De Wet betaalbare huur lijkt ook in de Eerste Kamer een meerderheid te krijgen. Coalitiepartij PVV gaat waarschijnlijk voor de controversiële wet stemmen, bleek dinsdagavond bij een debat.

Met de wet wil demissionair minister Hugo de Jonge van BZK de huren in de vrije huursector aan banden leggen. De aanvangshuren van woningen tot 187 punten worden gereguleerd. Dat moet ervoor zorgen dat op termijn de huren van 300.000 huurwoningen dalen. Uiteindelijk zou 90 procent van alle huurwoningen in Nederland minder dan 1.000 euro huur betalen, liet het ministerie van BZK berekenen.

De huurverlagingen zijn voor de PVV het belangrijkste argument om de wet te steunen. De wet verlaagt “doorgeschoten prijzen” in de middenhuur en moderniseert het puntensysteem, zei PVV-senator Alexander van Hattem bij het debat.

Tegen Trouw bevestigde hij in een schorsing dat de PVV volgende week hoogstwaarschijnlijk voor de wet zal stemmen. “Wij hebben onze kiezers huurverlaging beloofd en deze wet steekt daarop in. We gaan de daad bij het woord voegen”, tekende de krant op.

PVV versus VVD en BBB

Daarmee staat de PVV lijnrecht tegenover coalitiepartners VVD en BBB. Die ontpopten zich de laatste maanden tot felle tegenstanders van de wet.

“De belangrijkste oorzaak van het niet meer goed functioneren van de woningmarkt is schaarste. Er moeten woningen toegevoegd worden. Er zullen met dit voorstel ongetwijfeld schrijnende situaties opgelost worden, maar het voelt wel een beetje alsof er met een schot hagel op misstanden wordt geschoten”, zei VVD-senator Henk Jan Meijer.

BBB-senator Eric Kemperman deelde vergelijkbare argumenten. “Het verlagen van de huren lost de woningnood niet op, maar neemt juist toe volgens onderzoeken. De rendementen van de vrije woningmarkt zijn verdampt. Het is onverantwoord dat wij als Kamerleden dit in de hand werken”, zei hij bij het debat.

De PVV is niet doof voor dergelijke argumenten. Senator Van Hattem gaf aan oog te hebben voor de mogelijke negatieve effecten van de wet voor de woningmarkt en voor de woningeigenaren. Hij vroeg minister De Jonge daarom om de effecten van de wet tijdig te evalueren.

Herhaling van zetten

De huidige situatie in de Eerste Kamer lijkt op die in de Tweede Kamer toen deze eind april voor de wet stemde. Ook toen was steun van de PVV beslissend. Ook NSC stemde voor, maar heeft geen zetels in de Senaat. VVD en BBB probeerden destijds de invoering van de wet juist te traineren.

BBB-Kamerlid (en aanstaand minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening) Mona Keijzer en pleitte ervoor om de Raad van State nog eens advies te laten geven over de wet. Invoering op 1 juli, zoals De Jonge voor ogen heeft, zou dan nagenoeg onmogelijk worden. De vertragingspoging bleek echter tevergeefs, en ook nu lijken de VVD en BBB aan het kortste eind te trekken.

De Eerste Kamer stemt op 25 juni over de wet. De bedoeling is dat deze op 1 juli van kracht wordt.

Over de auteurs

  • Kasper Baggerman

    Kasper Baggerman is Nieuwsredacteur Omgeving bij PONT | Omgeving. Hij is gespecialiseerd in de woningmarkt en leefbaarheid.

Gerelateerd nieuws

Waterschappen alert na recorddroge maand maart

Na een nat 2024 zijn de eerste signalen van droogte voor 2025 al vroeg zichtbaar. Februari en maart waren ongewoon droog en zonnig, de afvoeren van de Maas en de Rijn zijn laag, en de grondwaterstanden dalen. Lokaal zijn de eerste tekenen van verzilting en verhoogde concentraties blauwalg te zien. De situatie vraagt om verhoogde alertheid van de waterschappen.

Omgeving

Inpassing van de BOPA zonder risico?

Om een activiteit die in strijd is met de (beoordelings-)regels uit het omgevingsplan toch mogelijk te maken, kan onder de Omgevingswet gekozen worden voor een wijziging van het omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA). In de praktijk wordt momenteel veelvuldig gekozen voor het verlenen van een BOPA in plaats van het wijzigen van het omgevingsplan. Dat komt omdat bij strijd met het omgevingsplan (veelal betreft het hier een strijdigheid met de oude bestemmingsplannen) de regels uit het tijdelijk deel niet kunnen worden gewijzigd; als een wijziging van de regels uit het tijdelijke deel nodig is, moeten alle regels voor de betrokken locatie opnieuw worden vastgesteld in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dat is niet altijd wenselijk. Gemeenten en initiatiefnemers moeten zich er echter van bewust zijn dat er ook een keerzijde is aan het werken met BOPA’s. De BOPA’s moeten namelijk (op den duur) worden ingepast in het omgevingsplan. Dat kan voor het bevoegd gezag niet alleen een behoorlijke exercitie zijn, maar ook betekenen dat de BOPA opnieuw tegen het licht wordt gehouden en tegen de inpassing van de BOPA in rechte door derden (weer) wordt opgekomen. Wanneer en hoe verleende BOPA’s moeten worden ingepast en wat de gevolgen van de inpassing kunnen zijn, lees je in dit blog.

Omgeving

Hoe maken we steden leefbaar in tijden van groei en ongelijkheid?

In de 21e eeuw zal twee derde van de wereldbevolking in steden leven. Globalisering, nieuwe technologieën, massamigratie en toenemende ongelijkheid – de stad van de toekomst is geen vanzelfsprekend succes. Hoe betrekken we kwetsbare groepen? Welke rol speelt slimme technologie in het besturen van een stad? En wat is er nodig wil een stad in de toekomst duurzaam en rechtvaardig kunnen zijn?

Visitaties maken duidelijk: aandacht voor leefbaarheid wijken blijft hard nodig

De eerste uitgave van het Trendbeeld van de Stichting Visitaties Woningcorporaties Nederland (SVWN) legt de vinger op de zere plek: in sommige sociale huurwijken komt de leefbaarheid in het gedrang. Dit blijkt uit de ruim 50 visitaties die in 2024 bij corporaties zijn gehouden. Duidelijk is dat versnelling van nieuwbouw, woningverbetering en verduurzaming voorop staan. Logisch, gelet op de grote woningnood, maar de lokale betrokkenen die voor visitaties werden geïnterviewd geven ook een duidelijke boodschap af: vergeet de leefbaarheid van wijken niet. Wouter Beekers van de SVWN adviseert: ‘Bekommer je om de wijken en hun bewoners. En werk beter samen op het gebied van wonen en welzijn.’

Omgeving