Samenwerkingsfilosofie: laissez-faire, controle, of vertrouwen
Verspreid over het land zien wij de samenwerking tussen gemeente en sociaal ontwikkelbedrijf verschillen. Hoewel de werkelijkheid oneindig veel complexer is, zien we verschillende stereotypen als het gaat om de samenwerkingsfilosofie. Let op: het gaat hier niet zozeer over het organisatiemodel. Of het ontwikkelbedrijf qua governance ver weg staat van de gemeente of de facto één organisatie met de gemeente vormt, de verschillende stereotypen komen in alle organisatiemodellen voor!
Aan de ene kant van het spectrum zien wij gemeenten die, vaak niet opzettelijk, het laissez-faire-model hanteren. De laissez-faire-gemeente laat het ontwikkelbedrijf veel ruimte om de uitvoering van de Wsw en Participatiewet naar de hand te zetten. Hier lijkt vertrouwen uit te stralen, maar dit model kan doorslaan in laksheid aan uitvoerderskant en desinteresse aan gemeentekant. Hoewel deze gemeenten opdrachtgever zijn, hebben zij weinig zicht op uitvoeringscijfers. Bij kritische vragen van de raad verwijzen deze gemeenten vooral naar het ontwikkelbedrijf. Interventies volgen dan vooral op ad-hocbasis, waarbij de koersscherpte soms ontbreekt en de samenwerking stroperig verloopt. Vanwege de toenemende financiële druk, keren gemeenten zich meer en meer af van dit model.
Aan de andere kant van het spectrum zien wij in toenemende mate gemeenten die het controlemodel omarmen. Al dan niet als gevolg van het naderende ravijnjaar, proberen deze gemeenten grip te krijgen op met name het binnen kaders houden van budgetten. In tegenstelling tot het laissez-faire-model staan (financiële) cijfers centraal. Hoewel kostenbeheersing belangrijk is, verhoogt de grote focus op financiële verantwoording de administratieve druk voor sociaal ontwikkelbedrijven. Dit voedt wantrouwen en schept een cultuur van afrekening in de samenwerking (‘wel of niet binnen budget’). Het beeld rijst dat de focus op financial control aan het doorslaan is.
Wij denken dat het anders kan. Beter. Duurzamer. Wij willen gemeenten uitdagen om uit te gaan van het model van vertrouwen. Het model van vertrouwen is niet zo naïef als het laissez-faire-model. Het gaat uit van gezamenlijk vertrouwen, maar is wel (zoals het controlemodel) scherp gebaseerd op de feiten. Vertrouwen laat de ruimte om strategisch te koersen op langetermijndoelen, maar biedt een basis om samen tactisch bij te sturen op actualiteiten. In het vervolg werken we uit wat dit betekent, maar eerst laten we schematisch zien hoe de verschillende modellen zich tot elkaar verhouden.
Hoe werkt het vertrouwensmodel in de praktijk?
Het vertrouwensmodel gaat uit van samen koersen op (middel)langetermijndoelen. Ten eerste betekent dit dat gemeente en ontwikkelbedrijf samen de koers bepalen. De gemeente brengt de ambities van de politiek in en borgt de samenhang met aanpalende beleidsdomeinen, terwijl het ontwikkelbedrijf de diepgaande kennis van klant en uitvoering meebrengt. Belangrijk bij het samen bepalen van de koers is om een open dialoog te voeren met een zo gelijk mogelijke informatiepositie. En ja, ook pijnlijke dilemma’s komen daarbij ter tafel. Als het ravijnjaar de gemeente dwingt een kostenbesparing door te voeren, dient het ontwikkelbedrijf niet in de verdediging te schieten. Anderzijds moet de gemeente goed onderbouwde bezwaren en investeringsvragen van het bedrijf serieus nemen.
Ten tweede moeten gemeente en ontwikkelbedrijf samen de voortgang monitoren. Het ontwikkelbedrijf en de gemeente investeren daartoe in stevig partnerschap. Dat wil zeggen: borg voldoende inhoudelijke kennis aan beide kanten van de tafel en zorg voor de juiste beleidsinformatie. De juiste beleidsinformatie is goed meetbaar, begrijpelijk vormgegeven en zegt iets over de voortgang van het langetermijndoel. Bepaal samen welke kpi’s passend zijn bij de gezamenlijke doelen en met welke frequentie de cijfers besproken worden. Een succes is een gedeeld succes, en een tegenvaller betekent een gezamenlijke verantwoordelijkheid om bij te sturen. Daarbij is een heldere rolverdeling van belang. Dit hoeft niet tot in detail op papier te staan, maar moet wel duidelijkheid scheppen wie bij welk vraagstuk in de lead is.
Tot slot moeten de partners vooral blijven volhouden. Het kost de nodige inzet en tijd om samen een langetermijnplan te smeden dat alle betrokkenen kunnen onderschrijven. Vervolgens moet de cultuur van betrokken organisaties meeveranderen met de nieuwe filosofie. Waak daarbij voor terugval in de oude gewoonten van controledrang of juist apathie. Maar wie volhoudt zal uiteindelijk de vruchten zien.
Wat nog komen gaat
Strategisch koersen vanuit vertrouwen kan ongeacht waar een gemeente of regio de uitvoering van de Participatiewet heeft belegd. Wij hebben ons hier gericht op de verhouding tussen gemeente en ontwikkelbedrijf, ofwel het ‘klassieke’ bilaterale model. Uiteraard kunnen hierin ook andere strategische partners betrokken zijn of worden. In de komende blogs verruimen we onze blik daarom naar andere spelers in het veld. Blijf het volgen!
Over de auteurs
Gerelateerd nieuws
Zorgen over de activiteiten van de AIVD met betrekking tot criminele ondermijning van de democratische rechtsorde
Data & Privacy
Waterschappen alert na recorddroge maand maart
Omgeving
Verbetering van het elektriciteitsnet van de EU vereist krachtige inspanningen
Klimaat