stoten namelijk ongeveer een kwart van de Nederlandse broeikasgassen uit. Dat percentage is zelfs aan het stijgen. Er zijn dus keuzes nodig om kansen te benutten: welke energie-intensieve industrie past in een klimaatneutraal, veilig en concurrerend Nederland in 2050?